Kamer eist aanpassing afkoopsom Van Randwijck

DEN HAAG, 30 OKT. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat minister Sorgdrager (justitie) de afvloeiingsregeling die zij met de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck is overeengekomen, aanpast.

De minister kreeg in het weekeinde van alle fracties kritiek over de regeling met de scheidende procureur-generaal. PvdA-fractievoorzitter Wallage vraagt zich af waarom Sorgdrager Van Randwijck niet heeft “ontslagen”. Hij vindt dat de meest voor de hand liggende oplossing “als iemand disfunctioneert”. Ook zijn collega bij het CDA, Heerma, meent dat de regeling “voor een normaal mens” niet is uit te leggen.

Fractievoorzitter Wolffensperger van Sorgdragers eigen partij D66 zegt zich te hebben “verbaasd” over de regeling. Hij wil verder eerst afwachten welke uitleg de minister geeft als zij zich morgen in de Kamer verdedigt. VVD-leider Bolkestein zei vorige week al dat hij het oneens is met de minister.

Sorgdrager verklaarde zaterdag bij terugkomst van een reis naar Indonesië dat het niet mogelijk is de financiële regeling met Van Randwijck terug te draaien. Behalve zeven jaarsalarissen tot aan zijn pensioen ontvangt hij ook een eenmalige uitkering van een half miljoen gulden. Volgens de minister is dat een overeenkomst tussen werkgever en werknemer.

De Kamer is vooral verontwaardigd over de gouden handdruk. Ook binnen het kabinet zijn er twijfels. Premier Kok, die niet bij de onderhandelingen tussen Sorgdrager en Van Randwijck was betrokken, vroeg zich vrijdagavond publiekelijk af “of dit niet te veel van het goede is”. Hij is beducht voor het gevaar dat andere ambtenaren in de toekomst ook dergelijke afkoopsommen eisen bij hun vertrek. Hij denkt echter niet dat in het geval van Van Randwijck juridisch mogelijkheden bestaan de situatie terug te draaien als de Tweede Kamer dat morgen zou eisen.

Van Randwijck stapt op 1 januari op wegens de problemen in zijn ressort die eind 1993 leidden tot de IRT-affaire. Onder meer tijdens de verhoren van de enquêtecommissie opsporingsmethoden kwam veel onenigheid tussen politie en het openbaar ministerie in de arrondissementen Haarlem en Amsterdam naar buiten. Beide arrondissementen vallen onder het ressort Amsterdam. Tijdens zijn verhoor zei Van Randwijck onlangs dat hij pas sinds de enquête op de hoogte is van de spanningen. Hem is verweten dat hij te weinig heeft gedaan om de problemen op te lossen.

De commissie-Wierenga, die onderzoek deed naar de achtergronden van de plotselinge opheffing van het IRT Noord-Holland/ Utrecht in december 1993, wees Van Randwijck aan als een van de hoofdverantwoordelijken. Vorig jaar hield toenmalig minister van justitie Hirsch Ballin op aandringen van de Tweede Kamer een 'functioneringsgesprek' met Van Randwijck. Daaruit concludeerde de bewindsman dat er geen reden was tegen hem op te treden.

Het debat tussen Sorgdrager en de Kamer wordt morgenmiddag rechtstreeks op televisie uitgezonden.