Afloop debâcles bij grote bedrijven toont macht banken

ROTTERDAM, 1 NOV. De afloop is niet zo mooi als bij DAF, maar ABN Amro kan opnieuw in zijn handen knijpen nu de verliezen op de ondergang van het automatiseringsbedrijf HCS onverwacht gehalveerd blijken te zijn.

Bij vrachtwagenproducent DAF, dat in 1993 bankroet ging, zijn de financierende banken er onder leiding van ABN Amro volledig uitgesprongen. Bij de ondergang van het automatiseringsbedrijf HCS lijden zij weliswaar een verlies van naar schatting 100 miljoen gulden, maar dat is nog maar de helft van wat zij drie jaar geleden, toen HCS op de fles ging, zelf hadden getaxeerd.

Het verschil zit 'm bij HCS in de onverwacht hoge verkoopopbrengst van het laatste grote bezit, het bedrijf Infotec, een distributeur van faxen en kopieerapparaten van het merk Ricoh in Europa. De banken, die voor 70 procent aandeelhouder waren van Infotec, hebben het bedrijf verkocht voor een bedrag van 270 miljoen gulden. De nieuwe eigenaar is de Britse sectorgenoot Danka.

De afloop voor de banken van de grote bedrijfsdebâcles DAF en HCS sluit vrijwel naadloos aan bij de volkswijsheid dat bankiers altijd hun paraplu terug willen als het gaat regenen. Bij DAF en HCS ging het niet regenen maar hagelen en toch hebben de bankiers hun plu vrijwel zonder scheuren terug.

De rekening van deze twee faillissementen is uiteindelijk betaald door de toeleveranciers die geen geld kregen, door de aandeelhouders en obligatiebeleggers, die hun bezit waardeloos zagen worden, en door werknemers die in het kader van drastische reorganisaties of door een faillissement hun baan verloren.

Jaarlijks gaan er ruim 6000 bedrijven en privé-personen failliet. Samen laten zij volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek jaarlijks een onbetaalde schuld achter van ongeveer 4 miljard gulden.

De afloop van de debâcles bij zowel DAF als HCS illustreert paradoxaal genoeg de macht en de onmacht van de banken. Zij zijn als groep een van belangrijkste financiers van het Nederlandse bedrijfsleven. Grote bedrijfsfaillissementen zien zij door een informatievoorsprong vaak van tevoren aankomen en daardoor zijn zij in staat hun eigen belangen redelijk goed te behartigen. Bovendien: een curator in een faillissement kan niet om hen heen. Bij de onafgebroken serie kleine bankroeten, die zonder vooraankondiging dagelijks voorkomen, moeten zij daarentegen vele kleine verliezen incasseren. En vele kleintjes maken een grote. De Nederlandse banken moeten jaarlijks samen bijna 3,5 miljard gulden afschrijven op oninbare vorderingen.

Bij DAF konden de banken de belangrijkste bezittingen verkopen aan de nieuwe vennootschap DAF Trucks, die met de helft van het vaste personeel verder ging en nu weer uiterst winstgevend is. Om het nieuwe DAF op de weg te krijgen staken de banken tevens nieuw kapitaal in het bedrijf. Bij HCS zorgden de banken voor een financiële reorganisatie van Infotec, dat drie jaar geleden met een eigen vermogen van nul begon en nu 270 miljoen gulden oplevert.

DAF en HCS hebben meer overeenkomsten dan alleen de gelukkige afloop voor de banken. De financiers stonden zelf aan de wieg van de problemen. Zowel DAF als HCS kwam in ernstige financiële problemen toen de markt inzakte, terwijl zij zelf verzwakt waren door grote buitenlandse overnames. Die overnames werden grotendeels met bankkrediet gefinancierd. DAF kocht met Leyland een kat in de zak in Engeland, HCS ging onderuit met de overname van de Amerikaanse distributeur van faxen en kopieerapparaten Savin, gevolgd door de aankoop van diens Europese tegenhanger Infotec.

Het is de vraag of bedrijven en banken op dit moment niet opnieuw de basis leggen voor een nieuwe serie probleemgevallen. Overnames zijn nu net als aan het eind van de jaren tachtig weer erg in trek. En bankiers zijn - net als toen - gretig om expansiebeluste bedrijven te financieren. De concurrentie tussen banken is heftig. De grote Nederlandse banken kunnen die wedijver nog wel even volhouden. Rabobank, ABN Amro en ING hebben stuk voor stuk ruim voldoende kapitaal. ABN Amro zag haar financiële rapportcijfer van het Amerikaanse kredietwaardigheidsinstituut Standard & Poor's vorige week zelfs nog licht verhoogd worden van AA- naar AA.

Door de concurrentieslag tussen internationale banken zakken de marges voor klanten naar historische dieptepunten. KLM sloot vorige week een overeenkomst met een groep van banken voor een krediet van 700 miljoen dollar met een marge van 0,195 procent. Als dat de norm wordt, is dat goed voor bedrijven (zij betalen weinig rente) maar slecht voor banken, hun personeel en hun aandeelhouders. Uit de smalle marges moeten niet alleen de personeelkosten worden betaald plus het hoofdkantoor met marmeren hal, maar ook de stroppen op de debâcles van klanten en dividenden voor de beleggers in bankaandelen.