Extra brandstof voor de economie

Per Italiaan bedroeg de gemiddelde overheidssteun voor industrie, landbouw, visserij, vervoer en scheepsbouw begin jaren negentig bijna duizend gulden. Ondersteunende maatregelen voor bedrijven kunnen vele vormen aannemen: subsidies, belastingvermindering, belastinguitstel, deelnemingen in het aandelenkapitaal, leningen tegen verlaagde rentetarieven ('zachte leningen') en overheidsgaranties.

Sinds 1985 probeert de Europese Commissie, met het oog op het mededingingsbeleid, steunmaatregelen van de verschillende lidstaten in kaart te brengen. Door de vele verschillende steunvormen is het moeilijk een totaal beeld te krijgen, hetgeen wel getracht is in het onlangs verschenen vierde overzicht inzake de steunmaatregelen. Een voorlichter van het ministerie van economische zaken zegt dat het erg moeilijk is uit het rapport “een eenduidige conclusie te trekken”. Als voorbeeld vertelt hij hoe in het Verenigd Koninkrijk via regiofondsen geld naar bedrijven vloeit. In het rapport van de Europese Commissie wordt deze subsidie echter niet als steunmaatregel opgenomen. In 1994 heeft de fiscus de technolease-constructie tussen Fokker en de Rabobank goedgekeurd. Fokker ontving door de verkoop van haar know how ruim 400 miljoen gulden, welke onbelast bleef omdat de vliegtuigbouwer over forse verliescompensatie beschikt. Ook vraagt het bedrijf de overheid al langere tijd om exportkredietgaranties. Fokker wijst erop dat buitenlandse vliegtuigbouwers deze garanties ook hebben. Voor de ontwikkeling van haar vliegtuigen ontvangt Fokker leningen van het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart, een zogeheten revolving fund dat in de jaren vijftig door de overheid is opgezet.