Voorhoeve kent zijn les goed bij de pers

DEN HAAG, 30 OKT. De BBC-correspondent wil weten of de gebeurtenissen in Srebrenica de reputatie van het Nederlandse leger niet geschaad hebben. Zijn die Dutchbatters cowards? Twaalf camera's staan op minister Voorhoeve (defensie) gericht de zaal is gevuld met ongeveer honderd journalisten uit binnen- en buitenland.

Voorhoeve stond vanochtend twee maal de pers te woord. Eenmaal de Nederlandse journalisten, op het defensievoorlichtingscentrum aan de Haagse Kalvermarkt en eenmaal de buitenlandse pers in het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Beide keren blijkt de minister zijn les goed uit het hoofd te kennen. Op de vraag of de Nederlandse militairen laf zijn geweest, of zij voldoende gedaan hebben om de massamoord in juli te voorkomen, keert steeds de parabel van de drenkeling terug. Dat is de vergelijking die D66-fractievoorzitter Wolffensperger eerder tijdens een debat in de Tweede Kamer maakte: Dutchbat was als de man die in het water sprong om vijf drenkelingen te redden. Hij redde er twee, drie verdronken. Dat geeft achteraf gevoelens van bitterheid en spijt maar er was niet meer aan te doen. De BBC-correspondent vraagt niet verder. Maar de vragen vanochtend van vertegenwoordigers van Le Monde, ITN, Channel 4 en AP waren steeds sterk gericht op de Nederlandse reputatie in het buitenland. De Nederlandse journalisten leken sterker gericht op het falen van de VN. Waar bleven de luchtaanvallen op het moment dat de enclave onder de voet werd gelopen door de Serviërs. Voorhoeve zet kalm uiteen dat in plaats van de verwachte 60 vliegtuigen die twintig doelen moesten uitschakelen, er vier opdaagden. Tegenover zijn internationale gehoor lijkt hij het extra te benadrukken: er kwamen slechts vier vliegtuigen te hulp. Twee Nederlandse die een tank vernietigden en een tank beschadigden en twee Amerikanen die hun doelen niet konden vinden en onverrichter zake terugkeerden.

Maar op de vele malen gestelde vraag of dan wellicht niet de VN en met name commandant Janvier verantwoordelijk moet worden gesteld voor de “horrible disaster and appaling tragedy” luidt het antwoord ook steeds hetzelfde. “We moeten geen Zwarte Pieten uitdelen,” tot de Nederlandse pers. En “it is realy a wrong reaction to blame the UN of UN- military for these crimes”. Ofwel het heeft geen zin om de VN of VN-militairen aan te wijzen als zondebok, want de echte schuldigen zijn de Servische leiders.

Maar is het onderzoek wat nu is verricht onder Nederlandse militairen, de debriefing, wel onafhankelijk genoeg, wil de AP-verslaggever weten? En, nogmaals, hebben de Nederlandse soldaten wel genoeg gedaan voor de moslimbevolking. Voorhoeve herhaalt zijn college: Juist om te voorkomen dat er zaken zouden worden weggemoffeld hebben twee onafhankelijke experts de debriefing begeleid. Bovendien heeft hij een compliment gekregen voor de opzet van het onderzoek van rechter Goldstone, de aanklager van het internationaal tribunaal in Den Haag dat de oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië moet berechten. En of er genoeg gedaan is? Volgt weer het verhaal van de drenkeling. Thats not true! riposteert de AP-verslaggever. Want hebben er niet berichten in de kranten gestaan over medische hulp die de plaatselijke bevolking is onthouden?

Voorhoeve is niet van zijn stuk te krijgen. De journalist moet het rapport nog maar eens goed bekijken. Dan volgt het verhaal over de verschillende culturen tussen de militaire medici en de andere officieren van Dutchbat die geleid heeft tot tensions, spanningen die die verhalen in de wereld hebben gebracht.

    • Frank Vermeulen