Dutchbatters willen val enclave snel vergeten

DEN HAAG, 30 OKT. Het rapport over de val van de moslim-enclave Srebrenica en de rol van Dutchbat is gebaseerd op vertrouwelijke 'debriefings' van 460 militairen. Tien procent van de ondervraagden heeft daarna om een gesprek gevraagd met een hulpverlener. De meeste militairen willen de gebeurtenissen zo snel mogelijk vergeten. In een bijlage van het rapport omschrijven hulpverleners die houding als 'ontkenning'.

Minister Voorhoeve (defensie) gaf op 3 augustus opdracht aan de bevelkhebber van de landstrijdkrachten om de militairen uit Srebrenica te debriefen. Volgens Voorhoeve heeft nog nooit op zo'n grote schaal een nationaal onderzoek naar de verrichtingen voor de Verenigde Naties plaatsgehad. De onderzoekers moesten zoveel mogelijk feitelijke en relevante informatie los krijgen om tot een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de gebeurtenissen te komen.

De verslagen van de twintig debriefingsteams - enkele duizenden pagina's - zijn door drie analyseploegen “ontdaan” van de emotionele aspecten, “aangezien deze kant van de zaak geen afbreuk mag doen aan de nuchtere weergave”. Getuigen werden niet met de verslagen van anderen geconfronteerd. Het rapport telt 106 pagina's, met bijlagen en situatietekeningen. Persoonlijke getuigenissen komen er nauwelijks in voor.

De gegevens van de twintig teams zijn verwerkt door drie analyseploegen. In het totaal hebben 118 militairen en burgers aan de debriefings gewerkt in een leegstaand militair complex in Assen, waar het dertiende bataljon van de Luchtmobiele Brigade is gelegerd. De debriefingsteams werden samengesteld uit officieren en onderofficieren van de inlichtingen- en veligheidsorganisatie van de landmacht en leden van de marechaussee. Zij hebben acht weken aan het rapport gewerkt.

Het ministerie van defensie heeft de verslagen van de debriefings naar het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië en het bureau van de VN-rapporteur voor mensenrechten in Genève gestuurd. Daar was in juli forse kritiek op de Nederlandse medewerking aan het VN-onderzoek. Ook viel men over het feit dat Nederlandse militairen uit Srebrenica eerst met vakantie gingen voordat zij werden gehoord over de massale schendingen van mensenrechten en de moordpartijen in Srebrenica.

De gesprekken met de militairen aan de hand van vragenlijsten in september en begin oktober duurden gemiddeld vier uur, maar namen soms een gehele dag in beslag. Met een aantal militairen zijn meerdere gesprekken gevoerd.

Defensie is nog doende om bij externe getuigen (Artsen zonder grenzen, VN-waarnemers) navraag te doen. Daarbij komen ook de meldingen aan de orde van misdaden begaan door Bosnische Serviërs en moslim-militairen, gekleed in Nederlandse uniformen, bewapend met Nederlandse wapens en opererend vanuit Nederlandse voertuigen.