Peoplemanagers regeren NS

ROTTERDAM, 28 OKT. Hoe laat we in Rotterdam aankomen, luidt de vraag. Uit zijn borstzakje haalt de conducteur een briefje, tuurt er enige tijd ingespannen op en zegt: “Kwart over acht. Neen, acht uur.” En dan met wikkende hand en vragende ondertoon: “Vijf over acht?”

Multiple choice in de trein Amsterdam-Rotterdam tijdens de avondspits. De vroegere generatie 'spoormensen' zou ervan hebben gegruwd, maar tegenwoordig zijn personeel en reiziger al tevreden als ze een beetje weten waar ze aan toe zijn.

Vertragingen stapelen zich dag na dag op. De Nederlandse Spoorwegen noemen de werkzaamheden aan de baanvakken als belangrijkste oorzaak van de vertragingen. Die werkzaamheden zijn noodzakelijk, zo zeggen ze, om het spoorwegbedrijf als geprivatiseerde onderneming naar de eenentwintigste eeuw te voeren.

Andere oorzaken zijn volgens een conducteur buiten dienst in het eerste-klascompartiment het toenemend aantal ongelukken op overwegen, leidingbreuken en de stijging van het aantal zelfdodingen. Gemiddeld pleegt één persoon per 20 uur zelfmoord door voor de trein te springen, zegt hij, maar “nu de blaadjes vallen” ligt die frequentie hoger.

Het spoorwegpersoneel is de vertragingen ook zat. Het vindt de kwaliteit van de dienstverlening onder de maat, zo bleek twee weken geleden uit een enquête onder 1.972 personeelsleden die de ondernemingsraad van de spoorwegen had gehouden. Volgens de conducteur buiten dienst is het de gewoonste zaak van de wereld geworden dat zijn nog werkende collega's in een week vijf vertragingen meemaken. Deze kunnen soms oplopen tot een half uur.

“Verder”, zegt een machinist met 27 dienstjaren, “is er een bijna totaal gebrek aan communicatie. Mijn peoplemanager, dat is mijn directe chef in Rotterdam, heeft zo weinig kennis van de NS dat hij nauwelijks weet waar ik mee bezig ben.”

Secretaris L. van der Bent van de Vakvereniging voor machinisten (VVM) had het al eerder gezegd. “Tussen Dordrecht en Amsterdam is het één bouwput. Daar kunnen vertragingen niet meer worden ingelopen omdat de snelheid telkens terugmoet.” Maar vandaag komt de trein Rotterdam-Amsterdam overal op tijd aan - kleine vertragingen daargelaten. De spoormensen houden ons voor dat we een verkeerd moment hebben uitgezocht. “U had moeten komen in de weekeinden, of 's avonds laat als de buitendienststellingen plaatsvinden.”

Pag.7: We gaan eraan, denkt het NS-personeel

Algemene gêne heeft zich vooral van het rijdend personeel meester gemaakt, zegt Van der Bent van de machinistenvereniging. Om pijnlijke confrontaties met reizigers te voorkomen, blijven machinisten en conducteurs zo lang mogelijk in de koffiekamer zitten. Er zijn al machinisten gesignaleerd die niet over het perron maar over het grind achter hun trein langs naar hun cabine lopen. “Je schaamt je niet altijd NS-er te zijn, maar wel als je de reizigers in de trein, uit de trein en weer in de trein laat stappen. Dan zou je het liefst onzichtbaar worden”, aldus de conducteur buiten dienst in het eerste klas-compartiment.

De koffiebonnen die het rijdend NS-personeel ter beschikking staan om het publieke ongenoegen te pareren, worden steeds vaker in de zak gehouden. Want hoon is slechts het antwoord. Van der Bent: “Koffiebonnen zetten geen zoden aan de dijk. Het wordt tijd dat de directie de reizigers eens echt gaat vertellen wat er aan de hand is. Desnoods met televisiespots.” Volgens de secretaris van de VVM voldoet het antwoord 'sorry, werkzaamheden' niet langer als reizigers vragen naar de oorzaak van de vertragingen. “De reizigers beginnen steeds vaker met stemverheffingen te spreken. Ook valt er wel eens een klap.”

Het personeel zou meesmuilen om de boekjes met kruiswoordraadsels die de spoorwegen ter beschikking stelden toen de uit de hand gelopen werkzaamheden op het traject Leiden/Den Haag afgelopen zomer tot groot ongemak leidden. “Hoe kun je in godsnaam je pen op papier krijgen als je met tachtig man in een bus wordt gepropt?”, vroegen enkele passagiers zich af.

Van der Bent (“gelukkig niet in uniform”) zag op 4 mei op het perron van het station van Geldermalsen hoe voor zeshonderd passagiers, die wegens een breuk in een bovenleiding strandden, één bus kwam voorrijden. De andere zaten vast in de spits. En voor de marathon in Rotterdam was men volgens Van der Bent vergeten extra treinen in te zetten, waardoor het “een grote puinhoop” werd.

Het spoorpersoneel klaagt niet alleen over de vertragingen - ook de werkdruk is onderhevig aan kritiek. “De personeelsplanning is altijd een grote puinhoop geweest”, aldus Van der Bent. “December vorig jaar werd in de Randstad de regeling tijdelijke diensttijd ingevoerd. Om ontslag van machinisten te voorkomen, kwam er een vierdaagse werkweek. Op zich een prachtige regeling, want je behield 92 procent van je salaris. Maar nog geen half jaar later werd de regeling, die voor drie jaar had moeten gelden, weer ingetrokken. Er bleek geen overschot, maar juist een tekort aan machinisten te ontstaan. De spoorwegen beginnen altijd te laat met het aannemen en opleiden van nieuwe mensen. Als er een griepepidemie uitbreekt, komt alles stil te vallen.”

Inmiddels viert het cynisme onder het spoorpersoneel hoogtij. De uitbreiding van stations met winkels vinden de werknemers prachtig, maar “wat schiet een reiziger er mee op als hij een blik soep of een pak maandverband kan kopen en tegelijkertijd ontdekt dat de aantallen loketten zijn gereduceerd of zelfs zijn gesloten?”, vraagt Van der Bent zich af. Ook de slogan 'We gaan ervoor' is het onderwerp van spot. “Op dit moment denk ik meer 'We gaan eraan'.”

Van der Bent stelt het met spijt in zijn stem vast, want hij is een spoorman in hart en nieren. Zeventien jaar lang was hij machinist (meester in NS-jargon) totdat hij in juni wegens rugklachten werd afgekeurd. Nu is hij assistent spoorwegveiligheid in Rotterdam. Zijn wijnrode pet hangt aan de kapstok als reliek van de goede ouwe tijd. Hij heeft talloze modeltreintjes. De aansteker op de salontafel is uitgevoerd in de vorm van een trein.

Zijn collega uit het Rotterdamse, die liever niet met zijn naam wordt vermeld, want “collega's hebben daar problemen genoeg mee gekregen”, zegt: “De betrokkenheid, het spoorgevoel is weg. Je draait je dienst en dan ga je weer naar huis. De sfeer is zeer gespannen. Als de interne communicatie niet beter wordt, voorzie ik in het voorjaar nog meer geouwehoer en mogelijk een staking.” Over de bedrijfsvoering is hij ook niet te spreken. “Het kan je per rit driemaal gebeuren dat zo'n knakker van de verkeersleiding vergeet het sein op veilig te zetten. 'Sorry meester, we zijn je vergeten' hoor je dan over de telefoon. Dan zeg ik wel eens: 'Als ìk iets vergeet, vallen er wel mooi honderd doden'.”

Van der Bent kan zich nog goed de zogenoemde omturnsessies voor het voltallige personeel herinneren. Voorzitter R. den Besten van de Raad van Bestuur trad in 1992 verschillende malen op voor de NS-werknemers, toen vaststond dat de spoorwegen een zelfstandig, niet meer op de overheid leunend bedrijf zou worden. “ Hij zei dat iedereen bij de NS zich zou gaan thuisvoelen en dat er naar het personeel zou worden geluisterd. De top zou worden afgeslankt. Maar intussen is de onderneming gesplitst in 25 onderdelen en is er een lading directeuren bij gekomen.”

De kinderen van de Familie Spoor, zoals het bedrijf vroeger werd aangeduid, worden opstandig. De recente staking van de gezagstrouwe spoorwegpolitie - nog nooit eerder vertoond - en de pamfletten die het personeel wegens dreigende sluiting aan de loketten hing, zijn volgens Van der Bent “tekenen aan de wand”.

Directie en vakbonden vergaderen sinds die tijd op een geheime plaats over hoe de problemen aan te pakken. De NS-directie zou bij de overheid willen pleiten voor een minder drastisch tempo waarin de verzelfstandigingsoperatie definitief vorm moet krijgen. Alle partijen hebben intussen een 'radiostilte' ingesteld. In november volgt een debat in de Tweede Kamer over de privatisering van de Nederlandse Spoorwegen.

De trein uit Amsterdam arriveert die avond in Rotterdam niet om acht uur, vijf over acht of kwart over acht. Hij arriveert om kwart vòòr acht. De conducteur, gevraagd naar deze “vervroeging”: “Je weet het tegenwoordig maar nooit. Nu bent u toch een tevreden mens? Of niet soms?”

    • Max Paumen