De val van Srebrenica van dag tot dag

6 juli 1995 De Bosnische Serviërs beginnen hun aanval op de moslim-enclave Srebrenica. De gevechten concentreren zich in het zuiden, waar vijf observatieposten van Dutchbat liggen. Dutchbat biedt het Bosnische regeringsleger in beslag genomen wapens aan voor het geval het Bosnisch- Servische leger de enclavegrens overschrijdt.

8 juli 1995 Het Bosnisch-Servische leger verovert enkele observatieposten van Dutchbat ten zuiden van Srebrenica-stad. Daarbij komt de 25-jarige soldaat eerste klas R. van Renssen om het leven. Hij wordt gedood door het Bosnische regeringsleger als de pantserwagen waarin hij zit zich terugtrekt. De moslims maken het terugtrekken van de bemanningen van de observatieposten onmogelijk. Hierdoor vallen 32 blauwhelmen in handen van de Bosnische Serviërs. Dutchbat blokkeert de toegangsweg naar Srebrenica. UNPROFOR dreigt met luchtaanvallen en eist dat de Bosnische Serviërs zich terugtrekken en de blauwhelmen vrijlaten.

10 juli 1995 Het Bosnisch-Servische leger rukt op naar de zuidkant van Srebrenica-stad. Het Nederlandse kamp daar krijgt te maken met een aanzwellende vluchtelingenstroom. Nu stellen de Bosnische Serviërs een ultimatum: Dutchbat moet zich binnen 48 uur terugtrekken. 's Nachts verlaat een groot aantal moslim-mannen de enclave.

11 juli 1995 Srebrenica valt. Luchtsteun van de VN blijft beperkt tot twee Nederlandse F-16's die geen invloed kunnen uitoefenen op de opmars van de Bosnische Serviërs. Als deze dreigen de gevangengenomen Nederlandse blauwhelmen te doden en Srebrenica en Potocari te bombarderen, blijft verdere luchtsteun uit. Ongeveer 8.000 moslims vluchten naar het Nederlandse hoofdkwartier in Potocari, waar zich al 30.000 vluchtelingen bevinden.

12 juli 1995 Luitenant-kolonel Karremans ontmoet de militaire leider van de Bosnische Serviërs, generaal Mladic. Deze dicteert de wijze waarop de vluchtelingen uit Potocari moeten worden geëvacueerd. Mannen worden 'voor verhoor' naar een voetbalstadion in Bratunac, op Servisch grondgebied, gebracht. Ruim 20.000 vrouwen en kinderen worden in twee dagen met bussen overgebracht naar Klandanj, een stad onder controle van het Bosnische regeringsleger.

13 juli 1995 Op initiatief van Dutchbat wordt een lijst opgesteld van 239 mannen die zich nog in het VN-kampement van Portocari bevinden. 's Avonds vertrekt het laatste konvooi met vluchtelingen.

15 juli 1995 In Belgrado overleggen de Servische president Milosevic, generaal Mladic, VN-generaal Smith en EU-onderhandelaar Bildt over het vertrek van Dutchbat uit de enclave.

17 juli 1995 De 55 gevangengenomen militairen van Dutchbat worden vrijgelaten en reizen via Zagreb naar Soesterberg.

21 juli 1995 Dutchbat verlaat de enclave met medeneming van plaatselijk gehuurde medewerkers, voertuigen en bewapening.

22 juli 1995 De laatste Nederlandse blauwhelmen arriveren om 8.00 uur in Zagreb.