VN en Dutchbat verwachtten geen aanval op Srebrenica

DEN HAAG, 30 OKT. Zowel de Verenigde Naties als Dutchbat zijn overvallen door de goed voorbereide aanval van de Bosnische Serviërs op de enclave Srebrenica. De aanval zou al een week eerder zijn uitgevoerd als er voldoende bussen beschikbaar waren geweest om de vluchtelingen te deporteren, zei minister Voorhoeve (defensie) vanochtend in een toelichting op het rapport over de gebeurtenissen rond de val van Srebrenica. Het rapport is samengesteld op basis van 'debriefings' van 460 Nederlandse militairen.

Ondanks de verslechterende militaire situatie in juni en de reeks pesterijen van de Bosnische Serviërs bij het niet toelaten van konvooien en het innemen van een observatiepost verwachtte het dertiende bataljon van de luchtmobiele brigade niet dat de Bosnisch-Servische legermacht van 5.000 man, met zware wapens opgesteld in de heuvels van Srebrenica, zou proberen de gehele enclave te veroveren. “Van 4 juni tot 6 juli heerste er militair gezien een relatieve rust in de enclave”, aldus het rapport.

Begin juli kan Dutchbat nog maar op zeer bescheiden schaal zijn taken uitvoeren. Er is voor twaalf dagen drinkwater, nauwelijks dieselolie en aan munitie is slechts 16 procent van de operationale behoefte aanwezig. Anti-tank afvuurinstallaties en de raketten zelf zijn onbetrouwbaar of uitgeschakeld door gebrek aan reserve-onderdelen. “Het personeel waant zich langzamerhand in een uitzichtloze situatie.” De mannen die vanaf de grond de gevechtsvliegtuigen naar de plek moeten loodsen waar ze moeten bombarderen keren niet terug van verlof of kunnen hun taak niet aan.

Maar gebombardeerd wordt er niet. “Zowel de bataljonsstaf als de rest van Dutchbat is er van overtuigd dat de val van de enclave te wijten is aan de volstrekt onvoldoende steun uit de lucht.” Eerder is al in het rapport gemeld dat alleen met steun uit de lucht de enclave verdedigd kan worden. “De bataljonscommandant acht de opdracht tot verdediging niet uitvoerbaar. Elke vorm van gewapend verzet zou tot beschietingen door de Bosnische Serviërs en daarmee tot vele slachtoffers onder de vluchtelingen hebben geleid”, aldus het rapport.

Het 'veilige gebied' Srebrenica valt en de mannen van Dutchbat krijgen de opdracht “een menselijk schild” rond de vluchtelingen te vormen. Ze staan er volgens het rapport versteld van hoe snel de Bosnisch-Servische generaal Mladic na de val van de enclave de bussen gereed heeft voor het vervoer van de vluchtelingen. “Om excessen bij het transport te voorkomen besluit de bataljonscommandant mee te werken aan evacuatie.”

Bijna was die humanitaire hulpverlening niet doorgegaan, want minister Voorhoeve oppert volgens het rapport een dag eerder, op 11 juli, in een gesprek met de chef staf van UNPROFOR, de Nederlandse brigade-generaal Nicolai, het plan om Dutchbat zo snel mogelijk uit Srebrenica te evacueren en in veiligheid te brengen volgens plannen die eerder door de NAVO zijn opgesteld. Nicolai adviseert Voorhoeve Dutchbat maximale steun te laten verlenen aan de evacuatie van de vluchtelingen omdat de Servische druk is afgenomen.

Daarna volgt in het rapport een opsomming van getuigenissen over het aantal lijken dat de Nederlandse militairen hebben gezien, stoffelijke overschotten van weerbare mannen die bij de vluchtelingen zijn weggehaald en vermoord. Het aantal slachtoffers is volgens het rapport niet exact aan te geven, maar wordt op basis van getuigenissen geschat op enkele duizenden.

Uit de verhoren blijkt ook dat er grote spanningen waren bij de medische staf en tussen de medische staf en de leiding van Dutchbat. Over de moeizame communicatie tussen Dutchbat, VN-staven en Den Haag en tussen de landmacht en het ministerie wordt niet gerept.

Wel wordt er kort ingegaan op de verhouding tussen de Nederlandse militairen en het moslimleger. “Meerdere militairen hebben het gevoelen gehad dat de militairen van het regeringsleger niet te vertrouwen waren. Enkele uitspraken: de leiding had de touwtjes niet in handen. De moslims wilden hen (de Nederlanders) betrekken bij gevechten door onder Nederlandse voertuigen te gaan liggen en dan op de Bosnische Serviërs te schieten. Ze braken in op de observatieposten.” Aan de Bosnische Serviërs wordt in het rapport een betere discipline en beter georganiseerd optreden toegedicht dan aan het regeringsleger.