Ongelikt sprookje over broer en zus Carpenter

Voorstelling: The Carpenters door Theatergroep Carrousel. Tekst en regie: Matin van Veldhuizen; spelers: Stella Denier van der Gon en Frank Houtappels; decor: Anne Karin ten Bosch. Gezien 27/10 Theater Carrousel, Amsterdam. Te zien t/m 11/11 aldaar. Tournee t/m 25/1.

Zuchten van herkenning gaan door de zaal bij slagroomzoete verrukkelijkheden als 'Close to you' en 'Song for you' van The Carpenters. Dat flemende pianootje bespeeld door Richard, die smachtende violen, de temende stem van Karen die parelt alsof ze al zingend reclame maakt voor stralend witte tanden... Theatergroep Carrousel is verantwoordelijk voor deze tranen in aantocht - of niet natuurlijk, men kan de muziek, zoals in de voorstelling gebeurt, 'tuttig' noemen of vergelijken met 'de romantiek van kaasblokjes'. Maar niet over de muziek alleen gaat de voorstelling; ze gaat over de desintegratie van twee wereldsterren, Richard en Karen Carpenter, door roem en haar keerzijde: onbegrip, vereenzaming, angst de inspiratie te verliezen. Twee kinderen nog, die zichzelf in de wrede wereld waarin Nixon en Vietnam overheersen zuiver, gelukkig en vooral verbonden tot elkaar willen voelen. Die verbondenheid van broer en zus tegen elk beter weten in, vormt de dramatische kern. Regisseur Matin van Veldhuizen heeft welbewust de geliktheid van het tweetal willen vermijden. Karen, gespeeld door Stella Denier van der Gon, heeft niets van de smetteloze uitstraling van de historische Karen - en toch raakte ik geïntrigeerd door haar innemend, schuldeloze spel. Frank Houtappels zet een zelfverzekerde, in muzikaal opzicht geniale Richard neer, tot hij, aangetast door de bijwerking van slaappillen, geen ideeën meer heeft. De teloorgang gaat razendsnel: Karen dirigeert zichzelf de hongerdood tegemoet en het sprookje is uit. Ontegenzeggelijk raakte de voorstelling me, vooral door het suikerwitte optimisme van het tweetal dat zo snel bezoedeld raakt. Ze dachten de wereld aan hun voeten te hebben, maar even snel als hun sterren rezen doofden ze weer. Dat is tragiek. Toch had de voorstelling dieper gekund: wáárom al die liefdesliedjes en uit welk gemis van componist Richard kwamen die voort? Dat zou ik graag willen weten. Wie thuiskomt, moet heel snel vette, rauwe jazz opzetten. Om de kristallen schoonheid van The Carpenters te vergeten, en tegelijk te beseffen hoe onwaarschijnlijk mooi het toch, ondanks alles, is.