Van Traa kapittelt Rabbae, Koekkoek

DEN HAAG, 28 OKT. De parlementaire enquêtecommissie vindt het “niet verstandig” dat de leden Rabbae (GroenLinks) en Koekkoek (CDA) uitspraken hebben gedaan over het komende vertrek van de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. Dat zei commissievoorzitter Van Traa gisteren na afloop van de verhoren.

Volgens Van Traa (PvdA) heeft de commissie donderdagavond “indringend gesproken” met beide leden. “We zijn unaniem van mening dat het niet verstandig is dat leden op individuele titel uitspraken doen”, aldus Van Traa. Hij erkende dat de uitlatingen de commissie “geen goed hebben gedaan”. De enige manier om het vertrouwen in de commissie te herstellen is “zo goed mogelijk verder te gaan” met het resterende werk. “Het zal niet meer gebeuren”, zei Van Traa.

Er zijn nog twee à drie weken te gaan voordat de openbare verhoren zijn afgesloten. Daarna moet de commissie beginnen met het schrijven van het eindrapport over de georganiseerde misdaad en de opsporingsmethoden van politie en justitie.

Rabbae en Koekkoek kregen een golf van kritiek over zich heen nadat zij woensdag hadden gezegd dat zij het vertrek van Van Randwijck een logische stap en een “juiste beslissing” vinden na wat er sinds de IRT-affaire is gebeurd in het ressort Amsterdam. Rabbae vond bovendien dat meer betrokken functionarissen het voorbeeld zouden moeten volgen om “de ruimte te laten aan nieuwe mensen die de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit met een effectieve samenwerking kunnen aangaan”.

Voorzitter Van Traa nam namens de enquêtecommissie nog dezelfde dag afstand van de uitlatingen van zijn medeleden. De parlementaire commissie wil geen oordeel vellen voordat de enquête geheel is afgerond. Ook vanuit de Kamerfracties van GroenLinks en het CDA kwamen kritische geluiden. De fractievoorzitters Rosenmöller en Heerma vonden dat hun partijgenoten voor hun beurt hebben gesproken.

Het Eerste-Kamerlid Van Dijk (CDA), in het verleden voorzitter van de RSV-enquêtecommissie, zei donderdag dat Rabbae en Koekkoek zich op hun positie binnen de commissie-Van Traa zouden moeten bezinnen. Van Dijk vindt dat de dat Van Traa zei gisteravond in een reactie daarop dat geen van de zeven leden daarop had aangedrongen tijdens het interne gesprek over het incident.

De parlementaire enquêtecommissie bestaat verder uit de leden De Graaf (D66), Vos (VVD), Rouvoet (kleine christelijke partijen) en Aiking-Van Wageningen (groep-Nijpels).