Dutchbat moest toekijken bij een humanitaire catastrofe

De Nederlandse VN-troepen stonden machteloos toen Srebrenica begin juli etnisch werd gezuiverd door de Bosnische Serviërs. Dat blijkt volgens minister Voorhoeve uit het gisteren verschenen 'Rapport gebaseerd op de debriefing Srebrenica', over de val van de enclave. Het rapport is gebaseerd op gesprekken met 460 militairen door twintig debriefingsteams. De volgende fragmenten beschrijven het lot van de vluchtelingen en de Servische misdrijven die Dutchbat waarnam.

ABiH: Armija Bosnia i Hercegovina (Bosnische regeringleger). BSA: Bosnian Serb Army (Bosnische Serviërs onder leiding van generaal Mladic). ICRC: Internationale comité van het Rode Kruis. OP: Observatiepost van Dutchbat Sld1: Soldaat eerste klas. SRSG: Speciale vertegenwoordiger van de VN, Akashi. YPR: Gepantserd voertuig van Dutchbat.

In hoofdstuk vijf wordt de evacuatie van de vluchtelingen en de rol van Dutchbat daarin gerecontrueerd. De Dutchbat-basis Potocari wordt overstroomd door vluchtelingen.

5.5. Vrouwen drukten tijdens de vlucht van Srebrenica naar Potocari baby's in handen van Dutchbat-militairen, omdat ze in hun handen veilig zouden zijn. Voorts is opgevallen dat jongere moslims de oudere, zwakke mensen aan hun lot overlieten en pas na herhaaldelijk aandringen door militairen van Dutchbat bereid waren te helpen.

5.7. Op dinsdagmiddag 11 juli kwam de vluchtelingenstroom [..] op gang. Vanaf 14.00 uur stonden de opvangploegen gereed. Voor deze opvang waren maatregelen genomen zoals het klaarzetten van stretchers en het aanbrengen van verlichting in de fabriekshal op de compound. Voorts werden geneeskundige hulpposten ingericht en watertappunten geïnstalleerd. Van de nog aanwezige voedselpakketten/noodrantsoenen is soep gemaakt waarmee de vluchtelingen zijn gevoed.

5.8. Van een groep van vijf ABiH-militairen die niet geslaagd was in een ontsnappingspoging naar Tuzla en zich wilde verstoppen op de compound van Potocari, is één militair behandeld aan een lichte hoofdwond. Daarna is deze groep van de compound weggestuurd. Na hun vertrek werden enkele schoten gehoord. Of er op die groep werd gevuurd is niet duidelijk. Er zijn daarna in die omgeving geen gewonden of stoffelijke overschotten aangetroffen.

5.9. Een groot deel [van de vluchtelingen] was gewond of, door gebrek aan voedsel, mager of ziek. De voorzieningen en voorraden van Dutchbat waren niet toereikend voor de opvang van zulke grote aantallen vluchtelingen. Er ontstond daardoor gebrek aan voedsel, water en onderdak. De sanitaire voorzieningen waren absoluut ontoereikend. Overal lag afval. De vluchtelingen deden overal hun behoefte. Mede door de hoge temperatuur (die bedroeg meer dan 35 graden Celcius), hing er na korte tijd een ontzettende stank. Dutchbat werd geconfronteerd met een humanitaire catastrofe zonder de mogelijkheid de situatie wezenlijk te kunnen verbeteren. Deze situatie rond de vluchtelingen op en rond de compound heeft op de Dutchbat-militairen een enorme indruk gemaakt.

5.12. Het bataljon ontving 11 juli in het begin van de avond van UNPROFOR de opdracht met de BSA te onderhandelen over een staakt-het-vuren, geen wapens af te staan, de vluchtelingen zo goed mogelijk te beschermen, medische hulp te verlenen en zich met alle mogelijke middelen te verdedigen.

5.13. Later op die avond vond tweemaal overleg plaats tussen de bataljonscommandant en generaal Mladic. Deze kondigde rond 23.15 uur een staakt-het-vuren af tot de volgende ochtend 10.00 uur. [..] tijdens de volgende bespreking op 12 juli dicteerde Mladic echter voorwaarden voor de evacuatie van de vluchtelingen, waaronder de scheiding van weerbare mannen van de rest van de vluchtelingen. De bataljonscommandant verzette zich tegen dit dictaat, evenwel zonder resultaat.

5.15. Het bataljon werd [..] verrast door de snelheid waarmee de BSA met de evacuatie van de vluchtelingen van Potocari in de richting van Kladanj aanving. Onverwacht bleek de BSA reeds over grote aantallen bussen en vrachtwagens te beschikken. Deze verschenen op 12 juli omstreeks 13.00 uur voor de compound. Mladic negeerde opnieuw protesten van de bataljonscommandant. Toen de eerste bussen aankwamen werden deze door de vluchtelingen bestormd om zo snel mogelijk te kunnen instappen. Teneinde excessen te voorkomen besloot de bataljonscommanmdant vanaf dat moment te trachten de evacuatie in goede banen te leiden en te begeleiden.

5.16. Op de compound trad een drietal vluchtelingen op als afvaardiging namens de vluchtelingen. Zij hebben op 13 juli, op verzoek van de bataljonsleiding, een lijst van 239 op de compound in Potocari aanwezige mannen in de 'weerbare leeftijd' opgesteld, met de intentie deze later aan ICRC aan te bieden. De bataljonsleiding hoopte dat het ICRC deze mensen zou kunnen monitoren en ze zo mogelijk enige bescherming zou kunnen bieden. [..] Rond 19.30 uur op 13 juli verlieten de laatste vluchtelingen Potocari met uitzondering van een kleine groep van voornamelijk gewonden.

Over de verklaring die Dutchbat daarna tekende, zegt het rapport:

5.17. De plaatsvervangend bataljonscommandant diende op 17 juli een verklaring, opgesteld door de BSA, te ondertekenen, waaruit zou moeten blijken dat de evacuatie van de vluchtelingen 'correct' was geschied. De verklaring werd pas ondertekend nadat door de plaatsvervangend bataljonscommandant hierin een met de hand geschreven toevoeging was opgenomen dat dit slechts gold voorzover de konvooien daadwerkelijk door VN-personeel waren begeleid. De belangrijkste reden voor deze functionaris om het document te ondertekenen was diens zorg om de nog aanwezige gewonden, vluchtelingen en lokale medewerkers veilig uit door de BSA gecontroleerd gebied te krijgen.

Sommige vluchtelingen zijn zo wanhopig dat ze zelfmoord plegen.

5.19. In Potocari heeft zich een aantal gevallen van zeldoding, dan wel een poging daartoe voorgedaan. Zo verklaarden enkele Dutchbat-militairen op 12 juli te hebben gezien dat in een fabriekscomplex aan de overzijde van de compound een ongeveer 45-jarige man zelfmoord had gepleegd door verhanging. Deze man is later op verzoek van zijn familie in een moestuin begraven. Daarnaast is er nog een melding van een verhanging. Ook werd verklaard dat een vrouwelijke vluchteling probeerde zelfmoord te plegen. [..] Een andere man was zo in de war dat hij zichzelf met een steen tegen zijn hoofd sloeg.

5.21. De mannen in de weerbare leeftijd werden gescheiden van de vrouwen, kinderen en ouderen. [..] De transporten met mannelijke vluchtelingen mochten niet van Dutchbat-begeleiding worden voorzien, dan wel werd de begeleiding gedurende het transport onmogelijk gemaakt door inbeslagname van de escorterende VN-voertuigen.

5.22. Donderdagochtend 13 juli werden de transporten om 06.30 uur hervat. [..] De afzetting met Dutchbat-militairen werd later in de ochtend nog verbeterd door tevens gebruik te maken van twee pantservoertuigen om de stroom vluchtelingen te geleiden. Aldus werd voorkomen dat mensen onder de voet werden gelopen.

5.23. Het oorspronkelijke plan om per voertuig een Dutchbat-militair te laten meereizen werd door generaal Mladic afgewezen. Om toch op enigerlei wijze toezicht te kunnen uitoefenen werd door de bataljonsstaf besloten elk konvooi te laten escorteren door twee voertuigen van Dutchbat.

5.24. Het bleek in de praktijk vrijwel onmogelijk om de konvooien goed te begeleiden. Naast de inbeslagname van voertuigen werden ook wapens, helmen en kogelwerende vesten van Dutchbat-militairen in beslag genomen. De konvooien waren zo groot, dat het onderweg voor de begeleiding niet mogelijk was alle voertuigen in het zicht te houden.

5.26. Op 14 juli bevond zich in Bratunac een aantal bussen met daarin mannelijke vluchtelingen die met het hoofd tussen de knieën zaten en een bange indruk maakten. Ook werd in Bratunac vaak geschoten, onder andere vanuit de richting van het zogenaamde stadion (een voetbalveld met een hek eromheen). Er zijn echter door Dutchbat-militairen geen slachtoffers aangetroffen.

5.28. Na de inname van de enclave zijn er afspraken gemaakt met de BSA over de afvoer van zieken en gewonden. Op 12 juli werd uiteindelijk toestemming verleend een deel van de gewonden af te voeren. [..] Het uitstappunt in de omgeving van Kladanj werd omstreeks middernacht bereikt. De daar aanwezige BSA was aanvankelijk zeer vriendelijk, totdat zij tussen de gewonden ongeveer twintig mannen in de weerbare leeftijd ontdekten. Enkele van deze gewonde mannen waren door Dutchbat-militairen eerder in uniform bij de confrontatielijn gezien. Vervolgens haalde de BSA de vluchtelingen op agressieve wijze uit het konvooi. De vluchtelingen moesten bij het uitstappunt volgens de BSA nog 1.500 meter lopen, hetgeen in werkelijkheid ongeveer zes à zeven kilometer bleek te zijn. Door Dutchbat is toen voorgesteld om de gewonden te dragen over deze afstand. Hiervoor waren ongeveer 120 dragers benodigd. Voordat er door de bataljonschef actie kon worden ondernomen, had de BSA de gewonden die in staat waren zichzelf enigszins te verplaatsen reeds richting Kladanj gestuurd. Omdat het donker was hebben de Dutchbat-militairen het zicht op deze personen verloren. In hoofdstuk vier worden meldingen van oorlogsmisdrijven geïn- ventariseerd.

Niet bekend

4.19. Enkele Dutchbat-militairen zijn in Potocari getuige geweest van de mishandeling van vluchtelingen, of hebben vluchtelingen gezien met sporen van mishandeling. Telkens wanneer de BSA-militairen in de gaten kregen dat hun handelen door Dutchbat-militairen werd waargenomen, stopten de BSA-militairen hiermee.

4.21. Een aantal mannelijke vluchtelingen werd op 11 of 12 juli door de BSA afgezonderd en ondergebracht in een tweetal huizen nabij de compound. [..] Op 13 juli zijn twee Dutchbat-militairen in een van deze huizen geweest om water naar de vluchtelingen te brengen. Eén van deze twee militairen verklaarde dat er bij de aanwezige vluchtelingen sprake was van totale doodsangst. Hij heeft in het huis foto's gemaakt van de vluchtelingen. Het filmrolletje - waarop ook foto's zouden moeten staan van negen elders gefotografeerde stoffelijke overschotten - is later bij het ontwikkelen onbruikbaar geworden.

4.22. Gedurende de periode dat de vluchtelingen in Potocari verbleven, is een aantal van hen naar alle waarschijnlijkheid geëxecuteerd. Zo is er zeer waarschijnlijk sprake van de executie van negen Bosnische mannen, twee mannelijke vluchtelingen die aan de greep van de BSA wilden ontsnappen en twee executies nabij de ingang van de compound. Daarnaast is er mogelijk sprake van de executie van één inwoner van de enclave. Tenslotte heeft buiten Potocari een executie van een ABiH-militair door een andere ABiH-militair plaatsgevonden.

Op 12 juli heeft een aantal Dutchbat-militairen gezien dat een groep van minimaal vijf Bosnische mannen tegenover de compound in Potocari onder dwang een grote fabriek ingingen. Even later hoorden zij een vijf- of zestal schoten. Na enige tijd zagen zij een met een pistool gewapende BSA-militair weer naar buiten komen. De militairen waren op dat moment niet in de gelegenheid om in deze lokatie te gaan kijken of er zich daar mogelijk een executie had voltrokken. Naderhand is een executie door hen niet vastgesteld.

Het is zeer waarschijnlijk dat in Potocari, in de nacht van 12 op 13 juli negen Bosnische mannen zijn geëxecuteerd. Onder leiding van twee gewapende Bosnische Serviërs zag een lid van Dutchbat tegen de avond van 12 juli ongeveer tien personen een zandweg in westelijke richting inslaan. Later hoorde de getuige van de lokale burgers dat daar in de buurt geschoten zou zijn. Enkele militairen van Dutchbat zijn op 13 juli ter plaatse geweest en hebben geconstateerd dat er negen mannen in de buurt van een beek gedood waren. Allen hadden een rugschot ter hoogte van de hartstreek. Onduidelijk is gebleven of de eerder genoemde Bosnische Serviërs als daders moeten worden aangewezen, omdat een militair van Dutchbat van een lokale inwoner heeft gehoord dat de executie een gevolg was van een een onderlinge twist tussen lokale burgers. Dutchbat kreeg geen toestemming de stoffelijke overschotten te ruimen. Van de negen stoffelijke overschotten zijn door twee Dutchbat-militairen foto's gemaakt. Het filmrolletje - waarop ook foto's zouden moeten staan van het eerder genoemde huis - is later bij het ontwikkelen onbruikbaar geworden. De foto's op het andere filmrolletje bleken niet van een zodanige kwaliteit te zijn, dat de stoffelijke overschotten hierop duidelijk zichtbaar waren.

Een Dutchbat-militair heeft gezien dat op 13 juli omstreeks 16.00 uur op ongeveer 200 meter van de compound te Potocari één lokale inwoner door vier reguliere BSA-militairen uit de groep vluchtelingen werd gehaald en door één van hen met een gericht schot in de nek of het achterhoofd werd doodgeschoten.

Nabij de hoofdingang van de compound te Potocari was een Dutchbat-militair getuige van de (mogelijke) executie van twee door de BSA opgepakte vluchtelingen. De Dutchbat-militair verklaarde te hebben gezien dat uit een busje van de BSA vijf mannelijke vluchtelingen stapten. Twee van deze mannen vluchtten, maar liepen recht in de armen van BSA-militairen. Vervolgens hoorde de Dutchbat-miltair schoten en zag dat de beide mannen op de grond vielen.

Voorts werd verklaard dat op 14 juli in Potocari een aantal BSA-militairen in de richting van een ander groepje Bosnische Serviërs liep. De laatsten stonden rond een gezeten of geknielde persoon. Kort daarop werd deze persoon, al tegenstribbelend, door de BSA-militairen weggesleept achter het huis. Er werd vervolgens gillen en een schot gehoord. De BSA-militairen keerden alleen terug en vertrokken, na de andere groep Bosnische Serviërs een hand te hebben gegeven, in de richting van Bratunac. Naderhand kon niet worden vastgesteld of er daadwerkelijk een executie heeft plaats gevonden.

Een Dutchbat-militair verklaarde, dat hij in Potocari op een bepaald moment heeft gezien dat een Bosnische Serviër met een lokale burger ruzie had. Op hetzelfde moment kwam een bus aanrijden en stopte vlak bij één van de huizen waarin de mannelijke vluchtelingen waarschijnlijk werden ondervraagd. De Bosnische Serviër en de lokale bewoner kwamen achter de bus terecht en onttrokken zich daardoor aan het gezichtsveld. Kort daarop hoorde de Dutchbat-militair een “doffe knal”. Nadat de bus was vertrokken, heeft hij de lokale bewoner niet meer gezien. Hij vermoedde dan ook dat de man achter de bus was doodgeschoten. Van deze mogelijke executie is geen slachtoffer aangetroffen.

Een Dutchbat-militair van een OP verklaarde dat een groep ABiH-militairen onder leiding van een ABiH-kapitein de OP-bemanning bescherming bood tegen aanvallen van andere lokale militairen. Op een bepaald moment zag deze ABiH-kapitein dat een ABiH-militair met een draagbaar anti-tank wapen gericht wilde schieten op de Nederlandse YPR. Deze kapitein, die op een afstand van twee à drie meter stond, doodde de ABiH-militair met enkele schoten. Een militair verklaarde dat daarna in deze omgeving ABiH-militairen elkaar beschoten en dat daarbij doden waren gevallen.

4.23. Op 11 juli is waargenomen dat een tweetal vrachtauto's met op elk daarvan ongeveer 40 à 50 mannelijke vluchtelingen zich in de richting van Bratunac verplaatste. Kort nadat deze vrachtauto's de bocht bij Yellow Bridge waren gepasseerd, werden enige salvo's gehoord van in totaal ongeveer honderd schoten. Geen Dutchbat-militair heeft gezien of vernomen wat er op 11 juli even voorbij Yellow Bridge is gebeurd.

4.24. Nadat alle vluchtelingen en gewonden waren afgevoerd, werd op 17 of 18 juli 's morgens vroeg vanuit de richting van Srebrenica een tractor richting Bratunac gezien met wee aanhangwagens. Daarom lagen naar schatting honderd stoffelijke overschotten.

4.26. Er zijn aanwijzingen dat BSA-militairen in de eerste fase van de strijd mogelijk enkele vrouwen uit de enclave heeft verkracht en daarna heeft vermoord. Langs de weg worden vervolgens door Dutchbatters honderden lijken gezien.

4.28 Op de route naar en van Klandanj werden vele stoffelijke overschotten en gevangen genomen vluchtelingen gezien. Eveneens zijn langs de kant van de weg verbrandingsresten gezien van vermoedelijke persoonlijke eigendommen van deze vluchtelingen.

Twee Dutchbat-militairen verklaarden op de weg terug van Nova Kasaba naar Bratunac op 14 juli tussen de 500 en 700 stoffelijke overschotten te hebben gezien. Twee andere militairen van Dutchbat, die zich in hetzelfde voertuig bevonden, verklaarden echter slechts enkele stoffelijke overschotten te hebben gezien. Het is derhalve niet duidelijke hoeveel stoffelijke overschotten er toen op of langs de weg van Nova Kasaba naar Bratunac hebben gelegen. Wel hebben op 15 juli militairen ongeveer 30 stoffelijke overschotten waargenomen op deze weg en hebben ze 'opruimploegen' (deze hadden plastic handschoenen aan) en kiepauto's en vrachtauto's met stoffelijke overschotten gezien.

In het voetbalstadion ten noorden van Nova Kasaba zijn gehurkte ABiH-gevangenen gezien. Het totale aantal werd op ongeveer 1.000 geschat. Op 13 juli wordt 's avonds uit noordelijke richting heel veel schieten met handvuurwapens gehoord. Op de BSA-kazerne in Nova Kasaba werd tegelijkertijd een gevangene binnengebracht. Een BSA-luitenant deelde mede dat van de groep vluchtende moslims er een deel was dat zich wilde overgeven en dat een deel dit niet wilde, waarna deze onenigheid tot onderlinge gevechten leidde.

4.29 Bij de gehouden debriefings is geen informatie beschikbaar gekomen die zou kunnen duiden op het bestaan van massagraven. 6.34. Tijdens de hectische verplaatsingen van vluchtelingen van Srebenica naar de compound te Potocari op 11 juli zijn er ook veel militaire voertuigen van Dutchbat over die route gereden. Naar het zich laat aanzien bestaat de mogelijkheid dat men daarbij over vluchtelingen (dode en/of levende) is gereden; er is een aantal verklaringen waarin wordt aangegeven dat dit niet moet worden uitgesloten.