Zware kost lichtvoetig gebracht in Rijgdraad

Voorstelling: Rijgdraad, van Judith Herzberg, door Theater van het Oosten en Toneelgroep Amsterdam. Regie: Leonard Frank; licht: Reinier Tweebeeke; Harp: Petra Vlasman. Gezien: 27-10 Transformatorhuis TGA. T/m 18/11 aldaar; tournee t/m 23/12. Inl. 020-6279070.

Soap-series zijn zo gemaakt dat je eraan verslaafd raakt. Meer nog dan het wedervaren van onze eigen naasten gaat ons het wel en wee van de families op tv ter harte en het verlangen te vernemen hoe het met die families gaat is meestal heel oprecht. Ook in het theater zouden we dolgraag willen meeleven met de ups en downs van fictieve figuren, maar dat pleziertje wordt ons daar zelden gegund.

Wat een genot is dan de voorstelling Rijgdraad, waarin de personages net als in een soap relaties verbreken en aangaan, kinderen krijgen, ouder worden en sterven. Wie Leedvermaak heeft gezien, een jaar of dertien geleden, zal de mensen in Rijgdraad begroeten als oude bekenden. Ada, Lea, Simon, Riet, Pien, Duifje, Dory en al die andere creaties van schrijfster Judith Herzberg, staan opnieuw in de schijnwerpers.

Leedvermaak speelde zich af aan het eind van de jaren zestig, op de bruiloft van Lea en Nico. Rijgdraad begint in 1979. Lea en Nico zijn nog steeds bij elkaar, nóg wel, en Ada en Simon, de ouders van Lea, vieren hun veertigjarig huwelijksfeest. Alweer komt de familie bijeen in het huis van Simon en Ada. Erg huiselijk ziet het er daarbinnen niet uit. Het decor dat Judith Lansink voor Toneelgroep Amsterdam en het Theater van het Oosten ontwierp, doet eerder denken aan de hal van een statig kantoorpand dan aan een knusse Hollandse woonkamer. De geometrische patronen van de vloer stralen een koele zakelijkheid uit. Ook al struikelen de gasten aanvankelijk over een loodgieter die deze vloer heeft opengebroken, toch lijkt alles hier overzichtelijk en onder controle.

Overzicht wenst huiseigenaar Simon ook in zijn hoofd te bewaren. Rust moet daar heersen en rede - want wie zijn gedachten laat gaan, krijgt ongewenst bezoek van spoken. Simon en Ada hebben de holocaust overleefd en nu moeten ze het heden nog zien te overleven, een beproeving die zwaarder lijkt dan alle voorgaande verschrikkingen.

Wat Judith Herzberg al liet zien in Leedvermaak, scherpt ze in Rijgdraad aan: voor joden is het heden het verleden in het kwadraat en dat verleden is dermate verbijsterend dat het met de beste wil van de wereld niet verwerkt kan worden. Men kan het steeds opnieuw beleven, zoals de verwarde Ada doet; men kan in een dronken bui de aandacht op zijn ongeluk proberen te vestigen, zoals Zwart doet; men kan op de valreep een kind maken, zoals Dory doet in de hoop door dat kind de vermoorde ouders te laten herleven - maar nooit komt men van het verleden af. 'K-k-k-katharsis ofzo, dat is toch allemaal lulkoek!' roept een van de personages.

Overduideliijk blijkt uit Rijgdraad dat ook de kindskinderen van de slachtoffers slachtoffers zijn. Na de pauze bevinden we ons in het jaar 1995; de kindskinderen bezitten dan walkmans en mountainbikes en verschillen in niets van andere jongeren, behalve dat zij zijn opgegroeid bij extreem rusteloze en extreem angstige ouders.

Judith Herzberg, regisseur Leonard Frank en alle spelers doen enorm hun best die loodzware kost lichtvoetig te brengen. Rijgdraad zit vol grappen en satirische oneliners en ook de geneuriede muziek van componist Maurice Horsthuis klinkt meestal vlot en luchtig.

Wat ongetwijfeld eveneens leuk bedoeld is, maar mij wel eens irriteerde, is het vettige acteerwerk van velen. Herzbergs onafgemaakte en daardoor vaak dubbelzinnige zinnetjes vragen om een slordige, onopvallende dictie - en onopvallendhied is nu juist iets waar sterren zich geen raad mee weten. Als Kitty Courbois (Ada) of Carol van Herwijnen (Simon) iets zegt, krijgt èlke klèmtoon nádruk. Op zichzelf valt het toe te juichen dat een aanzienlijk deel van de oorspronkelijke Leedvermaak-cast weer bijeen is in Rijgdraad, maar de maniertjes die in 1982 misschien nog niet zo opvielen, kunnen nu echt niet meer.

Gelukkig hebben sommige anderen hun oude frisheid behouden. Els Ingeborg Smits bijvoorbeeld is een ontroerend-schrikachtig Duifje. En Trudy de Jong is een sterke Lea, een Lea die in 't begin altijd nukkig is en jaloers en kwaad op zichzelf, maar over wie op het eind een moederlijke zorgzaamheid is neergedaald.

Dit is een smakelijke en oerdegelijke grote-zaal-produktie, gemaakt voor een oerdegelijk Amsterdam-Zuid-publiek.

    • Anneriek de Jong