Confetti van emoties in Vlaamse collage

Voorstelling: De menagerie van de schamele drie door Cie. de Koe. Tekst: J.M.H. Berckmans; regie: Bas Teeken; spel: Frank Focketyn, Peter Van den Eede, Hilde Van Mieghem. gezien: 26/10 Toneelschuur Haarlem. Tournee t/m 16/12

Ze stinken naar 'pis, zweet en verzuring', ze zijn eenzaam en zo arm dat zelfs de muizen bij hen weglopen. De figuren van de Vlaamse schrijver J.M.H. Berckmans zijn pillen slikkende, kettingrokende schlemielen die desondanks bereid zijn de dingen van hun zonnige kant te bekijken:

“Ik heb nasi gebakken. De dag vloog voorbij.”

De vrouw die dit zittend aan haar keukentafel met voldoening vaststelt maakt deel uit van De menagerie van de schamele drie: een op het werk van Berckmans gebaseerde tekstcollage, samengesteld en gespeeld door het jolige Antwerpse theatergroepje Cie. De Koe.

De twee vaste spelers van De Koe, Peter Van den Eede en Frank Focketyn, en gastactrice Hilde van Mieghem hebben samen met regisseur Bas Teeken fragmenten uit verscheidene verhalen tot een rommelige hoop gehusseld die als een emmer confetti over ons wordt uitgestort. Allerlei scènes en personages flitsen voorbij - vaak had ik geen idee wat ik zag, alsof ik kamers in en uit rende en in het voorbijgaan flarden van gesprekken opving. Kijken naar De menagerie van de schamele drie is zoiets als voor een televisie zitten terwijl een ander zappend alle zenders langs vliegt.

Sommige scènes voltrekken zich, lijkt het, in een lagere versnelling en blijven daardoor beter hangen, zoals die waarin Peter Van den Eede met een sullige en tegelijk ontwapenende grijns bij het ziekenfonds aanklopt voor een fiets, want zelf betalen kan hij hem niet. Het is een ontluisterende situatie en zo zijn er vele in deze voorstelling, maar vaak gaat die ontluistering schuil achter een façade van uitbundige opgetogenheid.

De acteurs gaan als bezetenen tekeer. Regelmatig hangen ze dubbelgeklapt van de slappe lach in een afgetrapte fauteuil, de warrige pruiken scheefgezakt over het voorhoofd. Ze ratelen en roken, roken en ratelen en tussendoor schallen ze popsongs door een microfoon terwijl Frank Focketyn pogingen doet het drumstel te bedienen. Totdat de euforie plotseling omslaat in getier, gekots en gesnik. Alle emoties passeren de revue alsof het een demonstratie van manisch-depressief gedrag betreft.

Het dik aangezette spel levert nu en dan aanstekelijke slapstick op, maar geregeld ook voel je je als toeschouwer buitengesloten omdat niet duidelijk is wat de personages bezighoudt - en dan wordt de voorstelling een wezenloze groteske.