COMPROMISKIP

Cateraar Carl Sacks vond het een eer om het galadiner te mogen verzorgen dat burgemeester Rudolph Giuliani vorige week aan de staatshoofden en regeringsleiders aanbood die ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de VN naar New York waren gekomen. Maar 'leuk koken' vond hij het niet. Gerechten met koeie- en kalfsvlees en schaal- en schelpdieren waren verboden en ook het koken met alcohol was taboe. Er moest dus eten worden klaargemaakt waar niemand zich aan zou kunnen storen, eten dat iedereen zou lusten. Een soort van esperanto-eten. “Hard to remember, hard to ruin”, aldus Sacks.

Twee leiders werden door Giuliani expres niet uitgenodigd: Fidel Castro en Jasser Arafat. Castro bezocht in plaats van het banket een Abessijnse kerk in Harlem en deelde daar de nog steeds in de Verenigde Staten verboden Havannasigaren uit. PLO-leider Arafat organiseerde in het Visa Hotel, aan de overkant van het World Financial Center waar het officiële diner plaatsvond, op precies hetzelfde tijdstip zijn eigen diner en profiteerde zo van de strenge bewaking die er was. Behalve agenten op de daken rond het feestgebouw waren er ook bommenhonden ingeschakeld: honden die geen truffels maar bommen kunnen ruiken.

Bij Arafats diner waar geld werd opgehaald voor de aanschaf van ziekenhuisbedden en schoolmateriaal, waren meer dan 1000 gasten aanwezig. Arafat kuste de hem overhandigde cheques. Op de grootste cheque was een bedrag van 50.000 dollar ingevuld.

De eetzaal in het World Financial Center was versierd met enorme Californische palmen. Henry Kissinger speelde voor ceremoniemeester. Het 'esperantomenu' van Carl Sacks bestond uit kip, lamsvlees, rijst, een timbaal van groenten (voor de vegetariërs) en ijs toe. De gasten dronken water, wijn of druivensap gemaakt van in 1982 geplukte druiven. Om niemand voor te trekken kregen de aanwezigen de gerechten op hetzelfde moment geserveerd.

Hoe groter en gevarieerder het gezelschap, hoe meer 'lust-ik-niet-problemen' zich bij het samenstellen van een menu voordoen. Onlangs vertelde Theo Hillen, die 15 jaar begeleider en beheerder van de Koninklijke Trein is geweest, in een regionaal dadgblad hoe eenvoudig de menukwestie in de steeds groter wordende koninklijke familie wordt opgelost. “Tijdens die reizen had je de leukste contacten met de familie. Bovendien was er dan weinig protocol omheen. De sfeer was heel ongedwongen, je kon nog eens een praatje met ze maken. De prinsessen zaten dan gewoon in spijkerbroek in de trein. Het eten werd in de keuken van het paleis klaargemaakt en in hooikistjes meegenomen. De kinderen zaten met een bord op schoot, met hun achterwerk tegen de verwarming. Dat vonden ze prachtig om zo te eten. Ik heb eens aan Irene gevraagd waarom ze toch altijd kip met goulash aten. Toen antwoordde ze: “Bruine bonensoep of erwtensoep lusten ze niet allemaal, maar mijn moeder is tot de ontdekking gekomen dat zowel alle aangetrouwde mannen als de kleinkinderen wél kip met goulash lusten”.