'Van alle jongens in de wereld wil ik winnen'

Vroeger zeilden mijn ouder veel. Ik kreeg een bootje toen ik zes was. Ik zat op een club in Loosdrecht. Op mijn elfde kwam ik in de kernploeg en mocht ik voor het eerst naar het EK in Ierland. Dit jaar was een heel goed jaar. Ik ben nationaal kampioen: een Belg was eerste op de open Nederlandse kampioenschappen en ik tweede. En ik ben wereldkampioen bij de meisjes. Ik was achttiende en het beste meisje. Volgend jaar is het WK in Zuid-Afrika. Daar wil ik van alle jongens in de wereld winnen.

De Optimist is een heel klein bootje. Op je vijftiende moet je naar een andere boot. Ik weeg 41 kilo, wat ongeveer het ideale gewicht is. Een Optimist is langzaam, omdat hij een klein zeiloppervlak heeft. Maar hij is een basis voor andere boten. Alle technieken slijten er in. Je leert perfect overstag gaan. Je let op winddraaiingen - dat kan je of dat kan je niet - waar je veel tijd mee kan winnen in een wedstrijd. Ik kan veel snelheid maken op golven, waarbij je heel nauwkeurig moet sturen. Als er veel golven staan, windkracht vijf of zes, win ik vaak.

Op een dag zijn er meestal er drie wedstrijden van ongeveer anderhalf uur. Ik zeil ieder weekeinde. Als er geen wedstrijden zijn, train ik op het IJsselmeer bij Hoorn. Niet door de week, want het is meer dan een uur rijden naar Hoorn. En de boot optuigen duurt ook een uur. De rest van de week doe ik conditietraining en andere sporten voor het zeilen. Maandag jazzballet. Dinsdag kung-fu als krachttraining. Je wordt er ook lenig van. Woensdag bergbeklimmen voor mijn armspieren. Donderdag en vrijdag hardlopen met mijn vader. En altijd 's avonds opdrukken en oefeningen.

Ik wil zeker doorgaan met zeilen. Niet als beroep, maar ik wil wel meedoen aan een groot evenement als de America's Cup. En ik ga de komende jaren ontzettend hard zeilen voor Sydney 2000. Dan ben ik achttien.

    • Remmelt Otten