Gedateerd blijspel heeft aan kundige acteurs niet genoeg

Voorstelling: De man, de vrouw en de moord, van André Roussin, door de Hollandse Comedie. Spelers: Mariëlle Fiolet, Edmond Classen, Peter Hoeksema, e.a. Decor: Herman van Elteren. Regie: Gaston van Erven. Gezien: 31/10 in Gooiland, Hilversum. Tournee t/m 12/1.

'Een mallotig, ongegeneerd stuk waar menigeen uitbundig om zal lachen,' schreef de recensent van het Algemeen Handelsblad in mei 1955, toen de Nederlandse Comedie de zware kost afwisselde met de komische thriller De man, de vrouw en de moord van de Franse routinier André Roussin. De voorstelling werd een kassucces - vooral door het esprit van Mary Dresselhuys en de ontwapenende boersheid van Ko van Dijk - en werd tien jaar later, met dezelfde sterren, opnieuw op het repertoire genomen. De tv-uitzending trok vervolgens miljoenen enthousiaste kijkers.

En nu, veertig jaar na die eerste première, is het stuk terug. Het wordt gespeeld door de Hollandse Comedie, de ongesubsidieerde onderneming van Peter Hoeksema die zich toelegt op blijspelen en thrillers uit de oude doos waar elders geen emplooi meer voor is. Een publiek blijkt er in elk geval wel voor te zijn, want dit is al de zevende produktie van het gezelschap. Maar keer op keer valt mij op hoe gedateerd die stukken, ondanks Hoeksema's gemoderniseerde vertalingen, nu zijn. Te lang, te omslachtig, te veel tekst en uitleg.

Vier bedrijven had Roussin er voor nodig om het verhaal te vertellen van de vrouw, die uit berekening is getrouwd met een man die ze nu wil vermoorden - en van de man die alle aanslagen op zijn leven als door een wonder overleeft. Het ongegeneerde, dat in 1955 de moeite van het vermelden waard was, schuilt in de moordplannen van die vrouw, want ze gedraagt zich volstrekt amoreel en blijft niettemin onbestraft. Men zal dat destijds wel typisch Frans hebben gevonden.

Maar in de eerste plaats is De man, de vrouw en de moord een vehikel voor twee publiekslievelingen die met steelse blikken naar het publiek het onderste uit de kan kunnen halen. Het is niet genoeg die twee rollen competent te spelen, zoals Mariëlle Fiolet en Edmond Classen hier doen - men heeft er twee raskomedianten voor nodig van het type Mary Dresselhuys en Ko van Dijk. Geen wonder dat het publiek van de Hollandse Comedie nog wel oplettend de intrige volgt, maar dat van die uitbundige lach nu geen sprake meer is.