Rapport Srebrenica omzeilt kritiek en negeert getuigen

DEN HAAG, 30 OKT. Het vandaag gepubliceerde debriefing-rapport over de laatste dagen van de enclave Srebrenica gaat voorbij aan het grootste deel van de binnen- en buitenlandse kritiek op Dutchbat. Belangrijke getuigenissen over de actieve rol van de Nederlandse VN-militairen bij de deportatie van de 25.000 vluchtelingen staan er niet in. Ook zwijgt het meer dan honderd pagina's tellende verslag over de overdracht van gevluchte moslims, die bescherming hadden gezocht in het Dutchbat-kamp in Potocari, aan de Servische veroveraars.

De vraag hoe het kan dat Nederlandse VN-officieren op eigen voorstel 7 gewonden bij de Serviërs hebben afgeleverd en achtergelaten, blijft onbeantwoord.

Minister Voorhoeve (defensie) schrijft in zijn begeleidende brief bij het rapport dat Defensie nog niet klaar is met het onderzoek: de medewerkers van Artsen zonder Grenzen zijn nog niet gehoord, terwijl een militaire VN-waarnemer (UNMO) de hem toegestuurde vragenlijst nog niet heeft geretourneerd. Een dozijn andere sleutelfiguren, onder wie de tolken in dienst van de VN, worden niet ondervraagd.

Een van hen, Hasan Nuhanovic, heeft een voor Dutchbat belastende verklaring afgelegd bij het VN-bureau voor mensenrechten in Zagreb. Hij verwijt de bataljonsleiding zijn vader, moeder en broer aan de Serviërs te hebben uitgeleverd. Drie UNMO's hebben op schrift verklaard dat de familie van de tolk “op bevel van Dutchbat-officieren” van de compound is verwijderd. Het rapport rept echter met geen woord over deze uitzetting, noch over de ondertekende documenten.

De publikatie van het debriefingsverslag, dat is gebaseerd op de gesprekken met 460 Srebrenica-gangers en VN-officieren in Tuzla, Sarajevo en Zagreb, heeft lang op zich laten wachten. Nu het meer dan honderd dagen na de val van Srebrenica is verschenen, blijkt dat de meest gevoelige aspecten van het optreden van Dutchbat onbesproken blijven. Een overzicht van wat er niet of onvolledig in staat: De oproep van Dutchbat-overste T. Karremans aan de moslimstrijders om de zuidpunt van de enclave te ontruimen, in verband met de aangekondigde NAVO-luchtaanval bij het ochtendgloren op 11 juli, die niet kwam. De burgemeester van Srebrenica, de stafchef van het moslimleger, een UNMO en een tolk hebben alle vier verklaard dat het uitblijven van de vliegtuigen in combinatie met de terugtrekking van de moslimstrijders de stad heeft opengelegd voor de Servische veroveraars. Geen van deze getuigen is door Defensie gehoord.

Pagina 3: Rapport vaag over afvoer gewonden

De diepgewortelde haat onder Dutchbatters jegens de bevolking wordt in één zin afgedaan: “Een deel van de op een van beide compounds gelegerde militairen spreekt een negatief oordeel uit over de bevolking.” Landmachtgeneraal H. Couzy - die ook niet is gedebriefed - bemerkte al bij de terugkeer van Dutchbat in Zagreb dat er binnen het bataljon “van hoog tot laag de euforische stemming heerst dat de Serviërs de good guys zijn”. Zonder op dit verschijnsel in te gaan constateert het rapport evenwel dat de bemanning van een aantal Observatieposten (OP's) zich liever overgaf aan de Serviërs dan zich terug te trekken achter de moslim-linies in de enclave.

In de begeleidende brief zegt Voorhoeve dat het Dutchbat “op belangrijke ogenblikken aan medewerking van moslim-militairen ontbrak”. Tot zes keer toe zegt hij dat de mannen, tien- tot vijftienduizend in getal, de enclave op 10 juli al hebben verlaten, dat wil zeggen: dat zij het daags voor de inname van Srebrenica “al op een lopen hebben gezet”, zoals de minister hun vlucht eerder omschreef. “Onzin”, zegt een Nederlandse VN-officier. “Pas op 11 juli is de uittocht uit de enclave begonnen.” Uit de VN-logboeken blijkt dat Dutchbat op maandagavond 10 juli hoog opgeeft van “de succesvolle samenwerking” met de moslim-soldaten bij het afslaan van een Servische aanval. De debriefing meldt bovendien dat de moslims pas op 11 juli om 13.30 de strijd opgaven.

De rapportage over het afvoeren van de gewonden uit de ziekenboeg van het VN-kamp mist belangrijke elementen. De UNMO André de Haan en de tolk Emir Suljagic hebben tegenover deze krant verklaard dat Dutchbat op verzoek van de Serviërs een lijst met gewonden heeft laten maken, maar dat staat niet in het verslag. Voorhoeve concludeert: “Niet is komen vast te staan of de lijst van 59 gewonden is overhandigd aan de Bosnische Serviërs.” Maar het rapport citeert een getuige die zegt te hebben gezien dat Dutchbat-officieren een kopie van de lijst aan de Serviërs gaven. De arts Daniel O'Brien van Artsen zonder Grenzen heeft verder verklaard dat de Servische majoor Nikolic de lijst uit handen van een van zijn medewerkers heeft gegrist. O'Brien is echter niet door Defensie gehoord. Het rapport beschrijft wel dat Dutchbat zeven door de Serviërs geselecteerde gewonden in een viertonner naar Bratunac heeft overgebracht, en aldaar in Servische handen achtergelaten. Dat feit ontbreekt echter in de brief van de minister. “Wie, wanneer en waar formeel verantwoordelijk was voor wat, blijft in een aantal gevallen onduidelijk”, schrijft hij.

Hoewel de debriefing aan het licht heeft gebracht dat Dutchbat-militairen op verschillende plaatsen tientallen, soms honderden lijken van moslims hebben gezien, blijft het onduidelijk waarom het drie maanden moest duren voordat deze waarnemingen naar buiten worden gebracht. “Iedere militair heeft de verantwoordelijkheid oorlogsmisdaden te melden”, schrijft Voorhoeve in zijn brief. Niettemin mocht de groep van 55 Dutchbatters die op 16 juli in Zagreb was aangekomen een week lang niet met de pers praten. In plaats daarvan verklaarde generaal Couzy op 23 juli dat er zich “in het blikveld van Dutchbat” geen genocide had voltrokken en dat de deportatie “correct” was verlopen, maar dat komt niet aan bod in het rapport.

Stafleden van de Nederlandse ambassade in Belgrado hebben er in Den Haag op aangedrongen het vertrek van Dutchbat op 21 juli uit te stellen totdat het Rode Kruis toegang had tot de afgevoerde mannen. Dat is niet gebeurd omdat langer wachten politiek onhaalbaar werd geacht. Het ambassadepersoneel is in het kader van de debriefing niet gehoord.

    • Frank Westerman