DR. GUIDO VAN RIJN OVER Bluesologie

“Historici hebben de enorme bron aan gegevens die je uit oude bluessongs kunt halen, volkomen verwaarloosd. Blues is geen politieke muziek, maar blueszangers gaven in het verleden wel vaak direct commentaar op sociale en economische veranderingen. Daaraan kun je goed afmeten wat er speelde onder de zwarte Amerikaanse bevolking.”

Guido van Rijn (45) is Nederlands eerste doctor in de blues. Op 19 oktober promoveerde hij aan de Leidse universiteit op Roosevelt's Blues, African-American Blues and Gospel Artists on president Franklin D. Roosevelt. Van Rijn, in het dagelijks leven leraar Engels aan het Kennemer Lyceum in Overveen, heeft 78-toeren platen met honderden songs achterhaald en geanalyseerd. Ze bevatten verwijzingen naar de politiek of de persoon van Roosevelt, rond de tijd dat hij president van de Verenigde Staten was: 1933-1945. Er zijn vele regelrechte huldeblijken aan “the poor man's friend”, zoals FDR werd genoemd. Over een van zijn werkgelegenheidsprojecten zong Joe Pullum in 1934 bijvoorbeeld: “Look what you done for me/ you brought my good girl back and lifted Depression off-a-me”. De bekende blueszanger Big Bill Broonzy droeg een van zijn songs, de W.P.A.-rag, aan zo'n project op en een aantal muzikanten (zoals Roosevelt 'Booba' Barnes) werd zelfs naar FDR vernoemd.

“Een van de raadselen van de Amerikaanse geschiedenis is de populariteit van Roosevelt bij de zwarte bevolking. Meteen nadat hij in 1933 was gekozen, zongen blueszangers al dat ze zo van hun president hielden. De democraat Roosevelt had een manier gevonden om de zwarten, die daarvoor steeds republikeins stemden, aan zich te binden zonder de blanken van zich te vervreemden. Een belangrijke rol speelden daarbij zijn geliefde fire side chats, radiopraatjes bij de open haard, en het feit dat zijn vrouw Eleanor veel zwarten aanstelde in het Witte Huis. Vreemd genoeg komt haar naam echter niet voor in de songs.

“Na de aanval op Pearl Harbor in 1941 waren de blueszangers verschrikkelijk kwaad op de Japanners en dat lieten ze blijken. In hun liederen maakten ze soms ook de organisatie van het Amerikaanse leger een beetje belachelijk, maar Roosevelt bleef iedere kritiek bespaard. Vanaf het moment dat Roosevelt plotseling stierf, vlak voor het einde van de oorlog, werd hij door blues- en gospelzangers bijna heilig verklaard. Ze zongen over hem als een Christusfiguur. In de jaren zestig kwamen dezelfde soort songs terug na de moord op Kennedy. Vaak hoefden ze daarvoor alleen maar de naam te veranderen.

“Ik heb mijn proefschrift naar Clinton gestuurd. Clinton ziet Roosevelt als zijn grote voorbeeld. Bovendien is hij een muziekliefhebber. Aangezien de verkiezingen eraan komen dacht ik: misschien kan hij iets opsteken van mijn werk. Zoals te verwachten viel ontving ik even later alleen een standaard bedankbriefje van het Witte Huis. Toch hoop ik dat hij het boek leest. Ik ben van plan de blues te gaan onderzoeken bij latere presidenten. Op een gegeven moment is Clinton zelf aan de beurt.

“De meeste bluesteksten gaan niet over politiek maar over iets veel belangrijkers in het leven: de liefde - in al haar facetten. De zangers uiten zonder veel remmingen hun gevoelens, iets wat tegenwoordig volgens mij zeldzaam is. Blues heeft ook een rustgevende werking.

“Mensen die beweren dat alle blues meer van hetzelfde is, hebben zich er onvoldoende in verdiept. Het belang van de blues voor bijna alle soorten populaire muziek kan nauwelijks worden overschat. Het is een beetje jammer dat mijn kinderen een andere muziekvoorkeur hebben.”

    • Viktor Fölke