De droom van de ijskast

Marianne Busser en Ron Schroder, Het Mannenkoor gaat voetballen. Ill. Akkie Bosje, Uitg. Harlekijn, Prijs ƒ 27,90. Quentin Blake, Het clowntje. Uitg. Fontein, Prijs ƒ 24,90

Wat verschijnen er toch veel prentenboeken. Helaas is een groot deel daarvan het aanzien nauwelijks waard, omdat de illustraties snel gemaakt en slordig zijn. Of saai, met zoete diertjes met grote ogen. Vaak ook is de tekst niet meer dan een standaardverhaaltje en worden er nodeloos veel woorden gebruikt. De hoeveelheid tekst en tekeningen is niet in evenwicht, de woorden vertellen wat de illustratie al toont, de tekening voegt niets aan de tekst toe. In goede prentenboeken is er een evenwicht tussen beide. Tekst en tekeningen zijn op zichzelf avontuurlijk en hebben een evenredig aandeel in het verhaal. Het prentenboek wordt veel te vaak opgevat als een makkelijk genre. Slechts weinigen slagen er, zoals Harrie Geelen, in van een prentenboek een belevenis te maken.

De meeste prentenboeken gaan over dieren, maar sommige gaan over mannetjes. Bij uitgeverij Harlekijn verscheen in de 'vrolijke verhalen-serie' (een titel die het ergste aan oppervlakkigheid doet vrezen) een nieuw deel van de Mannenkoor-serie. In Het Mannenkoor gaat voetballen, opgedragen aan het Nederlands elftal, staan vijf verhalen. De tekeningen van de veertig koorleden, zwart-witte baasjes in pandjesjassen, zijn bijzonderder dan de tekst. Geïsoleerd zou zo'n poppetje niet bepaald een toonbeeld van expressie zijn, want ze bestaan slechts uit een lijn, twee stippen als ogen, een streepje als mond en een zwart strikje. De kracht van deze illustraties is de herhaling. Samen vormt Het Mannenkoor een intrigerend patroon, als identieke stempeltjes. Als de mannetjes op een rij bij de dokter staan, met veertig precies dezelfde blote billen, is het effect humoristisch.

Het Mannenkoor gaat voetballen is zo'n prentenboek met onnodig veel tekst. Maar af en toe zijn de schrijvers erin geslaagd de tekst eenzelfde staccatokarakter te geven als de tekeningen. Dat is dan ook te danken aan de opmaak, in korte zinnetjes zijn de woorden over de pagina gezet. Soms bereiken illustratie en tekst elkaar op een grappige manier, zoals in het verhaal waarin het koor gaat fietsen waarbij een eindeloze tandem letterlijk de woorden in lijkt te rijden. In 'Het Mannenkoor geeft een bibberconcert', als het hele koor op de illustratie uit rimpelige lijnen is opgetrokken wegens het leegeten van een vrachtwagen vol ijs, klinkt hun lied als volgt:

'Ze bibberen van een ijsbeer met handschoenen

van een zwembad vol warme chocolademelk

en van een ijskast die een kacheltje wou worden.'

Met de juiste voorlezer, die deze regels trillend voorleest en in de rest van de verhalen wat zinnen overslaat, is Het mannenkoor gaat voetballen een vermakelijk prentenboek.

Een voorbeeld van een prentenboek dat zonder woorden een mooi verhaal vertelt, is Het clowntje van Quentin Blake. Inmiddels maakte Blake al een groot aantal boeken, maar de meeste mensen kennen hem alleen als de illustrator van Roald Dahl. Jammer, want ook zijn eigen werk is de moeite waard.

Het clowntje is een jolig mannetje dat door een grimmige mevrouw samen met een heleboel andere speelgoedbeesten in een vuilniszak wordt gesmeten. Hij wurmt zich eruit, vindt twee kleine gymschoentjes in de vuilnisberg en trekt de wereld in op zoek naar hulp. Voort spoedt hij zich langs het voortrazende verkeer, een dapper gekleurd kereltje in een bedreigende wereld. In een tekstballon die Blake in plaats van voor woorden gebruikt voor een extra tekeningetje schetst het clowntje het leed in het vuilnisvat, aan een kindje dat zonder pardon wordt meegesleurd door haar moeder en aan een stompzinnig meisje met een glimmende strik in het haar die hem louter als pop beschouwt. Uiteindelijk belandt hij door een zwaai van een woedende, in leer gehulde mannenarm via een raam bij twee zielige kinderen. Eerst helpt hij hen met het opruimen van het huis, vervolgens redden zij de speelgoedbeesten. Bij thuiskomst vindt hun moeder een rij blije speelgoedbeesten op een keurig opgemaakt bed, met in hun midden een gelukzalig knipogend clowntje.

Blake bewijst dat er voor een mooi prentenboek met een goed verhaal soms niet eens woorden nodig zijn. Zijn expressieve, fel gekleurde illustraties spreken boekdelen. Een handig boek voor luie ouders en ondernemende kleuters, een boek om zelf te lezen als je nog niet lezen kunt.