Knin: zes keer meer stemmen dan er kiezers zijn

KNIN, 30 OKT. Twee keer twee stembiljetten vult de man in. Kieshokjes of gordijnen zijn er niet. Het hele stemlokaal kan er dus van meegenieten hoe hij met zwierige cirkels voor de HDZ, de partij van de Kroatische president Franjo Tudjman, stemt. Rustig loopt hij daarna naar de kartonnen dozen die als stembus dienst doen, en propt zijn dubbele stem door de gleuf.

Waarom stemt deze meneer twee keer? De ambtenaren van de kiescommissie kijken elkaar nerveus aan. Of mevrouw de journalist haar vraag nog eens wil herhalen? Opnieuw valt er een lange stilte. Beteuterd rommelen de mannen in hun papieren; bestuderen nog eens wat computeruitdraaien. Dan heeft de voorzitter een idee: “Deze meneer stemt ook voor zijn vrouw”, zegt hij achter zijn glanzende brilleglazen. Maar enig bewijs voor zijn stelling kan hij niet overleggen.

Een verlaten spookstad. Veel meer is er niet over van Knin, de voormalige 'hoofdstad' van de 'Servische Republiek Krajina'. Begin augustus veroverde het Kroatische leger het ruige berggebied dat al eeuwenlang voornamelijk door Servische herders en boeren werd bewoond. Op tractoren en handkarren vluchtte de bevolking weg voor het geweld van het Kroatische leger. Van de honderdduizend Serviërs in het gebied zijn er na de 'bevrijding' volgens VN-bronnen niet meer dan 5000 over.

Toch wil het met de 'Kroatische herbevolking' van Knin niet bepaald vlotten. Het frisse rood-wit-blauw van de Kroatische vlag die hoog boven de stad wappert. De glimmende parfumeriezaak die tussen de uitgebrande en geplunderde Servische winkels in de hoofdstraat wordt aangelegd. Het is of er een dooie kerstboom wordt opgetuigd. Niet meer dan zes procent van Knin was voor de oorlog Kroatisch. En de meesten van die oorspronkelijke Kroatische inwoners hebben in de vier jaar dat de Servische rebellenleiders in Knin de scepter zwaaiden, een nieuw en rijker leven opgbouwd aan de Kroatische kust of in Zagreb. Op het bevolkingsregister in Knin hebben zich de afgelopen maanden slechts 4.500 nieuwe bewoners gemeld.

Toch bevat de kieslijst voor de gemeente Knin 34.000 kiesgerechtdigden. Wat heeft dat te betekenen? Voor de parlementsverkiezingen van afgelopen zondag zijn er dus naar Knin meer dan zes keer zoveel stembiljetten gestuurd als er inwoners zijn. “Ik zeg nog niet dat er fraude heeft plaatsgevonden. Maar het heeft er wel alle schijn van”, zegt S⊘ren Liborius, het Deense hoofd van de EU-waarnemers in Knin. In zijn witte trui hangt hij uit het raam van zijn witte terreinwagen. Hij komt net terug van een inspectie in het dorp Orlic. In de vijf minuten dat hij daar in het stembureau was, telde hij vijf mensen die een dubbel setje stembiljetten kregen uitgereikt.

Een oordeel vellen wil EU-waarnemer Liborius nog niet. “Het kan ook administratieve chaos zijn. ” Toch boeit de overdosis aan stembiljetten ook hem. Na lang aandringen heeft hij de kiezerslijsten even mogen inzien. Een kleine steekproef leerde hem dat er mensen op voorkwamen waarvan hij wist dat ze dood waren. Ook Serviërs van wie hij zeker wist dat ze bij het Kroatische offensief van augustus naar Bosnië of Servië waren gevlucht, kwamen massaal op de kiezerslijst voor. “Je moet een hoop geluk hebben of dronken zijn om hier nog 34.000 mensen onder de stenen te vinden”, zegt Liberius, terwijl hij de hoofdstraat van Knin aftuurt. Een paar soldaten op een terras. Een gezin in zondagse kleren dat langs de vuilnishopen naar het stembureau wandelt. Op de deur van het stembureau een enkele poster: “De man die altijd wint”, staat er boven de foto van president Tudjman die met zijn armen in de lucht de verovering van de Krajina viert.

“Ik ken maar twee namen: die van God en Tudjman”, zegt de oude vrouw verontschuldigend. Samen met haar zoons en schoondochters is ze net wezen stemmen. Pas sinds drie dagen is de familie in Knin. Ze komen uit Bosnië. Door de Bosnische Serviërs zijn ze uit hun huis verdreven. Twee jaar lang woonden ze in een vluchtelingenkamp bij Zagreb. “Twee families op één kamer, terwijl ik in mijn huis vier kamers had”, zegt de vrouw boos. In augustus, na de verovering van de Krajina, werd haar door de Kroatische autoriteiten verteld dat ze met haar gezin uit het kamp moest vertrekken. De regering zou hun vluchtelingenstatus intrekken. Ze moesten naar de Krajina gaan. Daar waren immers huizen genoeg. Zo is ze uiteindelijk in Knin gekomen. Ze heeft nu het huis bezet van Serviërs. Op de kieslijst van Knin kwam ze nog niet voor, maar ook dat euvel was snel verholpen. Vlak naast het stembureau werkt - ondanks de zondag - vandaag het bevolkingsregister op volle toeren. Bijna 300 zogeheten 'burgerschapscertificaten' had het tegen vijf uur 's middags al uitgegeven.

“Dat maakt dus 4.500 plus 300”, rekent EU-waarnemer Liborius voor. Plus de tweeduizend vluchtelingen die tussen vrijdag en zondag een dergelijk certificaat zouden hebben gekregen. “Stel dat 100 procent van al deze mensen komt stemmen. Dan maakt dat nog altjd geen 34.000.” Dus: als straks blijkt dat in Knin meer dan 20 procent van de stemgerechtigden is gaan stemmen, bewijst dit automatisch dat er sprake van fraude is.

En toch. Waarom zou een partij als die van Tudjman het nodig hebben om te frauderen? “Ze stemmen allemaal HDZ”, vertelt ook de waarnemer van de Kroatische oppositie die in een van de drie stemlokalen in Knin aanwezig is. Goran Omarcic beschrijft hoe hij is bedonderd. Zijn partij in Sibenik was verteld dat er maar drie stemlokalen in Knin zouden zijn. Dus stuurden ze twee, in plaats van drie waarnemers naar Knin. “De HDZ zegt dat het een organisatorische vergissing is. En we kunnen niets bewijzen”, zegt hij gelaten. “Crimineel”, noemt hij de verkiezingscampagne, waarbij de oppositie letterlijk van radio en televisie is uitgesloten. Maar op de manier waarop de Servische minderheid bij deze verkiezingen wordt behandeld, heeft hij geen commentaar. “Dat loopt heel goed”. Een verklaring van etniciteit. En een brief aan de gemeente waarin je van tevoren verklaart bij de verkiezingen op een van de partijen van de etnische minderheden te willen stemmen. Dat alles is nodig om in het stemlokaal niet het witte en groene, maar het roze stembiljet uitgereikt te krijgen. Alleen met dit aparte stembiljet kunnen Serviërs op een Servische partij in het Kroatische parlement stemmen. Het is dus niet verwonderlijk dat om 7 uur, bij het sluiten van de stembus, de kartonnen doos voor de roze biljetten nog helemaal leeg is. “De Serviërs die zijn komen stemmen vragen er niet om en stemmen gewoon op Kroaten”, zegt oppositiewaarnemer Omarcic. “Logisch”, meent hij: “Ze voelen zich natuurlijk schuldig over wat de Serviërs ons Kroaten met de Krajina hebben aangedaan.”

Met wie men ook spreekt, die redenering is steeds dezelfde. De onafzienbare reeks uitgebrande en geplunderde Servische huizen langs de wegen. En de platgebrande dorpen. Nog steeds is de Krajina free safari-land, zoals ze bij de VN in Knin vertellen. Op tafel de foto's van de gezwollen en verkoolde lijken van oude mensen die door het Kroatische leger, of de punderende benden in het gebied zijn vermoord.

Ook zij heeft de verwoesting gezien. Maar het kan haar niet schelen, de jonge lerares die net uit het stemlokaal komt. “Zo komen ze tenminste nooit meer terug naar hun huizen. Ik wil nooit, nooit meer één Serviër zien”, zegt ze met een vertrokken gezicht. Of de dikke man met zijn stalletje vol Kroatische vrijheidsspeldjes. “Waarom vraagt u niet wie er is begonnen?”, roept hij over het lege stationsplein. Steeds weer hetzelfde. De eigen daden gerechtvaardigd door het bestaan van de 'vijand'. De eigen verantwoordelijkheid met wat de 'ander' zou hebben aangericht.

Hier ligt ook het geheim van de populariteit van Tudjman in Kroatië. “Ik heb geprobeerd de oorlog te vermijden”, vertelde de Kroatische ex-minister van defensie generaal Martin Spegel vrijdag in zijn huis in Zagreb. “Maar dat wilde Tudjman niet. En dus heeft hij mij uitgeschakeld.” Een 'ziekelijke narcist' die niet de geringste oppositie kan verdragen, zo schildert hij de man die het liefst in witte uniformen van Latijns-Amerikaanse generalissimo's rondstapt. Kroatië schuift steeds verder op naar een neo-fascistische staat, is zijn overtuiging.

Waarom bent u zo anti-Kroatisch dat u de vraag durft te stellen waarom de Servische huizen in de Krajina zijn afgebrand”, houdt de dikke vlaggetjesman me na het sluiten van de stembureaus staande. Dreigend duikt hij op uit het donker. Ik vertel hem dat er in een democratie vragen mogen worden gesteld. Dan kruist hij zijn armen voor zijn borst en zegt: “Er is pas democratie als er geen Serviër meer in Kroatië is.”

    • Marjon van Royen