Etnische sentimenten

VOOR DE FRANSTALIGE separatisten is het referendum over de onafhankelijkheid van Québec op een zware teleurstelling uitgelopen, maar de voorstanders van Canadese eenheid hebben geen enkele reden tot juichen. Het verschil tussen voor- en tegenstanders van afscheiding is uitermate gering gebleken. Over dat 'op het kantje af' verbijten zich de ja-stemmers terwijl de nee-stemmers er een voorbode in moeten zien van hernieuwde pogingen om Canada langs de taalgrens op te delen. De opeenvolgende referenda over deze kwestie hebben een oplopende lijn van nationalistisch sentiment getoond, en die lijn zal vermoedelijk niet meer worden omgebogen.

De tragiek is dat de Engelstaligen binnen en buiten Québec niet over de mogelijkheden beschikken om de Québécois te overtuigen. Het honderdduizendvoudige 'We love you' dat vorige week door de straten van Montréal galmde en dat de Franstaligen moest overhalen hun afscheidingsplannen op te geven overtuigde niet, nu de Québécois terecht of ten onrechte het gevoel koesteren in het oneindige Canada te worden achtergesteld. De rozen kwamen te laat om in het verstandshuwelijk dat de Canadezen eens door de Britse kroon werd opgelegd, alsnog de liefde een kans te geven.

NATIONALISTISCHE EN etnische sentimenten blijven niet tot Canada beperkt. Het land dobbert mee op een stroom die op zichzelf internationaal mag worden genoemd. Voor Canada geldt ook in hevige mate de paradox dat naarmate de grensoverschrijdende economische vervlechting en sociale afhankelijkheid toeneemt, de nationale, de etnische identiteit meer op de voorgrond treedt. Het is overigens al een cliché geworden dat de als ontzagwekkend ondervonden ruimte waarin de hedendaagse mens economisch en dus ook sociaal gedwongen wordt zich te bewegen, de hang naar wat doorgaat voor het oude vertrouwde bevordert. Dat jongeren het gevoeligst blijken voor veronderstelde etnische warmte, valt wel te verklaren. Zij kijken de grote boze buitenwereld rechtstreeks in het gezicht.

Zo ziet Canada zich kortelings met de Verenigde Staten en Mexico verbonden in het economische blok van NAFTA, of de divergerende krachten nemen er sterk toe. De Europese Unie nadert haar economische voltooiing, en in de verschillende lidstaten beginnen zich de verontrusten te roeren. Verliezen we niet onze D-mark, onze republiek? Worden we niet geannexeerd door dat onbetrouwbare continent? zo luiden her en der de bange vragen. Het zoeken naar de eigen nationale identiteit wordt een nieuw volksgebruik dat bovendien binnen de kortste keren subnationale trekken gaat vertonen.

VAAK GAAT HET bij separatistische bewegingen om een reactie op in het verleden (vermeend) ondervonden onrecht dat zich zou vertalen in sociale achterstelling in het heden. Als dit meervoudig een factor van betekenis zou zijn, staat de wereld nog wat te wachten. De meeste natiestaten zijn tot stand gekomen rondom een centrum dat zich sterker toonde dan de meer of minder vrijwillig daaraan verbonden provincies. Soms zijn zij, zoals Canada, door de koloniale machthebber gevormd.

In 1967 reisde Frankrijks president De Gaulle naar Canada. Met zijn 'Vive le Québec libre' stookte hij het Franse vuurtje daar flink op. De jaren zeventig lieten vervolgens in Europa een opleving zien van een provinciaal separatisme dat ironisch genoeg het centralistische maar in wezen multi-etnische Frankrijk niet onberoerd liet. De Québécois herinneren met hun Bourbon-vlag aan de tijd dat Frankrijks macht haar zenith bereikte. Maar in de tegenwoordige constellatie zijn zij eerder symbolisch voor de versplintering, voor de middelpuntvliedende kracht die internationaal een anachronistische hobby voedt.