'Kankerjood'

Toen ik las, dat de collega's Frits Barend en Henk van Dorp rond de wedstrijd Feyenoord-Ajax buitengewoon kwalijk zijn behandeld door zogenaamde supporters, waaronder de 'gentlemen' die na Everton-Feyenoord het Martinair-vliegtuig liefdevol verbouwd hadden, bedacht ik twee dingen. Ten eerste, dat mij dat in mijn voetbal-tv-tijd nooit is overkomen en ten tweede, dat ik zo naïef was om te veronderstellen dat de Martinair-raddraaiers achter slot en grendel zouden zitten.

In de jaren zestig en zeventig bestond de natuurlijke tegenstelling tussen Ajax en Feyenoord ook, maar kennelijk waren de zeden toen toch iets minder verwilderd. Ik lijd niet dermate aan geheugenverlies dat ik vergeten zou zijn, dat ik wel eens spitsroeden heb gelopen in De Kuip, waar ik om bij de commentaarpositie te komen een heel Feyenoord-vak moest beklauteren. Dat vak riep op vol volume “Herman-Ajax, Herman-Ajax”, maar niemand trachtte mij in de wurggreep te nemen, de bril van het voorhoofd te slaan of de banden van mijn auto stuk te prikken. Eenmaal, in Brussel, ben ik daar wel eens bang voor geweest en heb ikde wagen verplaatst. Ook is er ooit, bij NAC-Feyenoord, een horde boze lieden dreigend mijn kant opgekomen, maar dat was meer uit onvrede met scheidsrechter Corver die de euvele moed had kort voor tijd een strafschop tegen hun dierbare club te geven.

Maar echt gemolesteerd, zoals Frank Snoeks, die nota bene door suppoosten in elkaar werd geslagen (de Volkskrant van gisteren) ben ik nooit. Wel weigerden de heethoofden van toen doorgaans te geloven, dat een commentator graag ziet dat de sterkste wint en vooral dat het een mooie, spannende wedstrijd wordt. Zij wensten menigmaal uit mijn eigen mond in klare taal te vernemen wat nu eigenlijk mijn favoriete club was. En als ik er dan eentje noemde waarin ik een kwart mensenleeftijd tevoren zelf had gespeeld (DEVJO, JAC) dan geloofden ze me voor geen stuiver - maar dat was allemaal niet erg.

“Kankerjood” roepen tegen Frits Barend, dat is erg. En een relatie leggen tussen hem en de vergaste joden uit Wereldoorlog twee: dat is schofterig. Het verbaasde mij dezer dagen te moeten lezen, dat een aardige oudere man als Fred Blankemeijer, manager bij de stadionclub, het Martinair-incident heeft afgedaan met te verklaren dat men niet mocht verlangen van supporters dat zij zich zouden gedragen als zakenlieden.

Wat moet men met dit genre excuses? De supporters behoeven geen dikke aktentassen te openen en stukken te bestuderen tijdens de vlucht. Zij zijn evenmin verplicht om driedelige pakken met krijtstreepjes te dragen. De clubdassen en -petten mogen best tevoorschijn komen en het clublied dient zelfs luidkeels ten gehore te worden gebracht. Vorig jaar zat ik naat een duidelijk herkenbare supporter in het vliegtuig naar Londen. Ik ging naar Wimbledon, hij naar Orlando. Eerlijk gezegd zag hij er niet uit (ik ben ouderwets vrees ik) met zijn oranje klompen, oranje geverfd haar, oranje broek, oranje hemd. Maar wat een aardige man!

Om niet de fout te maken als zou ik menen dat vroeger alles braaf en aardig was in de voetballerij, hoest mijn geheugen op, dat een wedstrijd tussen ZFC en ADO destijds in een wilde vechtpartij tussen toeschouwers en spelers is geëindigd. De Zaanse aanvaller Van 't Kaar lag op de grond voor het doel van ADO, toen de Haagse keeper Quax (ook een soort brokkenpiloot) uit zijn doel kwam en hem trapte. Geen bal in de buurt. Het werd een tumult van jewelste en dat was in de twintiger jaren. Dus, fatsoensrakkers, laten we niet doen alsof het vroeger de hemel op aarde was. Maar erger, veel erger geworden is het zeer zeker.

    • Herman Kuiphof