Eerste aanklacht tegen 'apartheidspoliticus'; Oud-minister Z-Afrika voor rechtbank gedaagd

KAAPSTAD, 30 OKT. De Zuidafrikaanse oud-minister van defensie Magnus Malan en tien hoge legerofficieren moeten deze week voor de rechtbank verschijnen op beschuldiging van moord. Malan moet terechtstaan als mede-verdachte in een moordzaak uit 1987. Bij een aanval door onbekenden op het huis van een ANC-activist in KwaMakhutha, in Kwazulu/Natal, werden destijds dertien mensen, onder wie zeven kinderen, vermoord.

Tegen Malan en de officieren zijn arrestatiebevelen uitgevaardigd, maar niet uitgevoerd. De elf verdachten moeten donderdag voor de rechtbank in Durban verschijnen en daar zullen zij formeel worden gearresteerd. Tot de beschuldigde officieren behoren onder meer de voormalige chef-staf van het leger, generaal Jannie Geldenhuys, de oud-chef-staf van het leger generaal Kat Liebenberg en het voormalige hoofd van de marine, vice-admiraal Dries Putter.

De officier van justitie heeft volgens berichten al met advocaten afgesproken dat de staat een verzoek om borgtocht niet zal aanvechten, zodat de verdachten op vrije voeten zullen blijven.

De vervolging van de oud-minister en de voormalige legertop heeft het afgelopen weekeinde geleid tot politieke ophef en spanningen in de regering van nationale eenheid. Vice-president en leider van de Nationale Partij, F.W. de Klerk, heeft president Mandela gevraagd zijn parrtijgenoot Malan en de andere verdachten tijdelijke vrijwaring van vervolging te verlenen. Dezelfde vrijwaring voor misdaden uit het verleden is verleend aan 117 leden van de voormalige bevrijdingsbewegingen, onder wie vice-president Thabo Mbeki en een aantal ANC-ministers. De Klerk sprak in een verklaring zijn “grote zorgen” uit over de ontwikkeling. “Ik wil de rechtsgang niet in de weg staan, maar selectieve vervolging is totaal onaanvaardbaar. Dit kan verreikende gevolgen hebben voor nationale verzoening”, aldus De Klerk.

Het is de eerste keer dat een hoge politicus van de Nationale Partij is aangeklaagd wegens betrokkenheid bij misdaden tijdens de apartheidsjaren. Malan was in de jaren tachtig minister van defensie onder het bewind van president P.W. Botha. De 'securocraten' van leger en politie kregen destijds verregaande bevoegdheden om de 'totale aanslag' van de zwarte bevrijdingsbewegingen te bestrijden.

Het proces tegen Malan en de legerofficieren is het resultaat van een speciaal politie-onderzoek naar het optreden van 'doodseskaders' in KwaZulu/Natal en de geheime samenwerking tussen leger- en politiefunctionarissen met de Inkatha Vrijheidspartij bij het aanstichten van geweld. In de provincie woedde in de jaren tachtig een conflict tussen Inkatha en het toen verboden ANC, waarbij enkele duizenden mensen het leven verloren. Het onderzoek naar de dertien moorden in KwaMakhutha leidde eerder tot de arrestatie van een officier van de militaire inlichtingendienst, een lid van de veiligheidspolitie en de vice-secretaris-generaal van Inkatha. Zij moeten vandaag in Durban voorkomen.

De juridische procedure doorkruist het werk van de 'Waarheidscommissie', waarvan de oprichting in voorbereiding is. Deze commissie moet de 'vuile oorlog' van de apartheidsjaren onderzoeken. Zowel leden van de bevrijdingsbewegingen en dienaren van het apartheidsbewind kunnen 'politieke misdaden' opbiechten, waarna de Waarheidscommissie hun amnestie kan verlenen. De vrijwaring van vervolging maakt het de ANC'ers mogelijk via de Waarheidscommissie amnestie te krijgen. Vice-president De Klerk wil nu dezelfde procedure hanteren voor Malan en leden van de veiligheidsmachten.

De vervolging van de voormalige militaire leiding heeft in Zuid-Afrika de vrees aangewakkerd voor een reactie van extreem-rechts. Veel mensen die de apartheid hebben gediend bezetten nog belangrijke posten binnen het leger- en politie-apparaat. Bovendien zijn conservatieve partijen verontwaardigd over de weigering van president Mandela om amnestie te verlenen aan verdachten van de bomaanslagen, die vorig jaar door extreem-rechtse blanken zijn gepleegd aan de vooravond van de eerste algemene verkiezingen. Mandela verklaarde vorige week dat de verdachten die in de gevangenis zitten eerst voor de rechter zullen moeten verschijnen.

Oud-generaal Constand Viljoen, leider van het rechtse Vrijheidsfront, noemde de ontwikkelingen gisteren “een nationale crisis”. Een van de parlementariërs van het front, het oud-hoofd van de militaire inlichtingendienst Tienie Groenewald, behoort tot de elf verdachten. Oud-minister Malan beschuldigde tegenover een zondagskrant het ANC van “politieke kwaadwilligheid”. Verscheidene woordvoerders van rechtse partijen wezen erop dat de arrestaties niet toevallig drie dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen werden bekendgemaakt.

    • Peter ter Horst