Life of Agony brengt geweeklaag en gepogo

Concert: Life Of Agony. Gehoord: 30/10 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 31/10 Tivoli, Utrecht; 1/11 Noorderligt; 2/11 Oosterpoort, Groningen.

Brooklyn, New York is behalve voor rap tegenwoordig ook vruchtbare bodem voor rockmuziek. De groepen Type O Negative en Biohazard komen er vandaan, en het kwartet Life Of Agony, dat dezer dagen door ons land toert. Dit gezelschap, dat voor de helft uit Amerikanen van Italiaanse afkomst bestaat, speelt net als de andere Brooklyn-groepen een door metal beïnvloed soort rock, maar heeft een minder vormvaste benadering. Hun concerten worden ingeleid met een nummer uit de film Saturday Night Fever en op hun onlangs verschenen tweede cd Ugly staat een cover van 'Don't you (forget about me)' van de Simple Minds.

Life Of Agony heeft vooral in Nederland al een aanhang opgebouwd. In het cd-boekje bij de laatste cd bedankt zanger Keith Caputo dan ook Holland, voor de 'culture, architecture and agricultural skills'. Wat Caputo onder 'agricultural skills' verstaat, werd duidelijk bij het optreden gisteravond in Paradiso, toen hij het publiek vertelde de hele dag in de coffeeshop te hebben gezeten. Hij had zoveel geblowd dat hij zelfs niet meer naar Paradiso kon lopen. Dit tijdverdrijf verklaarde misschien de wonderlijke lichaamsbewegingen van de 1.60 hoge zanger. Caputo stond geconcentreerd te zingen, maar vulde de tekstloze gedeeltes van de nummers met een onnavolgbaar zijwaarts gekronkel, ongeveer zoals Axl Rose van Guns N' Roses, maar dan nonchalanter.

Het publiek sprong ondertussen enthousiast recht op en neer. Op welk ritme men koerste was niet altijd duidelijk: Life Of Agony wisselt nog al eens. Van een hakkende ritmiek schakelen gitaar en drums over op een onverwacht langzaam intermezzo waarbij Keith Caputo zich kan overgeven aan dramatisch geweeklaag.

Die ambivalente houding is tekenend voor Life Of Agony. De groep wil Simple Minds verenigen met vuige rock, geweeklaag met gepogo en een streetwise-houding met kwetsbare teksten. Behalve tweeslachtigheid levert dit ook mooie momenten op, zoals in het nummer 'Let's Pretend'. De krachtpatserij van de gitaristen krijgt hier een machteloos karakter door de tekst die Caputo er met vertwijfeling bij zingt. Het is een lied over zijn moeder met de woorden: 'But sometimes I like to pretend/ that she knows me'.