'Ik heb de bodem van het dal gezien, ik was bijna gebroken'

Winston Bogarde speelt morgenavond met Ajax in Zürich tegen Grasshoppers. Hij dankt zijn basisplaats aan de blessure van Marcio Santos, maar vertrouwt er op de concurrentiestrijd met de Braziliaanse international te kunnen winnen.

ZÜRICH, 31 OKT. De weg naar de top leidde voor Winston Bogarde eerst door een diep dal en vervolgens langs een kronkelig pad omhoog. Hij heeft zich inspanningen moeten getroosten die nu worden beloond.

De komende maanden mag de 25-jarige Rotterdammer in het eerste elftal van Ajax tonen wat hij waard is omdat de Braziliaan Marcio Santos herstelt van een achillespeesoperatie. Die buitenkans wil hij zich niet laten ontnemen. Morgenavond niet in de tweede confrontatie met Grass- hoppers voor de Champions League in Zürich. En zeker zondag niet in de topper tegen PSV in het Olymisch Stadion in Amsterdam. Voor de ogen van Dick Advocaat zal hij er extra op gebrand zijn een vlekkeloze wedstrijd te spelen. Met de trainer van de Eindhovense ploeg heeft hij in het verleden bijna traumatische ervaringen opgedaan.

Daarvoor moeten we zeven jaar terug in de tijd. Advocaat was net aangesteld als trainer van het ambitieuze SVV, de club van John van Dijk. In de selectie van de Schiedamse Voetbal Vereniging liep een lange slungel rond met een grote mond. Ene Winston Bogarde die mislukt was bij de jeugd van Sparta en via de amateurs van Alexandria toch weer was komen bovendrijven. Hij had weinig vrienden bij SVV. Op de training werd hij regelmatig hard aangepakt door spelers die geen basisplaats hadden. Het ging er soms zo ruig aan toe dat trainer Jan van der Velde spelers moest wegsturen of een boete gaf omdat ze Bogarde weer eens een doodschop hadden verkocht.

Al snel zou Bogarde ook bij de nieuwe trainer Dick Advocaat in een slecht blaadje komen te staan. Toen hij op een dag bij een oefenwedstrijd als reserve moest vlaggen, weigerde hij dat in eerste instantie. Met veel tegenzin pakte hij uiteindelijk een trainingsjack dat hij af en toe ongeïnteresseerd omhoog stak. Bogarde haalde de woede op zijn hals van de vele geroutineerde spelers in de selectie, waaronder Keje Molenaar. De Volendammer schold hem de huid vol, waarop Bogarde kwaad wegliep.

Sindsdien ging Advocaat hem met andere ogen bekijken. Bogarde: “Als op vrijdag de selectie werd bekend gemaakt, klonk het uit zijn mond altijd: 'De gebruikelijke groep moet zich melden, behalve Bogarde'. Woorden die nu nog nadreunen in het hoofd van de Ajacied.

“Ik was jong en mijn tijd zou nog wel komen, zei Advocaat eens tegen mij. Daar dacht ik anders over. Maar goed, daarom hoef je iemand nog niet te vernederen. In de vierde of vijfde competitiewedstrijd tegen De Graafschap liet hij me na twintig minuten al warm lopen om in te vallen. Het was die dag heel warm, ik denk wel een graad of 28. Ik moest maar blijven rennen langs de lijn. Zelfs in de rust ben ik doorgegaan. Toen het einde van de wedstrijd naderde, en ik nog steeds bezig was met sprintjes trekken, liet Advocaat ineens Ab Plugboer opstaan uit de dug-out. Hij moest even heen en weer lopen en mocht er meteen in. Ik vond dat een onmenselijke behandeling van Advocaat. Hij is best een goede trainer, maar een beetje gevoel moet je wel kunnen opbrengen.”

Bogarde koos er voor de laatste tien wedstrijden van het seizoen te worden uitgeleend aan Excelsior dat onderaan stond in de eerste divisie. Daar ontmoette hij trouwens ook de nog eveneens anonieme Gaston Taument. SVV promoveerde dat jaar moeiteloos naar de eredivisie. De meeste spelers kregen een nieuw, verbeterd contract aangeboden. Bogarde werd afgescheept met een armzalig honorarium. “En ik verdiende al heel erg weinig.”

Ontgoocheld en gekrenkt gooide hij zijn voetbalschoenen in de kast. Liever stoppen dan verder bij SVV, dacht hij woedend. Hij meldde zich aan als amateur bij Sparta, maar werd ook prompt opgeroepen voor militaire dienst. Voor iemand met een aangeboren afkeer van autoritair gezag, werd dat een lijdensweg. Rillend van de kou kwijnde hij weg in een tentje op de hei. “Ik heb toen de bodem van het dal gezien. Ik was bijna gebroken. Alles wat je kon bedenken zat tegen. Maar ik ben er toch weer bovenop gekomen.”

Dat ging met behulp van een maatschappelijk werker die ervoor zorgde dat hij werd afgekeurd. En bij Sparta kreeg hij veel steun en begeleiding van assistent-trainer Henk van Stee. Na twee jaar voetballen op amateurbasis kon SVV geen cent meer voor hem vragen. Sparta bood Bogarde een laag contractje aan. Net iets meer dan het minimumloon. Hoe verleidelijk moet het niet zijn geweest toen MSV Duisburg enkele jaren later, in 1993, langskwam en hem een flink pak geld beloofde. Veel meer dan het verbeterde contract dat hij net bij Sparta had geaccepteerd. Maar ook veel meer dan het aanbod van Ajax, dat zich kort daarna noodgedwongen meldde.

Van Gaal had Bogarde voor de lange termijn op zijn lijstje staan en begreep dat hij nu moest toeslaan. “Ik kon bij Duisburg bijna drie keer zoveel verdienen”, geeft Bogarde nu toe. “Maar ik dacht: Ik kan later altijd nog een klapper maken. Als je bij Ajax hebt gespeeld, kom je altijd weer goed weg. Ik zag het als een investering in de toekomst.”

Aanvankelijk leek Bogarde een verkeerde keuze te hebben gemaakt. Hij moest van hangende linkerspits worden omgevormd tot linksback. Dat leverde in wedstrijden soms hachelijke momenten op. Zoals bij zijn eerste volledige optreden tegen Bayern München. “Toch was dat voor mij het hoogtepunt. Wat wil je nog meer dan een basisplaats in de halve finale van de Champions League?”

Ondanks dat aarzelende begin bleef Van Gaal in zijn 'vondst' geloven. Toch werd afgelopen zomer Marcio Santos aangetrokken voor de linksbackpositie. Bogarde: “Daar keek ik natuurlijk van op. Mij was vorig seizoen de toezegging gedaan dat ik Frank de Boer zou opvolgen als linksback. Ik had een jaar de tijd om me aan te passen.”

Van Gaal legt echter uit: “Ik wilde een zo breed mogelijke selectie hebben. Bogarde kan op meerdere posities spelen. Al bij de start van de competitie heb ik tegen Winston gezegd dat ik hem op dat moment niet slechter of beter vond dat Santos. Die mening ben ik ook nu nog toegedaan. Al maakt hij nog steeds fouten. Er zijn mensen die zeggen dat Bogarde niet bij Ajax past. Dat ben ik niet me ze eens. Hij is snel, sterk en lang. Alleen het koppen zou hij nog kunnen verbeteren.”

Bogarde heeft uit zijn goede optreden in de wedstrijd tegen Feyenoord, toen hij veel ruimte kreeg, zoveel zelfvertrouwen geput dat hij denkt de concurrentiestrijd met de Braziliaanse international te kunnen winnen. “Het is in ieder geval wél de bedoeling. Ik zal me niet gemakkelijk uit het veld laten slaan. Ik heb dit al eerder op jongere leeftijd meegemaakt. De samenwerking tussen Marc Overmars en mij verloopt steeds beter. Ik heb in het begin moeite gehad met het passen. Als aanvaller was ik alleen maar gewend te lopen met de bal. Nu moet ik snel reageren op situaties en de goede keuzes maken. Vooral dat laatste is belangrijk. Babangida had ik afgelopen zaterdag goed onder controle. Maar die ene keer dat ik de bal wilde afpakken toen ik eigenlijk moest meelopen, ging het mis en ontstond er een tegendoelpunt.”

Een gevluchte Rotterdammer, die opgroeide op Spangen, voelt zich inmiddels thuis in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Aanpassingsmoeilijkheden met een andere cultuur zegt hij niet te hebben gekend. Ook ontkent hij door aanvoerder Danny Blind op zijn vingers te zijn getikt omdat hij een keer nogal patserig in de kleedkamer met een pockettelefoon zou hebben gebeld.

De hautaine houding van de Ajacieden is hem meegevallen. “Ik wilde die arrogantie wel eens meemaken. Ik zie het nu als zelfvertrouwen. Door onze uitstraling staat Ajax al voor het begin van de wedstrijd met 1-0 voor. Geen enkele tegenstander komt nog met een prettig voorgevoel naar Amsterdam.”