'Lust naar geld grijpt om zich heen in Tanzania'

Corruptie vormt het hoofdonderwerp in de campagne voor de eerste meer-partijen verkiezingen in Tanzania, die morgen worden gehouden. Tien jaar geleden behoorde Tanzania nog tot de minst corrupte staten van Afrika.

DAR-ES-SALAAM, 28 OKT. De zakenman legt zijn belastingpapieren op tafel. “Kijk”, zegt hij laconiek, “dit is het bedrag dat ik had moeten betalen aan de staat. In werkelijkheid betaalde ik maar een kwart, een kwart stak de ambtenaar in eigen zak en de rest was voor mij. Voordelig toch? Zo werkt corruptie in Tanzania, iedereen doet het zo.”

President Julius Nyerere, filosoof en moralist, duldde geen corruptie om zich heen. Maar de lust naar geld kreeg ongehinderd vat op de politici en de ambtenarij na Nyereres aftreden in 1985 en de daaropvolgende grootschalige liberalisering van de op socialistische leest georganiseerde economie onder zijn opvolger president Ali Hassan Mwinyi.

Het nieuwe, open karakter van de samenleving door de introductie van het meer-partijenstelsel in 1992 bracht de corruptie in het openbaar. Eind vorig jaar liep het naar de smaak van de donorlanden zo de spuigaten uit, dat zij hun betalingsbalanssteun stopzetten, al hervatte Nederland deze onlangs weer.

Hoe groot is de corruptie? “Het is niet erger dan in andere Afrikaanse landen maar in relatie tot de beperkte economie van Tanzania is het zeer ernstig”, stelt een diplomaat. Een collega van hem meent dat corruptie het hele overheidsapparaat heeft aangevreten, “tot in de hoogste regionen en ook in de regeringspartij Chama cha Mapinduzi (de Partij van de Revolutie, CCM)”.

Mariot Kalanje is voorzitter van de Kamer van Koophandel in de hoofdstad Dar-es-Salaam. “De corruptie wurgt dit land”, zegt hij, “de krachten van de vrije markt worden belemmerd als de grote corruptie zo doorgaat. De corruptie is geïnstitutionaliseerd, er is een autonome parallelle economie ontstaan die zich onttrekt aan de staat.”

Jenerali Ulimwengu is parlementslid van de CCM. Vergeefs diende hij een motie in om het gedrag van de leiders aan banden te leggen. “Vroeger, in Nyereres tijd, werden er nog mensen voor het gerecht gesleept”, vertelt hij, “onder Mwinyi is er geen enkele hoofdschuldige veroordeeld. De openbare aanklager weigert verdachten die de anti-corruptie commissie voordraagt, te berechten.”

Er bestaat grote en kleine corruptie. De kleine corruptie betreft de politieagent en de lage ambtenaar die hun hongersalaris van nog geen honderd gulden per maand aanvullen met een paar tientjes smeergeld. Deze vorm van corruptie is irritant voor iedere Tanzaniaan, maar blijkt een schijnbaar onvermijdelijk kwaad in een verpauperde samenleving. De grote corruptie schaadt de economie en wordt bedreven door ministers, die honderdduizenden dollars eisen voor het verlenen van een regeringscontract. De hoge belastingambtenaar in de haven gooit het op een akkoordje met rijke importeurs die dan geen invoerrechten hoeven te betalen. Miljoenen dollars worden op deze wijze onttrokken aan de staatskas van een land dat in zijn begroting voor 70 procent afhankelijk is van donorhulp.

De Tanzanianen van Aziatische afkomst controleren, hoewel zij slechts 0,7 procent van de bevolking uitmaken, 75 procent van de commerciële activiteit. Zij worden als grote boosdoeners aangewezen bij het verstrekken van smeergelden. De kwestie van corruptie dreigde tijdens de verkiezingscampagnes een raciaal karakter te krijgen. De Aziaten deden goede zaken met de CCM en streven dus naar een overwinning van de regeringspartij. Als voorzorg schonken zij echter ook grote sommen geld voor de campagne van de oppositie.

Een voormalige minister van binnenlandse zaken, Augustine Mrema, gooide toen hij nog in functie was als eerste de knuppel in het hoenderhok. Hij onthulde enkele schandalen en toen president Mwinyi hem ontsloeg wierp hij zich op als 's lands voornaamste kruisvaarder tegen corruptie. Hij is de belangrijkste presidentskandidaat van de oppositiepartijen en leidt de Nationale Conventie voor Opbouw en Hervorming-Verandering (NCCR-Mageuzi). Zijn rivaal is Benjamin Mkapa van de CCM, die zich eveneens aanbiedt als de man die de corruptie zal beteugelen.

“Ik was de enige in de regering die iets deed tegen corruptie”, verkondigt de 51-jarige Mrema. “Mkapa deed zijn mond niet open. Hij heeft nog niet eens iemand aangegeven die een kip heeft gestolen. Hij wordt in de CCM omgeven door een groep corrupte politici die het hem onmogelijk zal maken een effectief anti-corruptie beleid te voeren.” Tegenstanders van Mrema noemen hem een populist die zelf ook een onbedwingbare lust naar rijkdom vertoont.

De 57-jarige Mkapa is een beminnelijke, kleine, kalende man die zeker meer intellectuele bagage heeft dan zijn tegenstander. Maar hoewel hij zichzelf vermoedelijk niet heeft bezondigd aan corruptie, mist hij het charisma van Mrema. “Corruptie is een kwaad dat onze hele samenleving heeft geïnfiltreerd, inclusief alle politieke partijen”, vertelt Mkapa. “Ik zal een militante anti-corruptie politiek voeren. We moeten een land opbouwen met een sociale ethiek, we moeten voor elkaar zorgen en niet elkaar beroven.”

Volgens een naaste medewerker mist Mkapa echter steun binnen de CCM en heeft hij zijn positie louter aan Nyerere te danken. “Er zitten vele hoge bazen in de CCM die profiteren van corruptie en zij zijn tegen Mkapa”, onthult hij. Mkapa vestigde zijn campagnehoofdkantoor daarom niet op het CCM-partijkantoor, maar op een privé-adres.

De vader van de natie, de 74-jarige Julius Nyerere, ageerde als eerste openlijk tegen de chronische corruptie onder Mwinyi. “Het presidentiële paleis is een nest van afpersers geworden”, viel hij vorig jaar uit. “We moeten geen president kiezen die wordt beïnvloed door een babbeltje met zijn echtgenote in de morgen hoe staatszaken in strijd met de grondwet moeten worden behartigd”, zei hij, waarmee hij inspeelde op de geruchten over corrupte praktijken van Mwinyi's vrouw.

Door menig CCM-leider aan te vallen leek Nyerere aanvankelijk partij te kiezen voor de oppositie. Maar bij de voorverkiezingen in de CCM voor de presidentskandidaat drukte hij zijn protegé Mkapa erdoor. Sindsdien is Nyerere als hoofdrolspeler terug op het politieke toneel van Tanzania en voert hij campagne voor de CCM. De oppositiepartijen noemt hij nog “te onvolwassen” om de macht te kunnen uitoefenen.

Mkapa wordt enigszins van zijn stuk gebracht met de vraag of hij een loopjongen is van Nyerere. Na enige aarzeling antwoordt hij: “Iedere politicus van enig aanzien in dit land is een man van Nyerere, iedereen heeft wel eens onder hem gediend. Hij heeft altijd gezegd alleen een CCM-kandidaat te steunen als deze schone handen heeft, en die heb ik.”

Of de magie van groots staatsman die rond Nyerere hangt voldoende is om de CCM en Mkapa aan de overwinning te helpen, lijkt geenszins zeker. Met de introductie van de pluriformiteit in de politiek is ook de vuile was van de CCM buiten komen te hangen. Gedreven door woede onder de bevolking over corruptie verstoorden joelende toeschouwers enkele CCM-verkiezingsbijeenkomsten. Ook Nyerere moest dat lot ondergaan, een aanwijzing dat na 31 jaar van rigide één-partijbestuur het politieke klimaat ingrijpend is veranderd.

    • Koert Lindijer