Wrange, korzelige grappen door de tranen heen

Voorstelling: Rembrandt was mijn buurman, van Eli Asser, door Haarlems Toneel. Spelers: Ton Lutz, Jim Berghout, Vastert van Aardenne, Ann Hasekamp, Marianne Vloetgraven, Leo Hogenboom, Marieke de Kruijf en Freek van Muiswinkel. Decor: Cees Dam. Regie: Joanna Bilska. Gezien: 28/10 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 3/2.

Van zijn oom heeft de joodse jongen vóór de oorlog een wijs advies gekregen. Kijk, zei de man, dáár woonde de wereldberoemde Rembrandt, vlak tegenover het huis van je vader en moeder. En als je ooit te kampen krijgt met slechte mensen die je de voet willen dwars zetten, dan hoef je alleen maar te zeggen: “Ik kom uit de Joden Houttuinen nummer 5, in Amsterdam, en als het u niet duidelijk is wat ik daarmee bedoel, dan heb ik nog maar vier woorden nodig: Rembrandt was mijn buurman.” Daar zullen ze niet van terug hebben.

Op 72-jarige leeftijd schieten de succesvolle architect Mathieu Verdoner die woorden weer te binnen. Hij is met een kwaaie kop weggelopen uit een party en op de grote weg tegen de vangrail geknald. Daardoor is in zijn hoofd iets geknapt. Het politiebureau doet hem denken aan de Gestapo in de Euterpestraat. Als hem naar zijn kentekennummer wordt gevraagd, raakt hij in verwarring. En als de agent hem ter ontnuchtering even in een cel stopt, voelt de cel aan als het joodse krankzinnigengesticht in het Apeldoornse bos, waar hij tijdens de bezetting als verpleger een aantal maanden veilig was.

Rembrandt was mijn buurman, geschreven voor het Haarlems Toneel, schuift in filmische scènes heen en weer tussen vóór de oorlog, tijdens de oorlog, vlak daarna en nu. Het is lastig het stuk los te zien van de autobiografie van auteur Eli Asser, die zelf in dat gesticht heeft gewerkt en - net als Verdoner - voor de morele keus heeft gestaan te vluchten voordat de Duitsers het leeg kwamen halen of met de patiënten mee te gaan op hun onzalige transport. Veel van wat de hoofdpersoon van zijn toneelstuk heeft meegemaakt, moet op waarheid berusten. Het is te bizar om verzonnen te zijn.

Naast de flashbacks, die dit voorjaar al gedeeltelijk te zien waren in zijn tv-spel Het laatste glas melk, plaatst Asser de reacties van de hedendaagse omgeving. Hij verklaart er de achterdocht mee die Verdoner nog steeds met zich meedraagt, en laat de kortsluiting zien met wie het niet hebben meegemaakt.

“Voelen jullie je oorlogsslachtoffers?” wordt de architect gevraagd. “Je gebruikt daar een woord waaraan ik een godsgloeiende hekel heb,” antwoordt hij. “Oorlogsslachtoffers? Nee, jullie.”En als hem wordt verteld over het schuldgevoel van familieleden die tijdig naar Australië zijn geëmigreerd, schreeuwt hij: “Iederéén die nog leeft, heeft z'n familie laten barsten!”

Het is een van de weinige keren dat Asser zijn alter ego laat ontploffen. Voor de rest is hij vooral de man die zichzelf in balans tracht te houden, en zelden over de oorlog praat, hoewel die naar zijn zeggen 'altijd aanwezig' is. Zijn zoon neemt het hem zelfs kwalijk, dat hij er nog maar zo weinig over heeft verteld. Maar zijn vrouw remt hem liever af; ze weet hoe gevoelig het allemaal ligt, omdat ze er zelf bij is geweest. In korte, soms bijna laconiek geschreven scènes maakt Asser duidelijk hoe dicht dat verleden nog altijd bij het heden ligt. Alles heeft met alles te maken. Behalve, wat mij betreft, het feit dat Verdoner een lucratieve opdracht wil teruggeven wanneer zijn ontwerp niet ongeschonden wordt geaccepteerd door de opdrachtgever. Omdat ik het verband met de oorlogsgeschiedenis niet heb begrepen, vind ik ook het slot van het stuk minder helder dan wat zich daarvoor afspeelt.

Maar aan alles in de voorstelling zijn de zuivere intenties af te zien waarmee het Haarlems Toneel, onder leiding van Joanna Bilska, dit bijzondere statement heeft geënsceneerd: sober, functioneel, gevoelig zonder sentimenteel te worden, en met een scherp oog voor de wrange, korzelige grappen die Asser als geroutineerd comedy-auteur door de tranen heen laat opduiken. Ton Lutz is in alle opzichten de Verdoner die hem voor ogen moet hebben gestaan - de man die onwillig de confrontatie met vroeger aangaat en steeds meer bloot moet geven van de beklemming die hem bevangt. In een decor van kille panelen (ontworpen door de architect Cees Dam) en omringd door een gaaf ensemble bergt hij een herkenbaar Nederlands verhaal in zich, dat op het toneel zelden zo dichtbij is gebracht.