Spiegeltjes en kralen hadden voor de indianen toch waarde

Tentoonstelling: One Man's Trash is another Man's Treasure: Gebruiksvoorwerpen overschrijden de Grenzen van de Cultuur. T/m 7 januari in Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. Di-za 10-17u, zo 11-17u.

Of het nu gaat om een film, een schilderij of een stripboek, als er een ontmoeting tussen Europese ontdekkingsreizigers en indianen wordt afgebeeld dan ontbreken ze zelden: de spiegeltjes en kralen waarmee Europeanen in koloniale tijden een lucratieve ruilhandel bedreven met de inheemse bevolking.

Eeuwen later is het nog steeds een humoristisch gegeven. De vraag waarom de oorspronkelijke bewoners van de Nieuwe Wereld zo'n belangstelling hadden voor deze in Westerse ogen haast waardeloze voorwerpen wordt bijna nooit gesteld, laat staan beantwoord. Generaties Amerikaanse schoolkinderen hebben in de geschiedenisles geleerd dat de Hollanders in 1626 Manhattan kochten van de indianen voor wat 'snuisterijen' ter waarde van zestig gulden. Deze episode uit de geschiedenis van de Verenigde Staten wordt wel schertsend 'the greatest real estate deal in history' genoemd.

De tentoonstelling One man's trash is another man's treasure in het Rotterdamse Museum Boymans-Van Beuningen vertelt het verhaal achter de spiegeltjes en kralen. Wat deden de indianen met gebruiksvoorwerpen die Europeanen in de 17de en 18de eeuw naar Noord-Amerika brachten? Alles behalve waarvoor die dingen bedoeld waren, is het antwoord. Kogels bijvoorbeeld vormden ze om tot minuscule sculpturen.

Of Manhattan inderdaad voor wat kralen van eigenaar veranderde is overigens niet zeker, de koopakte is nooit gevonden. Maar onwaarschijnlijk is het niet. De Europeanen gebruikten over de hele wereld felgekleurde Venetiaanse, Spaanse en Hollandse glazen kralen als betaalmiddel. De indianen maakten daarvan kettingen en riemen die ze nodig hadden voor rituele dansen.

Behalve kralen waren koperen ketels zeer in trek bij de indianen, maar niet omdat die duurzamer waren dan de aardewerken potten waarin zij hun voedsel bereidden. Er verstreken enkele eeuwen eer de indianen een ketel gingen zien als iets om in te koken. Het ging hen louter om de grondstof: koper. Volgens de indiaanse traditie had de 'Grote Gehoornde Slang', een machtig wezen uit de onderwereld, een koperen staart. Een stukje koper als amulet verleende de drager bescherming tegen ziekten en kracht in de strijd. Met scharen en messen (uit Europa) sloopten indianen de ketels om er (in hun ogen) nuttiger voorwerpen van te maken. Het mooiste voorbeeld daarvan in Boymans is een halsketting in de vorm van 'Thunderbird', een ander machtig mythisch wezen.

'One man's trash...' is een kleine tentoonstelling, maar de samenstellers lijken veel te vertellen te hebben. Naast de oorspronkelijk Europese gebruiksvoorwerpen en de dingen die indianen daarvan maakten, zijn in het museum ook kaarten, prenten en enkele schilderijen te zien. Het verband tussen dat alles is niet altijd direct duidelijk.

De bezoeker moet eigenlijk eerst de mooie, uitvoerige catalogus van deze expositie lezen om er later ten volle van te kunnen genieten. Waarom hangt er bijvoorbeeld een doek van de Delftse schilder Pieter Cornelisz van Rijck, Keukeninterieur met de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus? Omdat er een ketel op te zien is, luidt het simpele antwoord. In de hand van de keukenmeid heeft die ketel voor 17de-eeuwse Europeanen een erotische betekenis. Wat een verschil met de ketel op een tekening die enkele meters verderop te zien is. Iroqois-indianen koken er water in met de bedoeling dat over twee Franse paters heen te gieten, als een bespotting van het christelijke doopritueel. “Go to Heaven, for thou art well baptized”, zouden de indianen geroepen hebben nadat ze de paters hadden doodgemarteld.

Het waren dus niet altijd de indianen die aan het kortste eind trokken bij de ruilhandel met de Europeanen. Zelfs de prijs die ze kregen voor Manhattan was zo slecht nog niet. Historici hebben berekend dat, hadden ze die zestig gulden indertijd op een bankrekening gezet, het saldo nu ruim dertig miljard dollar zou hebben bedragen. Ook de Nederlandse koningin Sophie vond de prijs niet onredelijk. Dit is wat ze er in 1875 over zei: “Als de wilden meer voor hun grond hadden gekregen, zouden ze enkel meer vuurwater hebben gedronken. Voor zestig florijnen konden ze niet voldoende kopen om alle leden van de stam te benevelen.”