NS-personeel

In NRC-Handelsblad van 23 oktober breekt H. Coebergh, bestuurskundige bij de NS, een lans voor ongetemporiseerde uitvoering van de privatisering. Daar is niets tegen. Echter, in de loop van het stuk worden en passant onaangename, laatdunkende, oordelen uitgesproken over Rover, 'de verpersoonlijking van de oude visie op wat NS zou moeten zijn'; linkse partijen, 'laten hun oren alweer slapjes hangen'; conducteurs 'morrend' en 'zich generend'; en de reiziger 'die het liefst met de trein voor de deur van zijn huis wordt opgehaald en afgezet'.

Nog erger is dat Coebergh schrijft: “De NS stimuleren zichzelf en de omgeving met deze verandering - hoe bevreemdend die helaas soms voor zelfs het eigen personeel overkomt.”

Uit deze zin en de toon van de geciteerde oordelen stijgt de arrogantie op van de technocratisch gerichte NS-leidinggevende. Coebergh maakt onbedoeld twee dingen duidelijk. Ten eerste dat in zijn visie 'de NS' de leidinggevenden zijn, niet de mensen op trein en perron die voor de reiziger het gezicht van de NS vormen. Ten tweede dat de NS-leiding er niet in slaagt om de plaatsvindende veranderingen aan het personeel (lees: het uitvoerend personeel) duidelijk te maken, om hen ermee vertrouwd te maken en hen ervan harte achter te laten staan.

Daarom zal dat uitvoerend personeel die veranderingen niet goed kunnen uitvoeren, laat staan deze op vriendelijke wijze kunnen uitleggen aan de reiziger. En als dat niet gaat lukken, dan wordt het reizen per spoor steeds minder een aantrekkelijk alternatief en worden de gemeenschapsmiljarden die nu (mijns inziens terecht) aan de infrastructuur worden besteed, weggegooid geld.