Terugblik op een ideaal

De Wereldbibliotheek- vereniging werd 90 jaar geleden opgericht, met het doel de arbeider te verheffen door middel van het betere boek. In 1986 ging zij ter ziele en werd de Wereldbibliotheek een 'gewone' uitgeverij. Deze uitgeverij herdenkt haar vereniging met de publikatie van het boek Een dampkring van cultuur, en met een tentoonstelling.

Niek Miedema: Een dampkring van cultuur, 288 blz., geïll., Wereldbibliotheek, ƒ 49,50

De tentoonstelling is t/m 17 nov. te zien in de Universiteitsbibliotheek, Singel 425, Amsterdam. Maandag t/m vrijdag van 11-16 uur

De laatste ledenvergadering van de Wereldbibliotheekvereniging trok drie keer zoveel bezoekers als de voorlaatste. In plaats van vijf waren er nu vijftien. Op de agenda stond dan ook het voorstel de vereniging te ontbinden. Het werd door bestuur en leden aangenomen met zeventien tegen twee stemmen. Na ruim zestig jaar kwam daarmee, in juni 1986, een eind aan een vereniging met een ideaal: het goede boek in zoveel mogelijk huisgezinnen te brengen. Veel ophef bracht het besluit echter niet teweeg; de leden waren vergrijsd en zagen zelf ook wel in dat er geen redden meer aan was. In een briefje aan het bestuur had één van hen al in 1983 geschreven: “Uw cahiers van het afgelopen jaar hebben mij alleen maar duidelijk gemaakt dat de WB een groots verleden kent. Maar dat wist ik al. Niets wijst op een bestaansrecht in déze tijd.”

Wat dezer dagen wordt opgerakeld, is dan ook vooral dat grootse verleden. Op een expositie in de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en in het fleurige gedenkboek Een dampkring van cultuur worden de 233 premie-uitgaven uitgestald die gedurende die zes decennia de belangrijkste attractie van de Wereldbibliotheekvereniging hebben gevormd: mooi verzorgde boekjes die vier keer per jaar als bibliofiele attentie aan de leden werden toegestuurd. Ze vormen tegenwoordig een gewild verzamelobject, aldus Niek Miedema, de schrijver van het gedenkboek. Hoewel de meeste destijds in grote oplagen werden gedrukt en nu zelden meer dan een tientje kosten, zitten er ook zeldzame tussen. Slechts een enkeling bezit de hele serie. Zelfs in de kast ten kantore van de Wereldbibliotheek-uitgeverij is de collectie niet compleet.

De uitgeverij, die dit jaar haar 90-jarig bestaan viert, werd opgericht door de van verlichtingsidealen vervulde dr. Leo Simons. Wat hem voor ogen stond, was een fonds van “goede en goedkoope lectuur” voor de naar het betere en schonere hunkerende arbeider. Hij was geen socialist, maar wel sociaal bewogen. Volksontwikkeling zou in zijn visie automatisch naar een betere mens en een lichtende toekomst voeren. De geldschieters voor zijn Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, alias de Wereldbibliotheek, waren voornamelijk vrijzinnig liberalen. Met laag geprijsde heruitgaven van Sara Burgerhart en de Max Havelaar boekte hij zijn eerste grote verkoopsuccessen.

De bijbehorende vereniging, ter ondersteuning van de goede werken van de uitgeverij, werd opgericht in 1925. De leden kregen korting op uitgaven van de Wereldbibliotheek en toegang tot concerten, excursies, lezingen en andere culturele evenementen. Maar nog belangrijker was het premie-uitgaafje dat elk kwartaal verscheen - en altijd weer een verrassing was. Heel wat bloemlezingen zaten ertussen, maar ook nieuwe of oude novellen van bekende auteurs of hier nog niet ontdekte buitenlanders, dichtbundeltjes, rijmprenten en in het begin zelfs een paar mapjes met kunstzinnige prentbriefkaarten. Serieuze, maar niet al te zware kost was het, aldus Mienema. En niet polemisch of anderszins controversieel. Het bestuur van de Wereldbibliotheek-vereniging bestond uit nette mensen bij wie hoffelijkheid hoog in het vaandel stond: “Je geeft iemand die jarig is óók niet iets wat hem zal irriteren.” Dat was trouwens niet eens altijd eenvoudig; in 1948 riep een gekuiste Decamerone nog geschokte reacties op.

Culturele middenstand

Op haar hoogtepunt telde de vereniging maar liefst 30.000 leden. Veel arbeiders zaten daar waarschijnlijk niet tussen, al was het maar omdat de SDAP-leden onder hen immers op dezelfde mensverheffende wijze werden bediend door de omnibussen van hun eigen Arbeiderspers. Bij de Wereldbibliotheek richtte men zich inmiddels tot “de culturele middenstand van het Nederlandse volk”. Vooral tijdens de bezetting, die zonder veel kleurscheuren werd doorstaan, stegen de leer- en leesgierigheid tot grote hoogten.

Daarna liep het snel bergafwaarts, mede door de opkomst van pocket-reeksen als Prisma en Aula, die de klassieke wereldliteratuur nòg goedkoper in de handel brachten. Al in 1960 werd de vereniging in een onderzoeksrapport geadviseerd meer rekening te houden met “niveau en behoeften van de gemiddelde lezer” - met andere woorden: te populariseren. Maar ook dat hielp niet. In zijn boek vermeldt Miedema dat de vereniging in 1975, bij haar vijftigjarig bestaan, vijftig leden van het eerste uur in het zonnetje zette. “Een jaar later waren vijf van de vijftig overleden, hadden er nog eens vijf opgezegd, en was er één afgevoerd wegens het niet betalen van de contributie.” Zo bezien was het nog een wonder dat pas in 1986 tot opheffing werd besloten.

“De tijd is er niet meer naar om zo'n vereniging in stand te houden,” beaamt Joos Kat, de huidige directeur van de Wereldbibliotheek. “Een vereniging leeft nu eenmaal bij de gratie van een gevoel. Alleen de ANWB niet, daar zijn we lid van omdat we geholpen willen worden als we stil komen te staan langs de weg. Maar verder heb je er een grote groep mensen voor nodig die worden verenigd door een bepaald gevoel. Een vereniging van boekenliefhebbers zou het op dit moment heel moeilijk hebben, vrees ik.”

Kat heeft de uitgeverij in 1986 via een management buy-out verworven en staat sindsdien aan het hoofd van een fonds, dat vooral bekend is van vertaalde literatuur. Isabel Allende, door hem in Nederland geïntroduceerd, mag worden beschouwd als de kurk waarop het bedrijf draait: “Al haar titels lopen uitstekend.” Volgende maand verschijnt bij de Wereldbibliotheek het eerste nummer van het geheel aan 'wereldliteratuur' gewijde tijdschrift Armada, waarmee Kat zich hoopt te verzekeren van een continue stroom ideeën voor het vertalen van buitenlandse schrijvers die hier nu nog onbekend zijn.

Intussen is de Wereldbibliotheek in het Nederlandse boekenbedrijf een kleine uitgever met een goede naam - één van de weinige zelfstandige uitgeverijen die zich staande kunnen houden met literair en cultuurhistorisch werk, zonder snelle stunts voor de kassa. “Dat is alleen vol te houden als je heel voorzichtig bent,” zegt Kat, “en ik ben de afgelopen jaren heel voorzichtig geweest. We hebben nu een goede, gezonde basis.” Graag onderstreept hij dan ook dat het lot van de Wereldbibliotheek-vereniging niet mag worden verward met de wederwaardigheden van de gelijknamige uitgeverij. Het is leuk en aardig al die bijzondere boekjes van vroeger nog eens bij elkaar te zien, maar hij maakt nu óók mooie boeken.