Canada fleemt en soebat, maar zint alvast op wraak

MONTRÉAL, 30 OKT. Terwijl de Québecse separatisten vandaag in een referendum de glorieuze opstanding van hun volk verwachten, maakt de rest van Canada zich zorgen over zijn hypotheek. Dollar en rente zijn onzeker dezer dagen. De meerderheid van Canadezen hoopt van harte dat Québec vandaag 'nee' zal stemmen, tegen afscheiding. Aldus de peilingen. Maar deze enquêtes wijzen ook uit dat mocht het vandaag anders lopen, de rest van Canada aan haar pure eigenbelang zal weten te denken, en ook heel boos zal worden. In Québec zelf maken velen zich op om hun heil elders te zoeken, voor het geval dat.

Tot gisteren stroomden de aanhankelijkheidsbetuigingen Québec nog binnen. Het dagblad de Toronto Star verspreidde een gratis bijlage in het Frans, getiteld 'Cher Québec'. Engelstalige tv-stations lieten veel ontroerende uitingen van liefde voor Québec zien - stations die door de meeste francofonen nooit worden bekeken.

Na de demonstratie van 150.000 Canadezen, afgelopen vrijdag in Montréal, was een van de mildere reacties uit het onafhankelijkheidskamp: “hartelijk dank namens de hoteliers en restauranthouders van Montréal”. Er werd veel geklaagd: dat het te laat kwam, dat ze het volkslied in het Engels zongen, dat ze korting hadden gekregen van bus- en vliegtuigmaatschappijen, wat niet eerlijk is; of gewoon 'waar bemoeien ze zich mee?'.

Canada fleemt en soebat, maar zint ook alvast op wraak. Volgens de peilingen wil nog niet een derde dat er geprobeerd wordt Québec in de federatie te houden als het vandaag voor soevereiniteit stemt. Meer dan veertig procent wil in dat geval wel onderhandelen, maar uitsluitend met het oog op het voor hen gunstigste resultaat. Zesentwintig procent wil dat er helemaal niet gepraat wordt.

De politieke werkelijkheid is meestal anders dan wat in peilingen als meest wenselijk wordt gezien. Maar politieke leiders van de meest westelijke staten, British Columbia en Alberta, hebben voor hun concessies aan de constitutionele eisen van Québec in de laatste tien jaar, al met verlies van hun machtsposities moeten boeten. Deze economisch sterke provincies zullen in een Canada zonder Québec aanmerkelijk meer te vertellen krijgen. Québec heeft niet alleen een kwart van de Canadese kiezers, ze stemmen ook altijd zo consistent etnisch dat al dertig jaar een premier uit Québec de federale regering leidt.

De Québecois hebben op federaal niveau ook steeds strategisch gestemd: voor een centralistische regering, waar ze de nodige steun van kunnen verwachten. Als er door die regering nu gezegd wordt dat zij de huidige hoogte van pensioen- en bijstandsuitkeringen in Québec na een afscheiding niet kan garanderen, dan verzekert premier Parizeau van Québec plechtig dat een onafhankelijk Québec die federale verplichtingen op zich zal nemen. Zo ook de werkgelegenheid van 20.000 federale ambtenaren, de steun voor de kunsten, de hoge subsidiëring van de francofone radio en televisie, en nog veel meer.

Niet iedereen gelooft het allemaal. Zeker niet de anglofonen en andere minderheden. Montréal, de wereldstad met zijn zeer internationale bevolking, beleefde in 1976 al eens een massale uittocht, toen de nationalisten, de Parti Québécois, voor het eerst de provinciale verkiezingen wonnen. Het is gemakkelijk om mensen te vinden, die zeggen beslist te zullen vertrekken. Anderen zouden wel willen, maar kunnen niet, en zijn alleen maar bang. Nationalistische dromers zijn er echter ook genoeg, zoals de bouwvakker Conrad Harrison, die in het enige café van een stil dorpje op enige afstand van Montréal, grootse visoenen van een onafhankelijk Québec schildert: “Het is niet erg als er mensen weggaan, want dat soort hebben we toch niet nodig. Als we eenmaal soeverein zijn dan zullen we niet meer worden uitgebuit door de andere provincies, en dan krijg je immigratie uit Frankrijk. De Fransen zullen en masse naar Québec komen. Québec zal eindelijk opbloeien! Je zult wat beleven, na maandag!”

Francofone tegenstanders zijn moeilijker te vinden. In 1980, zegt men, was het helemaal onmogelijk om je in het openbaar of op het werk tegen te verklaren. En toch werd onafhankelijkheid toen met 60 procent tegen 40 procent verworpen. De twintig procent die in de peilingen onzeker was, bleek vrijwel geheel tegen te stemmen. Nu durven de mensen beter voor hun mening uit te komen, maar toch, de tegenstanders kunnen nog steeds winnen. Zeker is alleen dat morgen bijna de helft van Québecs bevolking diep bedroefd zal zijn, wat er ook gebeurt. Het is ja of nee, voor altijd.

    • Martijn de Rijk