Nieuw kiesstelsel kabinet is van alles een beetje en eigenlijk niks

Het kabinet wil, behalve het referendum, ook een nieuw kiesstelsel invoeren. Burgers stemmen dan voortaan op een landelijke en op een regionale lijst. Maar volgens Mark Kranenburg heeft het kabinet dit ooit sensationele idee voor staatkundige hervorming van alle glans ontdaan.

Een kenmerk van kroonjuwelen is dat ze dienen te worden uitgestald. Het is niet de bedoeling dat ze echt worden gedragen. Hetzelfde is het geval bij de 'kroonjuwelen' van D66: het referendum en een ander kiesstelsel. Leuk om naar te kijken, maar eigenlijk niet bedoeld voor gebruik. Ten aanzien van het referendum geeft het kabinet dit ook ruiterlijk toe. Het wordt straks een ultieme mogelijkheid voor de burgers om zijn bestuurders te corrigeren. Maar de voorwaarden zijn dermate stringent, dat er in de praktijk nauwelijks een referendum zal worden gehouden. Veelzeggend waren in dit verband de woorden van minister-president Kok: “Het moet geen ballentent worden.”

Onderwerpen die de mensen echt beroeren, zoals grote infrastructurele werken zijn er voorlopig buiten gehouden. Voor de onderwerpen waarover de burgers wel een eindoordeel mogen vellen, is de lat bovendien aanzienlijk hoger gelegd. Niet minder dan zeshonderdduizend mensen moeten binnen zes weken bij het gemeentehuis hun handtekening afgeven om een volksraadpleging te kunnen organiseren. Dat is twee keer zoveel als voorgesteld door de commissie-Biesheuvel die tien jaar geleden het idee van een correctief referendum nader uitwerkte.

Nog minder bedoeld om werkelijk tot stand te brengen, lijkt het voorstel van het kabinet voor een nieuw kiesstelsel. Het kabinet heeft er alles aan gedaan om dit van oorsprong D66-idee van alle glans te ontdoen nu het uit de vitrine is gehaald. Niets heeft het meer te maken met de staatkundige hervorming zoals D66 die voorstond toen de partij nog D'66 heette. De juichstemming bij D66-ers (“Na honderdvijftig jaar eindelijk vernieuwing”) is dan ook volkomen misplaatst.

Als het aan het kabinet ligt, kan de kiezer bij verkiezingen voor de Tweede Kamer straks twee stemmen uitbrengen: één op een landelijke lijst en één op een regionale lijst. Langs die twee wegen komen er 75 landelijke kandidaten en 75 regionale kandidaten (afkomstig uit vijf districten) in de Tweede Kamer. Waarom toch die gekunstelde constructie? Het blijft de telkens terugkerende vraag bij lezing van dit plan van het kabinet. Er wordt veel overhoop gehaald, maar welk doel zal het dienen?

Wie een kiesstelsel wil veranderen, zou toch allereerst moeten aangeven waarom dat dan wel nodig is. Maar in de brief aan de Tweede Kamer waarin het plan wordt ontvouwd, komt het kabinet niet verder dan een verwijzing naar het regeerakkoord. Daarin staat dat “bezien zou worden hoe, onder handhaving van het beginsel van de evenredigheid wijzigingen in het kiesstelsel konden worden aangebracht die een meer rechtstreekse band tussen kiezer en gekozene mogelijk maken”. Om die rechtstreekse band draait het allemaal. De voorstellen van het kabinet hebben daarentegen veel meer weg van een noodverband tussen kiezer en gekozene. Het is van alles wat en daarmee niks. Het nieuwe kiessysteem is één groot compromis: een beetje districtenstelsel, een beetje evenredige vertegenwoordiging, een beetje twee stemmensysteem. Al die beetjes samen maken echter nog geen sterk geheel. Integendeel.

Allereerst zal de band tussen kiezer en gekozene niet hechter worden door het opdelen van Nederland in vijf districten. Het betekent dat er alleen in naam sprake zal zijn van een districtenstelsel. Want wat is in vredesnaam de ratio, anders dan een puur rekenkundige, om de provincies Zeeland, Noord Brabant en Limburg als één district te beschouwen? Het Limburgse CDA-Kamerlid Van der Linden is de volksvertegenwoordiger met de meeste regionale stemmen achter zich. Bij de jongste Kamerverkiezingen vergaarde hij in Limburg 18.944 voorkeurstemmen. Maar in Zeeland brachten niet meer dan 26 mensen hun stem uit op Van der Linden. Het kabinet wil de regionale herkenbaarheid in de volksvertegenwoordiging vergroten, maar begint met het volledig negeren van bestaande regionale identiteiten. Hoe vertegenwoordigd moet de kiezer uit Breukelen zich voelen als een kandidaat uit Winterswijk wordt gekozen? Toch maken beide plaatsen in het voorstel van het kabinet deel uit van hetzelfde district.

Een beetje districtenstelsel kan net zo min als een beetje zwanger. Het voorstel van het kabinet is in feite één groot bewijs voor die stelling. Echte herkenbaarheid kan alleen door veel meer districten. Maar dat kan ook weer niet omdat het kabinet zichzelf dan in de staart bijt. In het regeerakkoord wordt ook het beginsel van evenredigheid omarmd. Hoe meer districten, hoe meer het evenredigheidsstelsel op de tocht komt te staan. Zelfs bij een indeling van Nederland in vijf districten moeten de meeste kleine partijen al zetels inleveren ten opzichte van de huidige situatie. Elk district extra betekent een verdere verslechtering.

Naast het districtensysteem wil het kabinet de Tweede Kamer voor de andere helft laten bestaan uit volksvertegenwoordigers die via een landelijke lijst zijn gekozen. Die landelijke lijst is echter een verslechtering ten opzichte van de huidige situatie. Nu telt het land nog negentien kieskringen. Het staat politieke partijen met het oog op de “regionale inkleuring” vrij per kieskring een aparte kandidatenlijst in te dienen. In het voorgestelde systeem moet de landelijke lijst voor het hele land gelijk zijn. Met andere woorden: de regionale profile- ringsmogelijkheden worden in het nieuwe systeem alleen maar slechter. De negentien informele districten worden gereduceerd tot vijf echte districten.

Vervolgens is het de vraag of een systeem waarbij de kiezer twee stemmen uitbrengt voor een en dezelfde verkiezing, namelijk een nieuwe Tweede Kamer, wel zo wenselijk is. Het heeft in elk geval niets te maken met het twee stemmenmodel dat D66 ooit voorstond. Dat was gebaseerd op het Amerikaanse systeem waar de burgers een president en een congres kunnen kiezen. Oftewel: de macht èn de controle op de macht. D66 wil al vanaf de oprichting èn de gekozen minister-president èn een verkiezing van de volksvertegenwoordiging via een districtenstelsel.

Maar waar zullen twee stemmen voor de Tweede Kamer toe leiden? De gedachte in het kabinetsplan is dat kiezers een gescheiden stemgedrag gaan vertonen. In een toelichting op de voorstellen sprak staatssecretaris Kohnstamm van binnenlandse zaken (en van D66!) de hoop uit dat kiezers hun twee stemmen ook bewust gebruiken: dat er bijvoorbeeld bij de landelijke lijst voor de macht wordt gestemd en op de regionale lijst voor het principe. Oftewel: omdat Kok het zo goed heeft gedaan als minister-president krijgt hij de landelijke stem, maar de regionale stem gaat naar de D66-er die zo pal staat voor het landschap in zijn of haar district.

Dit nu is misschien wel de grootste misvatting van het kabinet. Alsof politieke partijen een dergelijke schizofrenie van de kiezers zullen dulden. Want het gaat natuurlijk niet om 75 zetels van een landelijke lijst en daarnaast 75 regionale zetels die verdeeld moeten worden. Het gaat straks gewoon om een totaal van 150 zetels in de Tweede Kamer, waarbij de vraag welke partij de grootste zal zijn van cruciaal belang is voor de vorming van een kabinet. Het is immers de grootste partij die het initiatief heeft bij de formatie.

Sinds de totstandkoming van het CDA in 1977 is er bij Tweede-Kamerverkiezingen altijd sprake geweest van een nek-aan-nek race tussen deze partij en de Partij van de Arbeid. Bij de jongste Kamerverkiezingen had het maar heel weinig gescheeld of het CDA was als grootste uit de strijd naar boven gekomen. Of er dan ook een paars kabinet had gezeten zoals nu, is twijfelachtig. Afgaande op de huidige peilingen zullen bij de volgende verkiezingen PvdA en VVD gaan strijden om de eerste plaats. Partijen kunnen zich dan geen aparte regionale strijd veroorloven. Elke stem, zowel die op de landelijke als de regionale lijst is van het grootste belang voor de machtsvorming op nationaal niveau. De districtslijsttrekker van de VVD zal vóór alles duidelijk moeten maken dat een stem op hem ook een stem op Bolkestein is, zoals de lijsttrekker van de PvdA in hetzelfde district zal moeten zeggen dat een stem op hem er één op Kok is. Van de regionalisering en dus de herkenbaarheid van kandidaten zal op die manier niets overblijven.

Voor het nu zo door D66 bejubelde kiesstelsel geldt dan ook wat de partij in zijn verkiezingsprogramma schreef over de reclameboodschappen tijdens verkiezingen van CDA en PvdA: Het geeft een mooi gevoel, maar je moet het niet te letterlijk nemen.