Powell kan Republikeinen in het Witte Huis krijgen

WASHINGTON, 30 OKT. Nu generaal Colin Powell zijn levensverhaal de afgelopen weken met veel succes aan de man heeft gebracht, kan hij de beslissing waar zoveel Amerikanen naar uitkijken niet veel langer meer uitstellen. Stelt hij zich nu kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1996 of niet? En zo ja, doet hij dan mee als onafhankelijke kandidaat, of dingt hij mee naar de nominatie van de Republikeinse partij?

Zolang Powell (58) het land doorkruiste om zijn autobiografie My American Journey te signeren, zei hij steeds nog niets besloten te hebben. Na de promotietour zou hij zich er een paar weken met familie en vrienden op beraden, om eind november de knoop door te hakken.

Maar de druk op de gepensioneerde generaal om eerder een besluit te nemen groeit. Vrienden en adviseurs van Powell, met wie hij inmiddels intensieve consultaties voert, wijzen erop dat hij haast moet maken met het opzetten van een campagneteam en een organisatie die fondsen inzamelt - althans, als hij zich inderdaad kandidaat wil stellen. Vooral als hij zou kiezen voor een Republikeinse kandidatuur begint de tijd te dringen.

De Republikeinse partij zit ondertussen nogal in haar maag met de mogelijke aanmelding van de populaire generaal. Een tiental kandidaten voert al enkele maanden campagne voor de nominatie, maar geen van hen krijgt zoveel aandacht in de media als Powell. De onzekerheid over de toekomst van de generaal lijkt de campagne te bevriezen: adviseurs en politici kijken de kat uit de boom en spreken nog geen voorkeur uit voor een bepaalde kandidaat, geldschieters houden hun hand nog even op de knip en een van de machtigste Amerikaanse politici van het moment, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Newt Gingrich, heeft zelfs gezegd geen gooi naar het presidentschap te zullen doen als Powell meedoet.

Dat Powell goede kans maakt de Republikeinen terug te brengen in het Witte Huis bevestigen de opiniepeilingen. Dit weekeinde meldde een onderzoek van CBS en The New York Times dat Powell in de voorverkiezingen op meer steun kan rekenen dan de Republikeinse koploper Robert Dole. Bovendien zou hij als enige Republikein president Clinton kunnen verslaan (50 tegen 38 procent).

Maar in brede kring stellen Republikeinen zich de vraag of Powell wel uit het juiste conservatieve hout is gesneden. Hij heeft zich uitgesproken voor het recht op abortus, voor een zekere controle op de verkoop van vuurwapens en voor vormen van positieve discriminatie. Hij is geen voorstander van het invoeren van het ochtendgebed op scholen. Over het Contract met Amerika, het programma waarmee de Republikeinen bij de Congresverkiezingen van vorig jaar zo'n klinkende overwinning hebben geboekt, heeft hij gezegd dat het hem “iets te hard, iets te ruw, iets te onvriendelijk” is. Bovendien heeft hij zich een 'Rockefeller Republican” genoemd, terwijl de gematigde Nelson Rockefeller (1908-1979) in de Republikeinse partij van de jaren negentig bepaald niet als een voorbeeld wordt gezien.

Maar Powell heeft zich inmiddels alweer milder uitgelaten over de huidige richting van de Republikeinse partij. Gingrich constateerde dit weekeinde tevreden dat de generaal opschuift in de goede richting, en voorspelde dat hij een goede kans maakt om de nominatie in de wacht te slepen “als hij meedoet als iemand die uitlegt en verdedigt waar wij mee bezig zijn”. En William Bennett, een belangrijke ideoloog van de partij die in de conservatieve vleugel boven iedere verdenking verheven is, snelde Powell te hulp bij het altijd politiek gevoelige onderwerp abortus: beter een president die actief campagne voert voor alternatieve oplossingen voor ongewenste zwangerschappen, ook al is hij uiteindelijk niet voor een verbod op abortus, dan een koppig vasthouden aan de eis van een verbod dat al jarenlang niets oplevert, aldus Bennett.

Maar of Powell daarmee de conservatieve en christelijke Republikeinen achter zich kan krijgen is nog de vraag. De rechtse kandidaat Pat Buchanan heeft de kiezers gewaarschuwd dat met Powell “het establishment van de oostkust” terugkeert in het Witte Huis. En met grote regelmaat legt de vlijmscherpe conservatieve commentator George F. Will (The Washington Post, Newsweek, ABC) Powell het vuur na aan de schenen.

Mocht Powell daadwerkelijk besluiten zich kandidaat te stellen, dan zal hij zich in de politieke strijd moeten begeven en de kritiek moeten pareren. Menige Republikeinse kandidaat hoopt stilletjes dat hij zijn glans dan snel zal verliezen. Dole, die dit weekeinde zei deelname van Powell te verwelkomen, liet zich ook ontvallen dat de generaal zich dan wel zal moeten uitlaten over landbouwsubsidies en andere alledaagse maar omstreden kwesties waarmee een politicus gemakkelijk vijanden maakt.

Van Powell is bekend dat hij moeilijke beslissingen voorbereidt met lijstjes met argumenten voor en tegen. De mening van zijn vrouw Alma is een tegenargument: ze is tegen, omdat ze vreest dat “iemand het als zijn patriottische plicht zal beschouwen hem neer te schieten” zodra hij zich kandidaat stelt.

Opmerkelijk is dat Powells huidskleur tot nu toe geen grote rol lijkt te spelen in de manier waarop hij wordt ingeschat als presidentskandidaat. Na de vrijspraak van O.J. Simpson en de Million Men March onder leiding van de omstreden Louis Farrakhan is Amerika weer hevig in de ban van zijn raciale verschillen en heet de kloof tussen blank en zwart weer onverwacht groot te zijn. Maar dat de zwarte Colin Powell, zoon van immigranten uit Jamaica, opgegroeid in The Bronx, een serieuze presidentskandidaat kan zijn wordt algemeen geaccepteerd. In tegenstelling tot de zwarte dominee Jesse Jackson, die in 1988 meedeed aan de presidentsverkiezingen, heeft Powell al duidelijk gemaakt niet speciaal een kandidaat voor zwart Amerika te willen zijn. De zwarte kiezers stemmen volgens opiniepeilingen in meerderheid ook niet op basis van ras, maar geven tot nu toe de voorkeur aan Clinton (46 tegen 40 procent). Powells scherpe veroordeling van Farrakhans antisemitisme en separatisme heeft hem in de zwarte gemeenschap echter geen aanhang gekost, de steun voor hem lijkt er te groeien.