La Transición

TWINTIG JAAR GELEDEN werd in Spanje een begin gemaakt met de Transición, de vreedzame overgang van de dictatuur naar de parlementaire democratie. Het is een proces geweest dat verbazingwekkend soepel is verlopen. Het land is er in krap twee decennia in geslaagd zijn politieke, culturele en sociale isolement overtuigend van zich af te schudden. Wie door Spanje reist waant zich dan ook in een Europees land, compleet met gerestaureerde binnensteden, comfortabele autowegen, hogesnelheidstreinen en het gemak van een geldmachine op iedere hoek. De terugkeer naar de Franco-dictatuur is afgegrendeld.

Spanje heeft alle reden tevreden terug te blikken tijdens de jubilea van twintig jaar democratie en tien jaar lidmaatschap van Europa. Maar van een feestelijke stemming is weinig sprake. Waar 1992 nog een jubeljaar was met de Olympische Spelen en de Wereldtentoonstelling, heerst nu de onrust en vertwijfeling. Spanje vraagt zich af of er eigenlijk wel zo veel is veranderd onder het oppervlak van de Europese vernislaag.

Neem de economie. Hoewel het land langzaam uit het dal krabbelt, heerst de vrees dat Spanje de harde concurrentieslag binnen Europa aan het verliezen is. De vissersvloot, de grootste van Europa, wordt in rap tempo gesaneerd. Olijfbomen en wijngaarden worden op grote schaal gekapt, scheepswerven gesloten, de auto-industrie gesaneerd. De nationale luchtvaartmaatschappij is in de aanbieding. Onder Europees gezag dreigt Spanje te worden gereduceerd tot een land van obers en hoteleigenaren.

En dan zijn er nog de schandalen die de Spaanse trots teisteren. De aanhoudende stroom van het afgelopen jaar viel amper bij te benen. Corruptie, chantage, afluisterschandalen en de affaire rond de illegale moordcommando's binnen het politie-apparaat wijzen op een niet zelden barokke belangenverstrengeling van politiek, zakenleven en nationale veiligheid.

DE KREDIETWAARDIGHEID van de regering-González (de pijler van de Transición) is tot een dieptepunt gedaald. Tussen zijn vele buitenlandse reizen door kon premier González deze week nog net meemaken hoe de begrotingsvoorstellen van zijn minderheidsregering door het Spaanse parlement naar de prullenbak werden verwezen. Een unicum.

Spanje wil nu kennelijk weer een transición. Maar in plaats van onmiddellijk af te treden en verkiezingen uit te schrijven, verklaarde de premier na afloop van deze historische nederlaag dat hij aanblijft. In ieder geval tot eind december als het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie ten einde loopt.

DE GEVOLGEN hiervan laten zich raden. Moreel uitgehold en zonder stevige begroting hobbelt de regering naar een treurig einde, terwijl het vertrouwen van de kiezers in de parlementaire democratie nu is omgeslagen in schaamte, scepsis of onverschilligheid. Dat is een hoge prijs. Anderzijds steekt het zelfbeklag dat in Spanje op ruime schaal wordt beleden wat al te schril af bij de verworvenheden die het land zo bewonderenswaardig snel heeft weten op te bouwen. Terugkijkend op twintig jaar Transición heeft Spanje wel voor hetere vuren gestaan.