Raaijmakers wordt 65 met kolderiek theater

Voorstelling: Scheuer im Haag van Dick Raaijmakers door de Hogeschool voor de Beeldende Kunsten Den Haag. Gezien: 28/10 Koninklijk Conservatorium Den Haag.

Scheuer im Haag is de titel van het nieuwste muziektheater van Dick Raaijmakers, waarmee zaterdagavond het Haagse Festival in de Branding (geheel gewijd aan deze componist) op eclatante wijze werd afgesloten, mét een receptie voor de 65-jarige. De titel had ook kunnen luiden Drs. P. in Roemenië of Ode aan de Hubowiboladenkast, want het gegeven is nauwelijks meer dan een aanleiding voor een serie kleurrijke en niet zelden kolderieke tableaux.

Scheuer im Haag is op te vatten als een complement op de eveneens avondvullende 'kofferopera' Der Stein, gebaseerd op het wel en (vooral) wee van de Duitse musicus en klankkleur-theoreticus annex dubbelspion Anton Scheuer die in de gevangenis belandt. Mauricio Kagel had het kunnen bedenken en er liepen ook heel wat Kageliaanse rekwisieten rond!

Uitgangspunt vormt Scheuer's idee over een koppeling van de twaalf chromatische muziektonen aan een Harmonie der Zwölf Sonnenfarbe uit 1789. Vandaar de witte rococo-aankleding voor de personages, zij het voorzien van 20ste eeuwste parafernalia. Of, zoals de toelichting ons wil doen geloven, Scheuer droomt 's nachts in zijn kerker, waar hij zijn componeermachine ontwikkelt, over Kirchner, Newton, Castel, Goethe, Schönberg, Mondriaan, McLuhan, Negropont en Schat. Laatstgenoemde houdt geplaybackt een lezing over Mozart's Sonate facile en de Toonklok, geïllustreerd door een gigantisch toetsenbord, dat met een hamer wordt bespeeld. Muzikaal werkte het drukke slagwerk aan weerszijden op een hoge galerij nogal warrig. Een enkel verrassend muzikaal accent kwam van het cymbalom uit een zigeunerorkestje.

Als er zoveel is te zien, kan elk commentaar min of meer als een psychologische test worden geïnterpreteerd. Welnu, ik ben onlangs verhuisd en bezag de voorstelling vooral vanuit het perspectief van het voortdurend af en aan slepen van diverse houten kasten, van een opbouwen en afbreken ad infinitum. Nog eens erover nadenkend kom ik tot de conclusie dat het thema verhuizen toch niet alleen vanuit die privé-occupatie valt te verklaren en inderdaad belangrijk is voor Raaijmakers' muziektheater, misschien nog meer dan het begrip 'vallen', dat ditmaal vrijwel beperkt bleef tot de ouverture, die geheel gewijd was aan het smijten met metalen blokken hoog vanuit de nok op het podium.

Er volgden ditmaal niet de zo voor Raaijmakers typerende leerprocessen en fenomenologische onderzoeken, wel restanten ervan. Maar er werd geleidelijk aan steeds duidelijker toegewerkt naar een feestelijke finale, en meteen na het verlaten van de zaal kregen we champagne gepresenteerd. Proost!