Structuur Europese Unie zet een premie op stilstand en afpersing; Onder de bevolking, maar ook in de politiek, groeit heimwee naar de tijd dat de nationale grens nog een grens was, en het buitenland nog buitenland

De grote maatschappelijke problemen van de jaren negentig kunnen niet meer worden opgelost binnen de nationale staat. Ze vragen een Europese aanpak. Volgens Gijs de Vries komt daar niets van terecht als de Europese Unie zich niet aanpast. Nu betekent de onwil van de een de onmacht van allen.

Wie de bevolking vraagt naar de belangrijkste politieke problemen van deze tijd, krijgt in heel Europa verrassend gelijke antwoorden: veiligheid, werk, immigratie en milieuvervuiling.

Deze vier problemen hebben één ding gemeen: zij kunnen niet langer binnen het raamwerk van de nationale staat worden opgelost. De schaal van de problemen is internationaal; de schaal van het beleid moet daaraan dus worden aangepast.

Dit zou vanzelf moeten spreken, maar de werkelijkheid leert anders. De Europese integratie stokt. Terwijl de behoefte aan Europees beleid toeneemt, neemt de bereidheid ertoe in de lidstaten af. Onder de bevolking, maar ook in de politiek, groeit heimwee naar de tijd dat de grens nog een grens was en het buitenland nog buitenland. Deze trend om weer naar binnen te keren, kent twee gevaren. In de eerste plaats het gevaar van de onderbewerktuiging: het geven van taken aan de Unie zónder de bijbehorende middelen en structuren. Zo wordt de Europese integratie op zondag beleden, maar op maandag vertreden. In de tweede plaats, het gevaar van nationaal egoïsme: het zoeken naar wat Europese volken en landen verdeelt in plaats van het werken aan wat hen bindt.

Wat haar taken inzake werk en milieu betreft, beschikt de Unie in grote lijnen over toereikende structuren en instrumenten. Wat veiligheid en migratie betreft is dat niet het geval. Daarom moet het EU-verdrag juist op deze punten worden verbeterd. Gebeurt dat niet of onvoldoende, maar worden toch nieuwe leden tot de Unie toegelaten, dan is het risico reëel dat ook de bestaande integratie zal afbrokkelen. Bij onvoldoende politieke integratie loopt ook de economische integratie gevaar.

Wij mogen niet toestaan dat de uitbreiding van de Unie neerkomt op een optelsom van nationale zwakheden. Wil de uitbreiding van de Unie niet leiden tot de ontrafeling ervan, dan is het essentieel het recht te beperken van lidstaten om besluiten te blokkeren. Het huidige Verdrag schrijft in maar liefst 46 gevallen eenstemmigheid voor. En dan zijn besluiten op het gebied van buitenlands beleid of binnenlandse zaken en justitie nog niet eens meegerekend. Daar geldt over vrijwel de hele linie unanimiteit.

In een Unie met vijftien lidstaten komt eenstemmigheid neer op stilstand. Unanimiteit betekent hetzij geen beslissing, hetzij een besluit op grond van de grootste gemene deler. Eenstemmigheid betekent ook dat deelbelangen het te makkelijk winnen van het algemeen belang: het veto zet een premie op afpersing. Zo gijzelde Portugal de Uruguay-Ronde om extra geld te krijgen voor zijn textielindustrie, dwong Spanje visquota af met de dreiging de toetreding te verhinderen van Finland, Oostenrijk en Zweden, en blokkeerden de Britse Conservatieven de benoeming van de Belg Dehaene tot commissievoorzitter. Zo leidt de onwil van één tot de onmacht van allen.

Natuurlijk leiden meerderheidsbesluiten niet automatisch tot effectief beleid. Het falen van de Unie in de buitenlandse politiek wordt niet opgeheven door versoepeling van de spelregels alléén. Maar zonder beperking van blokkademogelijkheden lukt het in elk geval niet.

De buitenlandse politiek is niet het enige gebied waarop de Unie zichzelf in staat moet stellen eindelijk effectieve besluiten te nemen. Die noodzaak is even groot op het terrein van binnenlandse zaken en justitie.

Waarom komt er in Europa geen spreidingsbeleid voor asielzoekers tot stand, zoals Nederland wil? Waarom geen effectieve controle van onze buitengrenzen? Waarom geen rechtsbescherming van de burger tegen het optreden van Europol? Op deze vragen is één antwoord: omdat de lidstaten het zichzelf hebben opgelegd hierover alleen met unanimiteit te besluiten. Dus vallen er zelden besluiten. Dat is niet in het Nederlands belang. Het is dus dringend nodig dat over zaken als asielbeleid communautair wordt beslist. Dat wil zeggen: meerderheidsbesluiten in de Raad, medebeslissing door het Europees Parlement en controle door het Hof van Justitie.

Herlevend nationalisme is het tweede gevaar dat Europa bedreigt. In Centraal- en Oost-Europa neemt het hier en daar - en niet alleen in ex-Joegoslavië - zorgwekkende vormen aan. Maar onze oosterburen hebben niet het monopolie op nationalisme en populisme. Ook in de Europese Unie komt nationaal egoïsme op. In het debat over de Europese Unie klinken schrille boventonen door. Steeds vaker wekken politici de indruk, dat de EU een zero sum game is: niet een spel waarin voor alle partijen iets te winnen valt, maar een gevecht waarbij het verlies van de één de winst van de ander is. Steeds vaker klinkt de impliciete boodschap door, dat het er in Brussel vooral om gaat te scoren tégen in plaats van mèt de EU-partners.

Maar besluiten in Brussel zijn een kwestie van geven zowel als nemen. Van populaire besluiten én van impopulaire maatregelen. Neem bijvoorbeeld de Europese begroting. Die moet op hoofdpunten worden hervormd: structuurfondsen, landbouw, inkomstenstructuur en de korting op de Britse en Duitse bijdragen. Het is in het belang van de EU dat deze zeer ambitieuze hervorming slaagt. Natuurlijk speelt de verhouding tussen nationale bijdragen en ontvangsten daarbij een rol. Maar ik wil waarschuwen tegen overspannen verwachtingen. Ik acht het politiek uitgesloten dat het de komende jaren zal komen tot een substantiële verlaging van het totaal van de begroting.

Aan de Europese begroting moeten ook geen mythische proporties worden toegedicht. De Nederlandse staatsschuld alleen is al meer dan twee keer zo hoog als de gehele EU-begroting. De EU is trouwens de enige overheid in Europa die wettelijk verplicht is te werken met een sluitende begroting.

De discussie over de toekomst van Europa dreigt in Nederland en verschillende andere landen nu te versmallen tot een discussie over de EU-begroting. Dat is niet alleen jammer, het is gevaarlijk, omdat de bevolking moet worden voorbereid op de verstrekkende beslissingen die nodig zijn om de middelpuntvliedende krachten in Europa de baas te blijven. Besluiten over één munt, één buitenlands beleid en nieuwe lidstaten zijn besluiten over de veiligheid en de welvaart in Europa. Dáár moet de discussie over gaan. Waar blijft dat debat in Nederland? Waar blijft het antwoord van PvdA en CDA op de discussie in de VVD en de recente congresrede van Wolffensperger?

Blijkens onderzoek van deze krant zet veertig procent van de Nederlandse topambtenaren nooit een voet in Brussel. Dat percentage zou onder leidende Haagse politici nog wel eens aanzienlijk hoger kunnen liggen. Nederland verdient beter. Het verdient politici die behalve over de koopkracht ook over de slagkracht van Europa met kennis van zaken debatteren - met elkaar en met de bevolking. Zonder een daadkrachtig Europa zijn de vier hoofdproblemen van de Nederlandse burger immers niet werkelijk aan te pakken. Daar ligt ons nationaal belang.

    • Gijs de Vries
    • Democratische Fractie in het Europees Parlement
    • Gijs de Vries is voorzitter van de Liberale