Amateurboksen lijdt onder uittocht talent

ROTTERDAM, 31 OKT. De noodklok luiden doet de Nederlandse Boksbond (NBB) vooralsnog niet, maar de toekomstperspectieven van de noble art of self defence in Nederland stemmen somber. Vooral bij de amateurs is de droevenis groot. Sinds boksers als Orhan Delibas, Raymond Joval en Don Diego Poeder besloten in het voetspoor van wereldkampioen Regillio Tuur te treden en de rijen der amateurs verlieten voor een bestaan als professional, heeft de vaderlandse amateur-elite danig aan kwaliteit ingeboet.

De Nederlandse kampioenschappen voor amateurs waren daarvan het trieste bewijs. De afgelopen week liet het niveau in veel gevallen al te wensen over. Gisteren was het in sportcentrum Schuttersveld in Rotterdam niet anders bij de finales van de nationale titelstrijd in de negen verschillende gewichtsklassen. Uitgerekend in Crooswijk, de thuisbasis van wijlen Bep van Klaveren, deden de vuistvechters de naam van de Rotterdamse sporthal alle eer aan. De tijden van de Dutch Windmill zijn definitief vervlogen, voor zover ze dat lang geleden al niet waren.

Drie jaar geleden vaardigde NOC*NSF maar liefst zes boksers af naar de Olympische Spelen in Barcelona. Twee van hen behaalden een medaille: Orhan Delibas (zilver) en Arnold Vanderlijde (brons). De NBB en de nationale sportkoepel waanden zich bevoorrecht en keken reikhalzend uit naar de Spelen van 1996 in Atlanta, ook al zette routinier Vanderlijde een punt achter zijn carrière. Delibas werd de nieuwe aanvoerder van het nationale team, boegbeeld van een talentvolle lichting en bovendien speerpunt van NOC*NSF in de aanloop naar de Spelen.

Maar aangemoedigd door de sportieve en financiële successen van de boksende zakenman Tuur en het bekrompen amateurisme meer dan beu, waagde Delibas dit voorjaar de sprong naar het full-profbestaan. De Nederlandse Turk gaat inmiddels door het leven als Turkish Delight en heeft Arnhem verruild voor New York. Joval en Poeder maakten de uittocht van talent compleet. “Die grote jongens hou je toch niet tegen”, zegt NBB-voorzitter Henk Los. “De leegloop is vervelend, maar biedt anderen tegelijkertijd kansen zich te onderscheiden.”

Hennie van Bemmel en Ben Zwezerijnen zijn minder optimistisch. De beide bondscoaches zijn door de exodus noodgedwongen aangewezen op de nationale subtop: aardige en goedwillende boksers die op het internationale vlak echter niet meetellen. De hoop is stilletjes gevestigd op een amateur die op een groot toernooi - net als Don Diego Poeder enkele jaren geleden - plotseling boven zichzelf uitstijgt en vanuit het niets doorstoot naar de top.

Zowel Van Bemmel als Zwezerijnen heeft al laten doorschemeren dat het vizier beter op de Spelen van Sydney in het jaar 2000 kan worden gericht. Volgend voorjaar moeten de amateurs op het EK in Denemarken olympische kwalificatie voor 'Atlanta' afdwingen door zich bij de beste acht in hun gewichtsklasse te scharen. Dat lijkt een onmogelijke opgave gezien de overmacht uit vooral Oost-Europa en de technische tekortkomingen van boksers als Hans Janssen, Eric van den Heuvel en Arthur Santana.

De laatste is inmiddels 27 jaar en zijn staat van dienst kan exemplarisch worden genoemd voor het Nederlandse amateurboksen. Gisteren behaalde de Rotterdammer voor de zevende keer de nationale titel in het lichtgewicht (tot zestig kilogram) door in een pittig treffen de Drent Peter Warring te verslaan. Op internationaal niveau heeft Santana tot op heden echter weinig indrukwekkends gepresteerd. Enkele maanden geleden overwoog de bokser van de Rotterdamse boksschool Hoboken daarom voortijdig uit de ring te stappen, maar op het laatste moment kwam hij terug op zijn besluit. Nu is hij een van de vaandeldragers van de nationale selectie.

Het amateurboksen bevindt zich in een neerwaartse vicieuze cirkel. Door de aantrekkingskracht van het grote geld raakt het keer op keer zijn smaakmakers kwijt en daarmee de aandacht van pers en publiek. Het profboksen onttrekt zich in tegenstelling tot de amateurs aan een uniforme regelgeving en bepaalt zijn eigen wetten. Tot tevredenheid van het grote publiek dat smult van het voorgeschotelde gerecht met ingrediënten waar het de amateurs altijd aan zal ontbreken: een opgeklopte sfeer, veel glitter en glamour en een uitputtingsslag over meer dan zes ronden. Bovendien ondervinden de amateurs de nadelen van het negatieve imago dat grotendeels door de profboksers wordt gecreëerd. Want welke sponsor wil geassocieerd worden met een sport waar onlangs nog drie doden te betreuren vielen?

De NBB stelt zichzelf voorlopig gerust met de gedachte dat de neergang in het amateurboksen het gevolg is van de bekende magere jaren. Bondsvoorzitter Los: “De bokssport heeft vele stormen doorstaan en zal dat blijven doen. Wij gokken op de jeugd. Doemdenkers heeft de sport al genoeg.”

    • Mark Hoogstad