Twee soorten bacteriën reinigen vervuilde grond; Gechloreerde koolwaterstoffen (CKW's) aangepakt

BREDA, 28 OKT. Bij textielwasserij De Zon in Breda is deze week een proef op praktijkschaal begonnen om met behulp van bacteriën een stuk grond te reinigen dat in het verleden ernstig is vervuild door chemicaliën. Het gaat voornamelijk om perchloorethyleen of kortweg per, dat behoort tot de groep van gechloreerde koolwaterstoffen (CKW's). Bacteriën worden al langer toegepast om benzine en olie in de bodem af te breken, nu dienen ze voor het eerst als middel om CKW's onschadelijk te maken.

Volgens B.J. Smit, directeur van de Nedlin Groep, die eigenaar is van De Zon, is zelfs sprake van een wereldprimeur, omdat deze biologische saneringsmethode elders alleen nog in laboratoria wordt beproefd. De wetenschap schat de kans van slagen in Breda op tachtig procent. Wordt deze praktijkproef inderdaad een succes, dan zou het systeem zich lenen voor circa 20.000 vervuilde locaties in Nederland. Ook de milieubeweging noemt het procédé veelbelovend.

Dat geldt temeer omdat de bodem ter plaatse wordt gezuiverd. Dat betekent dat de verontreinigde grond - in dit geval circa 18.000 kubieke meter - niet hoeft te worden afgegraven voor transport naar een verwerkingsinstallatie of verbrandingsoven. Hierdoor liggen de kosten 30 procent lager dan bij conventionele saneringen. Afbraak van gebouwen of het stilliggen van produktieprocessen is evenmin nodig, zodat de besparing nog hoger kan oplopen.

Volgens de jongste schattingen telt Nederland 120.000 vervuilde bedrijfsterreinen. Om die stuk voor stuk af te graven en van schone grond te voorzien, zou het astronomische bedrag van ruim honderd miljard gulden nodig zijn. Dat geld is er eenvoudig niet (alleen 'Lekkerkerk' kostte het rijk al 200 miljoen), zodat naarstig wordt gezocht naar goedkopere middelen, waarbij de sanering zich ter plaatse (in situ) voltrekt. In de loop der jaren zijn daarvoor diverse technieken ontworpen, waaronder spoelen met zoutzuur, het gebruik van windpompen om schadelijke gassen uit de bodem te verdrijven en de toepassing van geluidsgolven om vervuiling los te trillen. Daarbij heeft zich ook de biologische methode gevoegd.

Weer een andere manier om een vervuilde bodem te behandelen, is zorgvuldige afscherming van de omgeving met behulp van kunststof en damwanden. Als dat optimaal gebeurt, kunnen geen schadelijke stoffen via grondwaterstromen naar buiten lekken. Deze vorm van isolatie, die bijvoorbeeld is toegepast bij de Coupépolder in Alpen aan den Rijn, is echter geen sanering in de ware zin van het woord.

De biologische zuiveringstechniek die in Breda wordt beproefd, is dat wel. Het systeem is ontwikkeld door de werkgroep microbiële ecologie van de Rijksuniversiteit Groningen, die gedurende twee jaar laboratoriumonderzoek heeft verricht alvorens de methode gereed was voor toepassing in de praktijk. Het adviesbureau Tauw Milieu en aannemingsbedrijf Oosterhof Holman Milieutechniek zijn verantwoordelijk voor de praktische toepassing. Aan de financiering van de test - voorlopig een bedrag van 750.000 gulden - wordt bijgedragen door de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (NOVEM), een zogeheten structuur-bv van het ministerie van economische zaken. In dit geval is de subsidie afkomstig van VROM (milieubeheer).

De vervuiling onder wasserij De Zon in Breda dateert uit de tijd, toen men sterk verontreinigd textiel met perchloorethyleen te lijf ging. Residuen van het middel kwamen jarenlang in de (zand)bodem terecht. Omdat deze stof, net als andere CKW's, chloor bevat, kan ze een schadelijke uitwerking hebben op mens en dier en daarom is sanering van het terrein dringend geboden.

De bacteriën die bij De Zon in de strijd zijn geworpen, vallen in twee groepen uiteen. De ene bestaat uit aërobe bacteriën, die veel zuurstof nodig hebben, terwijl de andere (anaëroob) juist geen zuurstof willen. In de woorden van ir. A.T. de Borst, directeur van Tauw Milieu: “De ene groep zouden we kunnen kenschetsen als doorgewinterde alcoholisten, die niets liever doen dan in een bedompte kroeg rondhangen, terwijl de andere groep de voorkeur geeft aan frisse buitenlucht. Samen moeten ze de klus zien te klaren.”

Om de beeldspraak voort te zetten: de 'kroegtijgers' onder de bacteriën krijgen als eerste perchlooretyleen voorgeschoteld. Ze zijn in staat twee chlooratomen 'op te eten'. Dan is het gebeurd met hun eetlust en blijft een tussenprodukt, cis genaamd, achter. Door cis te vermengen met fenol worden de andere bacteriën, de 'frisse buitenjongens', ertoe gebracht dit tussenprodukt om te zetten in onschuldige stoffen als water, chloride en koolzuurgas. In vaktermen uitgedrukt: “Na een gedeeltelijke anaërobe dechlorering van per naar cis, vindt een verdere aërobe afbraak van cis plaats.”

De provincie Noord-Brabant heeft speciale toestemming voor de proef moeten geven, omdat er een milieuvijandige stof (fenol) in de bodem wordt gebracht om het tweede deel van het reinigingsproces op gang te brengen.

Diverse instanties, waaronder het ministerie van VROM, zullen het experiment op de voet volgen, omdat er belangwekkende gegevens voor andere saneringen uit kunnen voortkomen. De Nedlin Groep wil regelmatig verslag uitbrengen over de vorderingen. De proef duurt voorlopig een jaar. Directeur Smit: “Na dat jaar hopen we een deel van de vervuiling verwijderd te hebben. Nog eens twee jaar later moet dit terrein aan de eisen van een schone omgeving voldoen.”

    • F.G. de Ruiter