Krijgt Amsterdam 's lands grootste theater voor de Italiaanse èn Hollandse folklore?; De Italiaanse Opera wil realisme en mooie muziek

Cavalleria rusticana/I Pagliacci: 3, 4, 7, 9, 11, 12, 14, 16, 18, 19/11 Westergasfabriek Amsterdam. Res.: 020-6458891/6211211

Wie in ons land ambitieuze, grootschalige plannen koestert kan steevast rekenen op vertragingen die worden veroorzaakt door de verambtelijking van het openbare leven. Dat ondervindt de Italiaanse Opera Amsterdam, Nederlandse nieuwste kunstinstelling, die het liefst voor perioden van telkens drie maanden per jaar het beheer wil hebben over de voormalige Gashouder op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Omdat een antwoord van de Stadsdeelraad Westerpark op zich liet wachten besloot de operaonderneming het gebouw dan maar voorlopig voor slechts tien voorstellingen te huren. De Italiaanse Opera Amsterdam presenteert zich komende vrijdag aan het publiek met de traditionele combinatie Cavalleria Rusticana/I Pagliacci, respectievelijk van de componisten Pietro Mascagni en Ruggero Leoncavallo. Beide opera's - over moord uit jalouzie - zijn produkten van het Italiaanse verisme, een stroming die aan het einde van de vorige eeuw een nauwere aansluiting zocht bij de dagelijkse realiteit.

Intendant Carl Denker, een landgenoot die een belangrijk deel van zijn leven in de Verenigde Staten heeft doorgebracht, ziet de dingen groots. Wanneer met de tien voorstellingen van deze populaire double bill het bestaansrecht van het gezelschap wordt aangetoond, kunnen de Gashouder en het aangrenzende terrein, volgens hem binnen enkele jaren uitgroeien tot een lokatie die bezoekers zal aantrekken uit geheel Europa.

De Italiaanse Opera Amsterdam is het geesteskind van violist/componist Joan Berkhemer. Hij fungeert tevens als dirigent van het 65-man sterke opera-orkest. Berkhemer wil meer aandacht voor het Italiaanse operarepertoire, en dat wil hij uitvoeren met Nederlandse, of in ons land wonende, zangers. Marco Bakker - adviseur van de Italiaanse Opera en vertolker van de rol van een wraaklustige Tonio in I Pagliacci - licht toe: “We hebben audities gehouden en ik geloof dat er zeventig zangers op af zijn gekomen, waarvan een deel in het buitenland werkt. Robert Bruins, de tenor die de rol van Canio/Paljas vertolkt, werkt al jaren in Duitsland, evenals de mezzo-sopraan Anna Maria Dür (Santuzza in de Cavalleria).”

Op dit moment wordt op het terrein van de Westergasfabriek nog druk gewerkt om de ronde Gashouder te verbouwen tot het grootste theater van ons land. Beschikbaar budget: ruim anderhalf miljoen gulden, geen subsidie. Maar volgens Denker kan de Italiaanse Opera op den duur niet voortbestaan zonder overheidssteun èn sponsoring.

De aangrenzende horeca-tent biedt een nog wat desolate indruk met de her en der op het plankier neergezette tafeltjes en onbemande tapkasten. Een caravan met sanitaire voorzieningen en bijbehorende afvoer is inmiddels geïnstalleerd. In de Gashouder zelf bieden de in een halve cirkel opgestelde houten tribunes met plastic klapstoeltjes plaats aan 2.800 toeschouwers. Op last van de brandweer heeft men de zaalcapaciteit moeten terugbrengen tot 2.500, een aantal dat overigens nog altijd ver boven dat van Carré ligt.

De akoestiek is uiteraard een probleem in dit industriële monument, dat is gebouwd als een grote metalen klok. Het adviesbureau Peutz constateerde dat de nagalmtijd in de Gashouder een onacceptabele acht seconden bedroeg. Met doeken en houtwol is die teruggebracht tot een seconde of vier. Maar de zangers zullen - evenals bij de Opera in de Rotterdamse Ahoy - worden versterkt via nagenoeg onzichtbare microfoons. Het decor - vijftig meter breed - bestaat uit smalle steegjes en huizen met balkons van een illusoire echtheid. Aan de rand loopt een beekje van anderhalve meter diepte, waarin de figurerende dorpsjeugd in beide opera's naar hartelust kan badderen.

“Wij willen beelden laten zien waarmee de mensen zich kunnen identificeren”, stelt Carl Denker. De 65-jarige intendant van de Italiaanse Opera Amsterdam was jarenlang in Amerika werkzaam als producer voor ondermeer CBS. “Wij zijn er geen voorstander van een paal in de grond te slaan en te suggereren dat die het Centraal Station moet voorstellen. Dat heeft te maken met het feit dat wij kiezen voor een groot, en niet voor een elitair publiek.”

De ambiance en de toegangsprijzen - de kaarten zullen maximaal negentig gulden kosten - lijken zijn streven te onderstrepen. “Omdat wij mikken op het grote publiek brengen wij opera in een realistisch decor. Maar wel met regisseurs die fantasie hebben, zoals de Belg Frank van Laecke - werkelijk een first class regisseur. We werken alleen met top-talenten. Berkhemer is ook zo'n toptalent.”

Marco Bakker: “We willen proberen de opera weer naar het volk te brengen. En daarmee bedoel ik niet naar Jan de Arbeider, maar naar de liefhebber van de Italiaanse opera, van het mooie belcanto dat bij De Nederlandse Opera maar mondjesmaat wordt gegeven. De regie zal bij deze eerste voorstelling niet te abstract zijn, maar ik neem aan dat er straks andere regisseurs komen. En van andere ideeën zijn we absoluut niet afkerig. Alleen moeten we reëel blijven: het gaat in eerste instantie toch om de mooie muziek.”

In de optiek van een enigszins van de Nederlandse cultuur vervreemde Denker is de Italiaanse Opera Amsterdam in de Gashouder een paraplu voor een veelvoud aan initiatieven. In blokken van drie maanden wil hij in de toekomst telkens twintig operavoorstellingen geven. Als volgende produkties worden Tosca en La Traviata genoemd. Tussen de operavoorstellingen door moeten musicals worden geprogrammeerd die “werkelijk potential hebben”.

Voorts meent Denker zelfs een gedeelte van de Gashouder te kunnen afschermen voor symfonische concerten, kamermuziek en jazzconcerten. “Dan heb je nog verscheidene avonden over, waarop we òf de hal kunnen verhuren, òf kunnen zeggen: 'Dit is voor de buurt. Wat wil de buurt hebben?' Misschien zeggen ze: 'We willen André Hazes of René Froger of een buitenlandse artiest'. Mogelijkheden te over. Nederland heeft zijn eigen volksdansen, zijn eigen folklore, die kunnen we ook gaan zoeken. De vraag is: waar ligt de belangstelling van het publiek? Bijvoorbeeld bij de Volendammers. Daar hoor ik een heleboel over. Dat is nou precies een gezelschap waarvan ik denk, dat wij die zouden moeten brengen.”