Uitbreiding Tate Gallery bijna rond; Londen krijgt voor eeuwwisseling zijn Centre Pompidou

LONDEN, 31 OKT. Nog net voor het einde van de eeuwwisseling krijgt Groot-Brittannië haar eerste nationale museum voor moderne kunst. De Londense Tate Gallery heeft gisteren 50 miljoen pond gekregen, circa 130 miljoen gulden, voor de verbouwing van een leegstaande elektriciteitscentrale tot moderne kunstpaleis. Dit geld is afkomstig van het Millennium Fonds dat door de Britse overheid is opgezet om in het kader van de eeuwwisseling een aantal projecten van internationale allure te financieren. In totaal kost de verbouwing 106 miljoen pond. De resterende 56 miljoen pond hoopt de Tate Gallery los te peuteren van de particuliere sector.

De transformatie van de Bankside Power Station, aan de Thames gelegen recht tegenover de St. Paul's kathedraal, moet de Tate bevrijden van haar 'hybridisch karakter', zegt directeur Nicholas Serota. Nu combineert de Tate Gallery Britse kunst sinds de Renaissance met moderne kunst uit de hele wereld. Een verbouwing van de elektriciteitscentrale maakt een tweedeling mogelijk. Het huidige pand aan de Millbank wordt Museum voor Britse kunst, het verbouwde mausoleum van de industrie wordt Museum voor moderne kunst.

De uitbreiding stelt de Tate ook in staat om een groter deel van haar collectie te tonen. In de huidige accommodatie kan het museum niet meer dan vijftien procent van zijn bijna 5.000 schilderijen en beelden kwijt. De collectie is de laatste vijftig jaar verdubbeld terwijl de beschikbare ruimte maar met twintig procent is toegenomen. Sinds vorig jaar is het al herhaaldelijk voorgekomen dat het museum de deuren moest sluiten omdat het toestroom aan bezoekers niet meer kon verwerken.

Met de opening van een moderne kunst-filiaal verdubbelt in één klap de ruimte van de Tate. Het nieuwe Museum voor moderne kunst zal voor Londen doen wat het Centre Pompidou voor Parijs heeft bewerkstelligd, verklaarde gisteren Virginia Bottomley, minister van nationaal erfgoed. Ze verwacht dat het nieuwe kunstcentrum in de aanloopfase anderhalf miljoen bezoekers per jaar zal trekken. Het museum zal ook werkgelegenheid en economische activiteit brengen in een buurt die al tientallen jaren door armoe en verpaupering geteisterd wordt.

Architect van het Bankside Power Station was Sir Giles Gilbert Scott die vooral door zijn ontwerp van de rode telefooncel bekend is geworden. De energiecentrale is pas in 1963 voltooid en heeft maar achttien jaar stroom geleverd. Volgend jaar kan met de verbouwing worden begonnen naar een ontwerp van de Zwitserse architecten Herzog & de Meuron. Die renovatie is volgens Serota zo ingrijpend “dat er feitelijk een compleet nieuw gebouw ontstaat.”