Na onderzoek val Srebrenica; Minister: Dutchbat deed wat het kon

DEN HAAG, 30 OKT. Dutchbat is niet nalatig geweest bij de val van Srebrenica. Dat schrijft minister Voorhoeve in een vanmorgen verzonden brief aan de Tweede Kamer.

De minister van defensie trekt deze conclusie uit de 'debriefing' van 460 Nederlandse militairen die voor de veiligheid van de bevolking van deze Bosnische moslim-enclave moesten instaan. Voorhoeve toont zich zeer bitter over het optreden van de VN in voormalig Joegoslavië.

De minister heeft op 11 juli, de dag van de val van Srebrenica, nog een plan geopperd om de NAVO een evacuatie van de Dutchbat-militairen te laten uitvoeren met achterlating van de bevolking. De chef staf van UNPROFOR, brigade-generaal Nicolai, heeft hem echter geadviseerd de vluchtelingen te laten bijstaan omdat het gevaar voor de veiligheid van Dutchbat was geweken.

Het aantal slachtoffers van de deportaties en executies wordt in het rapport op enkele duizenden geschat. Het aantal zou niet exacter aan te geven zijn. Voor de defensiespecialisten in de Tweede Kamer blijft een aantal cruciale vragen over de val van Srebrenica onbeantwoord, zoals de medewerking van Nederlandse militairen bij de deportaties.

Uit het rapport blijkt dat er nog antwoorden moeten komen van VN-waarnemers en hulpverleners over de toedracht van de val van Srebrenica en over de houding van leden van Dutchbat bij de scheiding van weerbare mannen van de rest van de vluchtelingen en over hun rol bij de deportaties.

De Tweede Kamer beslist binnenkort of zij nog behoefte heeft aan hoorzittingen over Srebrenica. Evenals Voorhoeve wil ook de Kamer dat de zaken nu snel worden afgehandeld om verdere onrust bij het leger en op Defensie te voorkomen. Voor Voorhoeve zelf is de zaak met dit verslag 'afgerond'.

In het rapport over de 'debriefings' staat dat de leden van Dutchbat onder de gegeven omstandigheden alles hebben gedaan wat zij konden. De Bosnisch-Servische aanval overviel hen en bij de deportatie van vluchtelingen hebben zij geprobeerd die ordelijk te laten verlopen. De troepen beschikten niet over de middelen om veel uit te richten. Zij stonden tegenover een grote overmacht in mankracht en zware wapens, aldus het rapport.

Voorhoeve wees er in een toelichting vanochtend op dat Nederland voor een onmogelijke opgave stond. Andere lidstaten van de VN wilden volgens Voorhoeve niet te hulp schieten. Luchtsteun verdroeg zich moeilijk met de taken van de VN-blauwhelmen op de grond. Waren er meer geweldsacties geweest, dan waren er meer gijzelingen gevolgd. De verslagen (duizenden pagina's) van de debriefings zijn ter beschikking gesteld aan het internationale tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag.