Mexicaanse vakbond is de volgzaamste ter wereld

MEXICO-STAD, 28 OKT. De Confederatie van Mexicaanse Arbeiders (CTM) viert volgend jaar haar zestigjarige bestaan. En velen gaan ervan uit, dat de huidige secretaris-generaal van de CTM, Fidel Velásquez, ook dan nog leiding zal geven aan de machtige Mexicaanse vakcentrale. Bijzonder is dat wel, gezien de leeftijd van 'Don Fidel': 95 jaar.

De rol die de vakbeweging in het moderne Mexico speelt, is niet te begrijpen zonder inzicht te hebben in de unieke figuur van haar onbetwistbare leider, Fidel Velásquez. Van melkboerenhulpje tot één van de pilaren van het Mexicaanse politieke systeem; de levensgeschiedenis van Velásquez laat zich lezen als een tijdbalk van het post-revolutionaire Mexico.

De oprichting van de CTM in 1936 betekende de consolidatie van de Mexicaanse arbeidersbeweging, die in de jaren na de revolutie van 1919 het voorwerp was van pogingen van socialisten en anarchisten om de controle erover te verwerven. In 1940 lukte het Fidel Velásquez als lid van de zogenoemde groep van 'de vijf wolfjes' om op zijn beurt het leiderschap van de CTM te veroveren. Tot op de dag van vandaag is Don Fidel de onbetwiste voorman van de naar schatting dertig miljoen Mexicaanse arbeiders, ofschoon naar schatting slechts eenderde lid van de CTM is.

In de afgelopen 55 jaar sinds hij het leiderschap veroverde, heeft Velásquez zijn stempel gezet op de CTM en op Mexico. De vakcentrale is onder zijn leiding uitgegroeid tot een imperium, dat ook aanzienlijke financiële belangen heeft. De CTM bestuurt onder andere het Mexicaanse fonds voor de volkshuisvesting Infonavit. De hoogbejaarde vakbondsleider geeft nog elke maandag een persconferentie, waarbij de pers zijn visie op actuele problemen mag vernemen. Tegenwoordig in een rolstoel, maar nog steeds met zijn onafscheidelijke sigaar, mompelt Velásquez vermaningen en waarschuwingen aan regering en werkgevers in de microfoons van de Mexicaanse pers.

Maar dat is voor een groot deel schijn. De CTM, met ruim 11.000 aangesloten bonden, is vermoedelijk de meest dociele vakcentrale ter wereld. De nauwe banden tussen de CTM en de regerende Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) zorgen ervoor, dat de Mexicaanse arbeiders nooit een bedreiging voor de zittende regering kunnen vormen. De PRI steunt al meer dan een halve eeuw Fidel Velásquez in zijn ijzeren greep op de CTM en in ruil daarvoor zorgt de vakbondsman voor een leger gedisciplineerde PRI-stemmers.

Hoezeer de CTM als 'officiële' vakcentrale tegen de belangen van de Mexicaanse werknemers ingaat, bleek dit voorjaar eens te meer toen de effecten van de zogenoemde 'peso-crisis' zich deden voelen. In elke andere situatie - Argentinië is daar regelmatig een voorbeeld van - zouden ontevreden arbeiders de straat opgaan om hun recht te eisen. In Mexico niets van dat alles. In tegendeel. Dit voorjaar stemde Fidel Velásquez namens de miljoenen CTM-leden in met een algemene loonsverhoging die ver achterblijft bij de stijging van de inflatie. Ook schreef hij voor dat de vakbondsleden een dag loon zouden inleveren om bij te dragen aan de aflossing van de lening van 50 miljard dollar, waarmee de internationale gemeenschap Mexico van het bankroet redde.

Toch hadden Velásquez en de regering van president Ernesto Zedillo goed door, dat de ontevredenheid onder de Mexicaanse werknemers - de CTM-leden incluis - hand over hand toenam. De traditionele 1-meiparade werd dit jaar daarom afgelast. “Er valt niets te vieren”, zo mompelde de bejaarde vakbondsleider als commentaar op zijn besluit. Maar waarschijnlijker is het dat vakcentrale en regering bevreesd waren voor rellen en andere anti-regeringsuitingen in het centrum van Mexico-Stad.

De volgzame rol van de CTM in het corporatistische Mexicaanse politieke systeem heeft ervoor gezorgd, dat de vakcentrale zich heeft neergelegd bij de introductie in de afgelopen jaren van de neo-liberale economische politiek. Andere machtige vakbondsleiders werden successievelijk door de vorige Mexicaanse president, Carlos Salinas de Gortari, uitgeschakeld. De uiterst corrupte baas van de oliewerkers belandde in de gevangens. De voorzitter van de onderwijsbond werd uit het zadel gewipt. Maar Fidel Velásquez bleef. “Wat (hem) van de 'salinistische guillotine' heeft gered, is zijn eeuwige onderschikking aan de belangen van de staat en zijn kameleonachtige optreden, waarmee hij zich kan aanpassen aan elke politieke (koerswijziging) en deze kan overleven”, schreef het dagblad El Financiero een paar jaar geleden. De sleutel tot zijn succes, aldus de krant, is Velásquez' op pragmatisme gebaseerde strategie. “Hij aarzelt niet om vandaag iets te doen wat hij gisteren absoluut weigerde.”

De CTM is allang niet meer de alleenvertegenwoordiger van de Mexicaanse werknemer. In de loop der tijd zijn in naam onafhankelijke vakbonden opgericht; velen sloten zich later echter aan bij de CTM. Evenals de Verenigde Staten kent Mexico ook het systeem van de bedrijfsgebonden vakbonden. Meestal zijn deze bonden vrij machteloos en zijn de vakbondsleiders afgekocht door het bedrijfsmanagement. Een uitzondering vormt de bond van de Volkswagenfabriek in Puebla. Een aanhoudende staking van een klein deel van de werknemers wegens een intern dispuut twee jaar geleden dreigde te leiden tot het einde van VW Mexico.

Traditiegetrouw bestaan er stevige banden tussen de CTM (lees: Velásquez) en de Amerikaanse AFL-CIO. Velásquez en AFL-leider George Meany waren in de jaren vijftig bloedbroeders in de strijd tegen het internationale communisme. Maar met het in werking treden van Nafta, het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico, zijn de belangen van Amerikaanse en Mexicaanse arbeiders tegengesteld geworden. Gemiddeld zijn de salarissen van Amerikaanse blue collar arbeiders tien maal zo hoog als die van hun Mexicaanse collega's. Binnen de Amerikaanse vakbeweging leefde dan ook de vrees, dat 'Amerikaanse' banen naar het zuiden zouden verdwijnen. AFL/CIO was daarom één van de felste tegenstanders van Nafta.

In de praktijk blijkt dat dit allemaal nogal meevalt. Los van de mondiale trend van globalisering van de produktie, heeft Nafta tot nu toe niet geleid tot het 'enorme zuigende geluid naar het zuiden', zoals de onafhankelijke Amerikaanse presidentskandidaat en miljardair Ross Perot het noemde. Amerikaanse producenten blijken meer te laten meewegen bij hun vestigingsbeslissing dan alleen lage lonen.

Intussen is het wachten in het Mexicaanse vakbondsland op het onvermijdelijke overlijden van Fidel Velásquez, hoewel sommigen ook daaraan twijfelen. Met zijn dood, zo luidt de verwachting, zal een enorm vacuum in de CTM ontstaan en zal er vermoedelijk een machtsstrijd ontbranden. Vele analisten, zo schreef El Financiero, “bevestigen dat de macht van de CTM mèt Fidel Velásquez zelf zal verdwijnen; dat het immense vakbondsimperium van de confederatie niet zal beklijven na diens dood. De macht van Fidel Velásquez is niet erfelijk, die neemt hij mee in zijn graf.”