Burgemeesters van de VN

“DE WERKELIJKE OPDRACHT van de VN aan Dutchbat was niet de enclave te verdedigen, maar aanvallen te ontmoedigen.” Deze zin staat wat plompverloren in de begeleidende brief van minister Voorhoeve van defensie bij het vanmorgen gepresenteerde lang verwachte 'debriefingsrapport' over de val van de moslim-enclave Srebrenica in Bosnië. Maar het is wel een constatering die alles zegt over de positie van de Nederlandse blauwhelmen in het door de VN uitgeroepen veilige gebied.

Er blijkt onder VN-vlag lange tijd een illusiepolitiek te zijn gevoerd. In de eerste plaats is dat gebeurd tegenover de bewoners van de enclave. De nuchtere vaststelling van Voorhoeve nu vormt een schril contrast met de belofte die indertijd door de Franse generaal Morillon tegenover de burgers werd gedaan toen Srebrenica tot veilig gebied was verklaard. In hoeverre ook het Nederlandse parlement tegen beter weten in een onmogelijke opdracht heeft gesteund, blijft inmiddels een van de vele vragen. In mei van dit jaar, ruim voor de val van de enclave dus, heeft de regering, staat in de brief van Voorhoeve, het parlement tot tweemaal toe vertrouwelijk op de hoogte gesteld van de “moeilijke positie” waarin Dutchbat zich bevond. Maar wat is moeilijk in dit verband?. Het heeft in elk geval toen niet geleid tot drang vanuit de Tweede Kamer om tot een wijziging van de Nederlandse politiek te komen.

REDDEN WAT ER te redden valt. Daar kwam de opdracht van de Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica zowel voor als na de val van de enclave in wezen op neer. Het beeld dat resteert is het voor Nederland vertrouwde: dat van de burgemeester in oorlogstijd. Het uitvoerige debriefingsrapport, gebaseerd op gesprekken met 460 Dutchbat-militairen en Nederlands personeel bij de VN-staven elders in het voormalig Joegoslavië, is ervan doortrokken. De Nederlandse militairen hebben erger weten te voorkomen, luidt de centrale boodschap. Ondertussen blijkt de werkelijkheid over wat zich in juli heeft afgespeeld naarmate de tijd verstrijkt en er meer bekend is steeds gruwelijker te worden. Voor de sussende verklaringen die vlak na de val door militairen ter plaatse zijn gedaan is elke grond inmiddels ontvallen.

Over die toen ontstane 'blikvernauwing' geeft het debriefingsrapport geen verklaring. Er is slechts de conclusie dat militiairen “beter moeten worden toegerust voor de omgang met de moderne media”. Het lijkt een klassiek voorbeeld van het door elkaar halen van boodschap en boodschapper. Voor het overige heeft het debriefingsrapport vooral materiaal opgeleverd voor het VN-tribunaal in Den Haag dat zich bezighoudt met de oorlogsmisdaden die in het gebied zijn gepleegd.

VEEL VRAGEN die in de afgelopen maanden zijn gerezen worden in het rapport niet beantwoord. Onduidelijk blijft bijvoorbeeld hoe de verwarring is kunnen ontstaan over luchtacties van de NAVO toen de Bosnische Serviërs klaar stonden de enclave binnen te vallen. Dutchbat verwachtte massale luchtaanvallen, maar het VN-hoofdkwartier ging uit van luchtsteun. Of hadden de VN-autoriteiten de enclave toen om hen moverende redenen al opgegeven? Voorts komt de moeizame verhouding tussen de Nederlanders en de moslim-bevolking maar erg summier aan de orde. En ook de vraag of er nu wel of niet een lijst met de namen van 59 gewonden aan de Bosnische Serviërs is overhandigd blijft hangen.

Het Nederlandse parlement heeft vandaag wederom een rapportage ontvangen over de dramatische gebeurtenissen in Srebrenica. Het zou zich er niet mee tevreden moeten laten stellen. De ernst van de gebeurtenissen in en rondom Srebrenica èn eventuele toekomstige deelname aan vredesoperaties door Nederlandse militairen vereisen dat over de resterende vragen de grootst mogelijke duidelijkheid wordt bereikt. En daarin voorziet Voorhoevens jongste werkstuk bij lange na nog niet.