Zürich heeft indrukwekkende cocktail van drugsprojecten; 'Van de dealers kwam bijna negentig procent uit het buitenland, maar velen zijn weer vertrokken'; 'Verstrekking van heroïne via Spritz of sigaretten wordt door computer bijgehouden en opgeteld'

Hij is opgewekt. Laatst heeft hij weer met zijn moeder gesproken. Ruim drie jaar had hij geen contact met haar gehad, opgeslokt door de 'hel van Zürich'. Hij is verlegen, wat mager, en heeft een vriendelijk gezicht. Andreas is een van de ongeveer zesduizend drugsverslaafden in de stad. Maar hij heeft geluk. “Ik heb af en toe een job voor een of twee dagen. Soms valt er te leven in de hel.”

Zwitserland experimenteert met achthonderd verslaafden in steden als Bern, Basel, Genève, Olten, Thun en Winterthur. In 1994 werd in de pioniersstad Zürich een project opgezet waaraan inmiddels een kleine tweehonderd heroïnegebruikers deelnemen. Onder medisch toezicht nemen de uitverkorenen in een aantal klinieken tot drie keer per dag hun shot. Dat gebeurt ter plaatse om te voorkomen dat ze een deel ervan tegen zwartemarktprijzen op straat verkopen. De eerste conclusies van het project Lifeline zijn positief, al wordt pas over vier weken een wetenschappelijke tussenbalans opgemaakt.

De Nederlandse ministers Borst (volksgezondheid) en Sorgdrager (justitie) kijken er reikhalzend naar uit. Zij willen op korte termijn in Rotterdam voorzichtig gaan experimenteren met de verstrekking van heroïne aan zwaar verslaafden. Maar 'Zürich' heeft een deel van de Tweede Kamer er inmiddels van overtuigd dat het Nederlandse drugsexperiment groter moet worden opgezet.

Tussen de bankkantoren, in de dure winkelstraten en langs de kades van Zürich broeit het al jaren. Duizenden verslaafden en dealers uit vele landen kwamen naar de enige stad ter wereld die er een open scene voor harddrugsconsumptie op nahield. De stad, een van de duurste van Europa, is het epicentrum van het grote verslavingsprobleem van Zwitserland. Van de zeven miljoen inwoners van Zwitserland zijn er naar schatting 30.000 verslaafd aan heroïne. Nederland telt op een bevolking van vijftien miljoen mensen zo'n 25.000 verslaafden.

Het samenbrengen van vraag en aanbod op één locatie, zo was het beleid van de gemeente Zürich, zou de overlast in de rest van de stad beperken. Bewoners, winkeliers, zakenlieden, politie en de gemeente konden ten slotte niet meer aanzien dat hun binnenstad steeds meer vervuilde en onveiliger werd. Televisiebeelden van het Platzspitz-parkje aan de rivier de Limmat, waar honderden junkies en dealers enkele jaren vrij spel hadden, gingen de hele wereld over.

Nadat het park in 1992 was afgesloten streken de bewoners neer bij het oude station Letten, even verderop. De zaak escaleerde opnieuw, totdat een waar politieleger in februari van dit jaar ook deze drugsvrijhaven schoonveegde. “Er was te veel geweld, criminaliteit en overlast voor de bewoners van de wijk”, zegt M. Bebiér, chef van de Kriminalpolizei in Zürich.

Het doel van de actie was te voorkomen dat de dealers en junks opnieuw zouden samenscholen. “Dat is geslaagd”, zegt Bebiér. De probleemgroep is opgelost in het niets, zo lijkt de politie te willen geloven. “Van de dealers was bijna negentig procent afkomstig uit het buitenland”, aldus Bebiér. “Uit Albanië, Libanon, de Magreb-landen. Die kunnen hun waar niet meer in het openbaar verkopen, dus zijn er velen vertrokken.” Verdwenen, verjaagd naar andere delen van Zürich of de rest van het gelijknamige kanton, of vastgezet. De Zwitserse bevolking nam vorig jaar met overweldigende meerderheid een wet aan die de bewegingsvrijheid van illegale buitenlanders beperkte tot niet veel meer dan de gevangenis.

In werkelijkheid lijkt het probleem zich vooral te hebben verspreid over de stad. Veel dealers en junks handelen en consumeren in de beslotenheid van een steeds groter aantal drugspanden, niet alleen in de binnenstad, maar dit keer ook in de buitenwijken. “Als de bevolking het gevoel krijgt dat ergens een nieuwe open scene ontstaat, treden we repressief op”, zegt Bebiér. De nieuwe aanpak heeft wel een grote aanslag op het politieapparaat gedaan. Aan de randen van de stad zijn veel kleine politiebureaus gesloten om personeel vrij te maken voor het centrum. “Dat je na elf uur 's avonds geen aangifte meer kunt doen van een fietsendiefstal nemen mensen op de koop toe.”

Annette Mühlhausen zet de computer aan. Ze werkt bij het Zürcher Opiat Konsum Lokal, Zokl-2, onder leiding van de arts André Seidenberg. “Kijk, hier kun je precies zien hoeveel gram heroïne dit meisje vandaag mag hebben. Alles wordt automatisch bijgehouden en opgeteld, heroïne via de Spritz of sigaretten. Er is geen verstrekking zonder dat de computer is geraadpleegd. Zo kun je hun persoonlijke geschiedenis vastleggen en voorkomen dat iemand te veel krijgt. Laatst hadden we een storing van een half uur. Ze hebben me verrot gescholden.”

Zokl-2 is een van de centra waar verslaafden hun heroïne kunnen halen. De gemeente Zürich en ook de Zwitserse regering in Bern waren enkele jaren geleden tot het inzicht gekomen dat de bestrijding van de drugsproblematiek een zaak is met meer kanten dan repressie. “Repressie helpt niet. Niet repressie alleen”, zegt wethouder van sociale zaken Monica Stocker. Zij is sinds enkele jaren de bezielende kracht achter de acceptatie van verslaafden in Zürich.

Aan het grauwe gebouw aan het Helvetiaplatz, waar haar Sozialamt is gevestigd, hangt een gele automaat waar junks voor een paar francs spuiten kunnen trekken. Om het goede voorbeeld te geven. “Verslaving is niet iets goeds, maar iets normaals in onze maatschappij”, zegt ze. Aan dat besef heeft de “ramp” die zich in de stad voltrok met de openbare drugstaferelen een bijdrage geleverd, zegt burgemeester Josef Estermann. “De politiek is ervan overtuigd geraakt dat we iets moesten doen. Het was een noodtoestand.”

Vooralsnog is het heroïneproject Lifeline strikt wetenschappelijk opgezet. Driehonderd verslaafden kunnen er in Zürich aan deelnemen, onder strikte voorwaarden. Een deelnemer moet uit Zürich afkomstig zijn, minimaal twee jaar verslaafd zijn en ten minste twee keer een vergeefse poging hebben gedaan af te kicken. De minimumleeftijd is twintig jaar.

Het doel van Lifeline is te onderzoeken of het leven van een verslaafde tot rust kan worden gebracht: van de straat af, uit de onveilige, harde en gezondheidsbedreigende scene. Afkicken is niet het eerste doel. Wel hopen de Zwitsers dat de kansen hierop groter worden als het leven van de betrokkene zich heeft gestabiliseerd, en hij zich enigszins heeft kunnen integreren in de maatschappij.

Wethouder Stocker: “Wie niet meer de straat op hoeft om spul te gaan halen, houdt tijd en energie over voor andere dingen. In plaats van op straat liggen gaan sommigen een beetje communiceren, oude vrienden opzoeken, of een dag of twee in de week werken. Dat kan niet van de ene op de andere dag, maar dit is een begin. In een kliniek krijgen ze schone spuiten en zuivere heroïne voor een lage prijs. Wij staan erop dat ze ervoor betalen, al is het niet veel. Andere mensen betalen ook als ze iets willen hebben. Ze zitten minder in het criminele milieu, de gevaren voor besmetting met HIV, hepatitis of tbc worden verkleind. Er is een klein beetje hoop.”

Zürich kent een indrukwekkende cocktail van projecten voor verslaafden. De infrastructuur houdt niet op bij de heroïneverstrekking, die voor een relatief zeer klein deel van de verslaafden toegankelijk is. “De verstrekking is een deel van de aanpak. Zonder ondersteunende projecten voor werk, huisvesting, sociale en medische hulpverlening heeft het geen zin”, zegt Stocker. Zürich telt zeven Fixerräume, openbare ruimtes waar verslaafden onder medisch toezicht heroïne of cocaïne kunnen innemen. In tegenstelling tot de ruimten van het heroïneproject moeten de fixer hun verdovende middelen zelf meebrengen. Het gebruik van cannabisprodukten is er verboden. Er zijn opvanghuizen voor daklozen, methadon- en afkickklinieken, centra voor dagopvang en een medische kliniek voor de behandeling van ziekten en aandoeningen die direct met het gebruik van harddrugs te maken hebben.

De eerste resultaten van de heroïneverstrekking in Zürich wijzen na anderhalf jaar op een licht positieve trend, menen de hulpverleners. De gemiddelde consumptie van heroïne liep met bijna een kwart terug, van 437 naar 331 milligram per dag. Een deel daarvan werd gecompenseerd door een lichte toename van het gebruik van methadon.

De middelen die de verslaafden naast heroïne gebruiken zijn nog steeds een bron van zorg, concludeert projectleider Uli Locher van Lifeline. In mei van dit jaar bleek uit urine-onderzoek onder de deelnemers dat de helft ook cocaïne gebruikte, al bestaat ook daar een dalende lijn. Locher weet dat er in de “labiele toestand” van een drugsverslaafde weinig tegenslag nodig is om hem te doen terugvallen in oude patronen. Die labiliteit wordt nog versterkt doordat een groot deel van de verslaafden besmet is met HIV, en dus een uiterst onzekere toekomst heeft.

Cocaïne, dat veel schadelijker is voor de gezondheid, wordt niet verstrekt van overheidswege. Voor dat deel van hun verslaving zijn de junkies nog steeds aangewezen op de zwarte markt. “Jammer”, zegt wethouder Stocker. “Wij willen het liefste alles verstrekken wat ze nu in het criminele milieu moeten zoeken.” Maar daarvoor heeft de regering geen toestemming gegeven.

Dat een deel van de junkies nog steeds afzakt naar de drugspanden is voer voor sceptici en tegenstanders van de verstrekking van harddrugs. Zoals de politie en het openbaar ministerie in Zürich, die vooralsnog zeer terughoudend reageren. Officier van justitie U. Weder en rechter P. Diggelmann van het Obergericht in het kanton Zürich hebben hun twijfels. “Het is een interessante mogelijkheid om te onderzoeken wat de verstrekking van heroïne oplevert, maar het zal het probleem niet oplossen”, zegt Diggelmann. “De verkoop van drugs en de criminaliteit houden niet op zolang nagenoeg alle deelnemers andere middelen zoeken op de zwarte markt.”

De hulpverleners hebben echter nog meer prioriteiten. Zij zien een steeds groter aantal verslaafden een baantje nemen in een houtwerkplaats van het Sozialamt, of bij begeleidende werkprojecten in tuinen en bossen in de omgeving. “Het ging om totaal verwaarloosde, gedesintegreerde mensen die aan het project begonnen”, zegt burgemeester Estermann. “Als we niets hadden gedaan zaten ze nog op straat.”

Zijn stad wil graag verder, maar zal moeten afwachten wat het experiment eind 1996 heeft opgeleverd. Ondertussen reist de ene na de andere buitenlandse delegatie naar Zürich, geïnteresseerd in de Zwitserse aanpak. Behalve uit Duitsland, Oostenrijk en Italië is vooral de belangstelling uit Nederland groot. Rotterdam onderhoudt warme contacten met Zürich, en sinds vorige week ook de vaste Kamercommissie voor justitie. Binnenkort reist een delegatie van Limburgse burgemeesters af naar Zwitserland. “Wij denken dat Nederland het centrum van de wereld is”, zei het Kamerlid M. Rabbae (GroenLinks) na zijn bezoek. “Maar in werkelijkheid is dat Zürich.”

De Zwitsers kijken intussen met argusogen naar de ontwikkelingen in Nederland. De Duitse versie van de drugsnota van Borst en Sorgdrager is verspreid en gretig gelezen in de noordelijke Alpen. De reactie is er een van teleurstelling. “Ik vind het jammer dat Nederland, dat lange tijd het voortouw in handen heeft gehad, zich blijkbaar zoveel aantrekt van het buitenland”, zegt wethouder Stocker. “Frankrijk kan de ogen sluiten voor de drugsproblemen, maar daarmee los je niets op. Ik ben ervan overtuigd dat de verstrekking of de verkoop van harddrugs over vijf of tien jaar normaal is. Dat is wat er moet gebeuren: een normalisering van het probleem. Oplossen kun je het niet, zo blijkt telkens weer.”

    • Rob Schoof