Zuid-Afrika houdt 'gewone' lokale verkiezingen

KAAPSTAD, 31 OKT. Zuid-Afrika heeft de afgelopen maand meegemaakt hoe een normaal land een verkiezingscampagne houdt. Er waren geen bomaanslagen, niemand dreigde met een burgeroorlog en buitenlandse waarnemers bleven thuis. De thema's waren niet meer grote morele kwesties als het einde van wettelijk racisme en blank baasskap, maar de zorgen van doorsnee burgers: misdaad, woningnood, belastingen en de aansluiting van toiletten op het riool.

Anderhalf jaar na de historische 'bevrijdingsverkiezingen' gaat Zuid-Afrika morgen opnieuw naar de stembus om de democratie nu ook naar de dorpsstraat te brengen. Inwoners van zevenhonderd steden en dorpen kiezen voor het eerst gezamenlijk, ongeacht hun huidskleur, hun gemeenteraden. Het is de derde en laatste fase in de overgang van apartheid naar democratie, nadat het land in april 1994 voor een nationale regering en negen provinciale regeringen stemde.

De politici voerden een plichtmatige campagne tegen de apathie. De zalen en stadions waren vaak leeg en de grote opwinding onder de kiezers bleef achterwege. Politieke analisten voeren hiervoor verscheidene redenen aan. Lokale verkiezingen veroorzaken in veel landen geen electorale driften. Een aantal kiezers is na anderhalf jaar democratie mogelijk teleurgesteld in de resultaten. Inwoners van de zwarte townships wachten nog op de huizen, banen en scholen die het Afrikaans Nationaal Congres beloofde. Bovendien staat de uitslag in veel gemeenten al vast: het ANC zal de meeste raden overnemen. Ondanks de geknakte illusies zien veel zwarte kiezers geen alternatief voor het ANC. De immense populariteit van president Nelson Mandela zorgt voor de rest.

De verkiezingen werken in tegenstelling tot vorig jaar, toen iedereen met een identiteitsbewijs mocht stemmen, met een lijst van geregistreerde kiezers. Ruim 17 miljoen kiezers hebben zich vooraf laten inschrijven. Driekwart daarvan kan morgen naar de stembus. In KwaZulu/Natal, waar de Inkatha Vrijheidspartij aan de macht is en het conflict met het ANC voortwoedt, zijn de verkiezingen verschoven naar volgend jaar maart vanwege problemen met de vaststelling van kiesdistricten.

In de provincie Westkaap, de enige waar de Nationale Partij een meerderheid heeft, gaat maar een deel van de kiezers maar de stembus. De stad Kaapstad (1,4 miljoen geregistreerden) doet niet mee na een conflict tussen ANC en NP over de begrenzing van kiesdistricten dat tot in het Constitutionele Hof werd uitgevochten. Het ANC antwoordde met een politiek stuntje: tot alle mensen die morgen niet kunnen stemmen behoort, 'uit solidariteit', kiezer N.R. Mandela, ingeschreven in Kaapstad.

Helemaal kleurenblind kiezen kan nog steeds niet in Zuid-Afrika. Om te voorkomen dat de blanke stem in kleinere gemeenten wordt weggevaagd door de overmacht aan zwarte kiezers, is een gecompliceerd kiessysteem uitgedacht. Kiezers moeten twee biljetten invullen: één voor de vertegenwoordiger van hun wijk en één voor een politieke partij. Blanken en andere minderheden hebben evenveel wijken toegewezen gekregen als de zwarte woongebieden. Zestig procent van de zetels in de raad gaat naar de wijkvertegenwoordigers, veertig procent naar de partijen. Inwoners van traditioneel blanke wijken krijgen hierdoor in ieder geval vertegenwoordiging in de raad, wat bij een stelsel van volledige evenredige vertegenwoordiging vrijwel zeker niet zou zijn gebeurd.

Dit compromis kwam tot stand onder druk van de Nationale Partij, die nu in de Westkaap ironisch genoeg merkt dat het ook tegen haar kan werken. In het wijnstadje Stellenbosch bij voorbeeld kiezen zesduizend zwarten in zes wijken, terwijl 29.000 blanken en kleurlingen, het NP-electoraat, ook zes wijken toegewezen hebben gekregen.

De betekenis van lokale democratie is door alle partijen in de campagne onderstreept. Zonder legitieme derde bestuurslaag kan de regering in Pretoria moeilijk het dagelijks leven van de armsten verbeteren. Pogingen van het apartheidsbewind om in de jaren tachtig lokale besturen op te zetten in de zwarte gebieden zijn grotendeels mislukt. Inwoners zagen de zwarte councillors als marionetten van de blanke regering en verjoegen of vermoordden velen van hen. In de jaren tachtig begonnen de zwarte inwoners bovendien een boycot van de betaling van huur en gemeentelijke diensten als water, elektriciteit en belastingen. Steden en dorpen zijn daardoor bankroet. De strategie werkt nu tegen het ANC, want veel inwoners zijn gewend geraakt aan niet-betalen. Het is een centraal thema bij deze verkiezingen: blanke kiezers weigeren om alleen op te draaien voor de kosten nu zwarte en blanke gebieden worden samengevoegd.

Maar de meeste onderwerpen die de politici op het podium aanroerden, overstegen het lokale belang. Het ging niet om het ophalen van het huisvuil, maar om kiezersangst nummer één: de epidemische misdaad in het land. De liberale Democratische Partij schreeuwde als anti-misdaadrecept vanaf de lantaarnpalen: 'More cops, less crime', wat nauwelijks een lokaal verkiezingsonderwerp mag heten.

De Nationale Partij van vice-president De Klerk vervolgde haar oefening in schizofrenie als regeringspartner van het ANC en oppositiepartij. De Klerk hield de kiezers voor dat het ANC zijn beloften niet is nagekomen sinds het aan de macht is - in de regering waar hij zelf deel van uitmaakt. Van ANC-zijde werd De Klerk daarom “een verrader” genoemd. Mandela en De Klerk kregen zelfs op straat in Johannesburg ruzie over de vraag wie historisch gezien de meeste schuld heeft aan de criminaliteit. “Die akeligheden zie je alleen onder de grote jongens”, relativeerde de liberale oud-politicus Frederik van Zyl Slabbert, die de verkiezingen organiseert. “Ik heb het hele land doorgereisd en op het lokale vlak alleen maar een geest van samenwerking tussen partijen gezien. Misschien moeten we daar maar met 'natiebouw' beginnen.”

    • Peter ter Horst