Pure rottigheid in drama van O'Neill

Voorstelling: Lange dagreis naar de nacht, van Eugene O'Neill, door Stella Den Haag. Vertaling: Ger Thijs; regie: Alize Zandwijk. Spel: Sacha Bulthuis, Ludo Hoogmartens, Wouter van Lierde, Jack Wouterse. Gezien: 25/10 Theater a/h Spui, Den Haag. Tournee t/m 16/12. Inl. 070-3642505.

Wie naar het theater gaat om een familiedrama te zien, weet wat hij verwachten kan. De op het podium tentoongestelde familie zal ongetwijfeld veel drinken, whisky en ander sterk spul, en onder invloed zullen de emoties hoog oplopen. Waar je van tevoren alleen nog over twijfelt is dit: wordt het een smartlap of niet?

Eugene O'Neills familiedrama Lange dagreis naar de Nacht, dat nu bij Stella gespeeld wordt, bevat heel wat smartlapperige elementen. Bovenop de alcoholverslaving van zowat alle leden van het gezin Tyrone komt nog eens de drugsverslaving van moeder Mary, de geldverslaving van vader James, de hoerenloperij van James Junior en de tuberculose van Edmund.

Dat is een boel ellende bij elkaar, maar in de regie van Alize Zandwijk heeft de rottigheid ook iets komisch. Sommige irritaties tussen de Tyrones onderling vormen kennelijk zo'n ingesleten patroon dat ze op grappen gaan lijken die in een Amerikaanse comedy-serie niet zouden misstaan. Vaste prik in dit gezinnetje is bijvoorbeeld dat de vader overal in huis het licht uitdoet, op één armzalig peertje na, omdat hij 'de kas van het elektriciteitsbedrijf niet wil spekken'. Vaste prik is ook dat de zoons het licht met een vuistslag weer aan doen om hun vader eens mores te leren. Dat gedonderjaag werkt op de lachspieren - ook al krijgen we op den duur wel enig begrip voor de zuinigheidstic van de vader, want zijn neuroses en die van zijn vrouw worden keurig verklaard.

Zo horen we dat Pa uit een straatarm gezin komt, dat Ma sinds de geboorte van de jongste zoon Edmund aan de morfine is en dat het echtpaar nóg een zoon heeft gehad, die nu dood is. De oorzaken van de huwelijks- en gezinsproblemen der Tyrones zijn nog larmoyanter dan de symptomen, en het gevaar melodramatisch te worden is vooral levensgroot in de scènes waarin de personages hun geheim opbiechten. Alize Zandwijk houdt die scènes dan ook kort. Er is flink in de tekst geknipt; al te zielige dialogen, zoals de conversatie van Mary met het dienstmeisje, zijn er botweg uitgegooid. En dat dienstmeisje, Cathleen, is maar meteen om zeep geholpen.

Zandwijk houdt van snelle, heftige, kernachtige regies; dat bleek eveneens uit haar bewerking van Toergenjevs toneelstuk Een maand op het land. Bij haar krijgen sentimentaliteit en verveling geen kans - hoera! Maar dat dienstmeisje heeft bij O'Neill wel een functie: haar domme ongecompliceerdheid onderstreept de gecompliceerdheid van de familie - die in de ogen van de auteur ook iets nobels moet hebben gehad. In Long Day's Journey into Night (1940) portretteert O'Neill immers zijn eigen verwanten, en de literaire begaafdheid van de nerveuze en hypergevoelige Edmund doet sterk aan het ontluikende schrijverschap van de jonge O'Neill zelf denken. In het stuk citeert Edmund prachtige poëziefragmenten; je merkt meteen dat dit een dichter-in-de-dop is.

Van O'Neills kunstzinnige middleclass-gezin maakt Zandwijk echter een nogal gewoon en volks gezelschap, met een corpulente en plat pratende pa (Jack Wouterse), een vetharige, nozem-achtige James Junior (Ludo Hoogmartens) en een weinig dichterlijke Edmund (Wouter van Lierde). Dat alles omlijst door de jaren-zestig-muziek van Tom Jones.

Alleen de moeder stijgt boven die prozaïsche alledaagsheid uit. Sacha Bulthuis speelt haar prachtig: schrikachtig en paranoïde, vol verwijten en zelfverwijten en steeds op zoek naar de verloren tijd, naar Mary het schoolmeisje, dat non had willen worden of pianiste. “Niemand kan iets doen aan de dingen die het leven hem heeft aangedaan”, zegt Mary. “Ze zijn gebeurd voor je het beseft, en als ze eenmaal gebeurd zijn, dwingen ze je weer andere dingen te doen, tot er ten slotte zo'n afstand is gekomen tussen wat je bent en wat je had willen zijn, dat je jezelf voorgoed kwijt bent.”

Dat onvermogen te doen wat je zou willen doen gaat ook op voor de andere Tyrones, maar alleen bij het kijken naar Sacha Bulthuis dacht ik: 'Die Mary lost haar problemen inderdaad niet op door er wat meer wilskracht tegenaan te gooien; soms is het verleden te sterk.' Alleen Sacha Bulthuis overtuigde mij echt. Niet van de drakerigheid van het stuk maar van zijn puurheid.

    • Anneriek de Jong