De eigenwijze Braam kent de jazzklassieken

Concert: Bik Bent Braam o.l.v. Michiel Braam. Gehoord: 27/2 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 31/10 Dr. Anton Philipszaal Den Haag, 1/11 O42 Nijmegen, 2/11 Vredenburg Utrecht, 11/1 Mahogany Edam.

Pianist/componist Michiel Braam is het niet slecht vergaan sinds hem in 1988, op zijn 23ste, de Podiumprijs voor geïmproviseerde muziek werd toegekend. Hij is inmiddels hoofd Lichte Muziek van het Arnhems Conservatorium, maar gaat daarnaast gestaag door met het openbaar maken van zijn eigen muziek, zowel op podia als op cd's, desnoods in eigen beheer.

Een rijp oor voor de traditie en een flinke portie eigenwijsheid gaan daarbij hand in hand, van het met improvisaties gevulde OEPS! uit '89 tot het dit jaar uitgebrachte JAZZS met alleen maar standards erop. Dat Braam vóór alles een 'speler' is, zowel met noten als met woorden bleek daarbij herhaaldelijk, ook op de cd Howdy waarop hij te horen is met zijn 13-mans Bik Bent.

Dat dat orkest iets anders dan een 'gewone' big band is blijkt zowel uit de bezetting met o.a. twee tuba's als uit het repertoire dat geen enkele standard bevat. Dat Braam zijn klassieken wel degelijk kent blijkt tijdens Het XYZ der Bik Bent Braam, een nieuw programma van 26 stukken, in lengte variërend van twintig seconden (IJlings) tot vijf minuten. Verwijzen naar het (jazz)verleden doet hij graag en vaak, soms letterlijk, door een titel als Tristano, gebaseerd op een accoordenschema van een Bach-stuk, meestal echter minder expliciet maar daardoor niet minder duidelijk.

Luiluierluist is een 'slow drag' blues in New Orleans-stijl, in Quick Step regeert de wat lompe tweekwartsmaat van de dansorkesten uit de jaren twintig, andere stukken zijn duidelijk van na de bebop-periode. Het vaakst doet de Bik Bent van Braam, vooral door zijn kleurgebruik, denken aan het orkest van Duke Ellington. De koperblazers maken veel gebruik van dempers, zelfs de bastuba van Patrick Votrian krijgt soms een 'hoed' op waardoor de klank ervan ingrijpend verandert.

Eveneens 'Ellingtoniaans' is Braams streven om zijn solisten op maat te bedienen. Trombonist Hans Sparla speelt fluwelig in het op hem geschreven stukje Violet, altsaxofonist Bart van der Putten mag in het furieuze Ultra heftig en nijdig bijten op zijn riet.

Dat niet elke samenklank helemaal zuiver klinkt, en niet elke inzet even exact, lijkt niemand echt te deren, evenmin als destijds bij Ellington, bij wie het soms een aanzienlijk grotere 'pan' was. Het publiek blijft dus zitten tot het laatste deeltje uit is, een machtig stuk Zwoerdspek, Amerikaans qua formaat, maar gekookt op zijn Hollands. Net als - in alfabetische volgorde - Gekkie, Piekje, Welpjes, en het met veel stilte geladen X.

    • Frans van Leeuwen