Notations van Boulez is een glinsterend en spannend zelfportret

Concert: Concertgebouworkest o.l.v. Pierre Boulez. Gehoord 27/10, Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4, AVRO, 11/11.

Pierre Boulez, in Amsterdam voor de serie van tien voorstellingen van Schönbergs Moses und Aron die vanavond in het Muziektheater wordt besloten, dirigeerde gisteravond bij het Concertgebouworkest een concert dat begon onder een ongelukkig gesternte. Megaster Jessye Norman was ziek en er was geen plausibele vervangster te vinden voor de vertolking van Bergs Altenberglieder. Het programma begon nu met Schönbergs jeugdwerk Verklärte Nacht, waarvoor helaas zijn Begleitmusik zu einer Lichtspielszene had te wijken. Juist deze Begleitmusik is een soort zelfportret van de componist met zijn zo'n typerende nerveuze spanning en die mystiek gloeiende cantilene van de cello, Schönbergs eigen instrument.

Verklärte Nacht klonk door een wel heel groot strijkorkest zeker bijzonder. Boulez zocht het niet in de gebruikelijke dynamische uitersten, maar in het vasthouden van een grote lijn die met retorisch raffinement werd gekoesterd in altijd hoorbare tegenstemmen: Boulez' befaamde transparantie.

Ravels Ma mère l'Oye beloofde een speelse verrukking te zullen worden maar begon toch onzeker: de strijkers klonken te 'kuis' onder de geprononceerde soli en er waren onbedoeld ruimtelijke effecten in het slagwerk, dat al stond opgesteld voor Boulez' eigen compositie Notations voor 114 musici. Daarna veranderde op slag het karakter van dit concert en het eerder vooral beschaafde applaus kreeg bij de twee laatste stukken een ovationeel karakter.

In de commentaren op Notations leest men doorgaans dat Boulez in 1987 voor het eerst de teruggevonden gelijknamige pianostukjes uit 1945 voor orkest instrumenteerde. Hij pakte die pianomuziek al in 1946 op ten behoeve van een radiofonie, maar de recentere uitwerking, waarmee hij nog steeds bezig is, heeft voor dit gigantische apparaat uiteindelijk niet meer zo veel van doen met de cyclus van twaalf pianostukken van elk twaalf maten gebaseerd op een twaalftoonreeks, waarin steeds dezelfde stof vanuit een ander gezichtspunt wordt belicht: de ene keer in intieme reflectie, de andere keer virtuoos uitbundig. Die tegenstelling ontbrak geheel in de plompe uitvoering die Charles Dutoit vorig jaar leidde. Maar nu revancheerde het orkest zich glorieus, wat resulteerde in een adembenemende ervaring.

'Transparant glacier', doorschijnend gletsjerijs, zo begint de vierde strofe van Mallarmé's sonnet La Vierge en het muzikaal commentaar daarop in Boulez grootse Pli selon pli verwijst weer rechtstreeks naar Notations - helder oplichtende ijsschotsen, vervaarlijk kruiend ijs, muziek als een kraken vóór de val!

Een complexere en delicatere partituur is nauwelijks te vinden, en daarmee is Notations ook een Boulez-portret, glinsterend mooi en tegelijkertijd vol onverhoedse spanningen. Het sloot verrassend goed aan bij Alban Bergs Drei Orchesterstücke op. 6, levendige theatermuziek waarin Wozzeck al hoorbaar is, en die in zijn verwijzing naar Mahler een soort dubbelportret vormt. Ditzelfde geldt voor Notations: een dubbelportret Boulez-Mallermé. En wat Schönberg betreft: die koppel ik graag aan Kafka. Zo begon het concert Kafkaiaans maar eindigde gelukkig dan toch 'in modo grandioso'.