Een gouden vertrek...

OF HET NU OM dienstauto's, bijbanen of particuliere pensioenregelingen gaat, de ophef op het Binnenhof over dit soort voorzieningen is onverminderd groot. Dat de goudgerande afvloeiingsregeling die minister Sorgdrager van justitie met de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck heeft getroffen tot vragen in de Tweede Kamer zou leiden, was dan ook te voorzien. Zeker als er ook nog een verband bestaat met de IRT-affaire; een zaak waar al eerder twee ministers over struikelden.

In het geval-Van Randwijck heeft Sorgdrager van het begin af aan uiterst onhandig geopereerd. Ter verdediging van haar kan slechts gezegd worden dat zij ten dele met voldongen feiten is geconfronteerd. Het was het vorige kabinet dat besloot dat de hoofdrolspelers bij de IRT-kwestie allen konden blijven zitten. Ze kwamen er vanaf met een functioneringsgesprek. Nu blijkt het functioneringsgesprek dat de toenmalige minister van justitie Hirsch Ballin vorig jaar met Van Randwijck heeft gevoerd een gesprek zonder enige status te zijn geweest. Het was geen functioneringsgesprek in de zin van het ambtenarenreglement. Er konden geen rechtspositionele gevolgen aan worden verbonden. Het is een omissie die zich, getuige de getroffen afvloeiingsregeling, nu voor Van Randwijck letterlijk uitbetaalt.

EEN ONTSLAG wegens disfunctioneren was volgens Sorgdrager geen begaanbare weg meer. Dit ondanks haar constatering dat sinds het “zogenaamde functioneringsgesprek” de situatie bij het justitieel bestuur in het ressort Amsterdam alleen maar is verslechterd. Als het probleem zo helder is, maar het juridische obstakel voor een bevredigende oplossing zo groot, is professionele ondersteuning door middel van het inschakelen van de landsadvocaat vanzelfsprekend de logische weg. Dat heeft de minister nagelaten. Het ministerie van justitie dacht de zaak zelf op te kunnen lossen. Het resultaat is een regeling die - het werd gisteren in de Tweede Kamer herhaaldelijk opgemerkt - niet valt uit te leggen. Van Randwijck krijgt een bedrag ineens ter hoogte van het salaris dat hij de zeven jaar tot aan zijn 65ste zou hebben verdiend, inclusief de bijbehorende pensioenaanspraken plus nog eens een bedrag van 500.000 gulden. Veel meer dus dan wanneer hij gewoon was blijven zitten. Slecht functioneren blijkt beter te belonen dan goed functioneren. Een minister die het politieke risico van een dergelijke regeling niet onderkent, maakt een grote fout.