Ivan in Washington

ANATOLY DOBRYNIN: In Confidence. Moscow's Ambassador to America's Six Cold War Presidents

672 blz., geïll., Random House 1995, ƒ 59,10

Er zijn honderden boeken die een inzicht geven in de Amerikaanse politiek en in de besluitvorming in Washington tijdens de Koude Oorlog. Er zijn, naar mijn beste weten, geen boeken die een analyse van de Amerikaanse politiek combineren met een inzicht in de politiek en besluitvorming in de Sovjet-Unie, zoals Dobrynin dat doet in zijn zojuist verschenen memoires. Het zijn unieke memoires, want Dobrynins inzichten komen niet van achter de schrijftafel maar uit het brein van een actieve deelnemer. Het is een openhartig boek van een man die 24 jaar, van 1962 tot 1986, Sovjet-ambassadeur in Washington was, op frequente wijze heeft verkeerd met zes Amerikaanse presidenten (Kennedy, Johnson, Nixon, Ford, Carter en Reagan) en in dezelfde tijd lid was van het Centraal Comité van de Communistische partij. Hij diende onder Chroesjtsjov, Brezjnev, Andropov, Tsjernenko en Gorbatsjov.

Dobrynin was aanwezig bij alle topontmoetingen tussen Amerikaanse presidenten met de Sovjet-leiders en de voorbereiding van die ontmoetingen. Hij maakte talloze zittingen mee van het Politburo, waar de Sovjet-politiek ten aanzien van de Verenigde Staten werd vastgesteld, meestal aan de hand van memoranda van de eeuwige minister van buitenlandse zaken Gromyko. Dobrynin was uiteraard een loyaal uitvoerder van de wensen van zijn regering, waarmee hij het dikwijls oneens was. Maar hij gebruikte zijn kleine marge met moed en hardnekkigheid. Hij beschrijft dit alles met een zekere lichtvoetigheid en lardeert zijn verhaal met persoonsbeschrijvingen die er wezen mogen en een keur aan anekdotes. De dronken Brezjnev in het zomerverblijf van Nixon; de slaapwandelende echtgenote van Nixon, die tijdens een bezoek aan de Sovjet-Unie 's nachts in de armen van een KGB-agent teruggedragen werd naar haar slaapkamer; de uitzonderlijk vrije vertaling door de tolken van Brezjnev toen de laatste niet meer wist waar hij het over had; de verwondering van Reagan toen Gorbatsjov Dobrynin in 1986 als speciale adviseur terughaalde naar Moskou, omdat de Amerikaanse president niet wist dat Dobrynin communist was en talloze andere, onverwachte situaties.

Loodgieter

Dobrynin kwam uit een zeer eenvoudig milieu. Zijn vader was loodgieter en zijn moeder ouvreuse van een theater in Moskou. Toen hij 25 jaar was studeerde hij af als vliegtuigbouwkundig ingenieur en kreeg een interessante betrekking bij één van de grote vliegtuigfabrieken. In 1944 werd hij bij een hoge functionaris van het Centrale Comité van de Partij geroepen die hem mededeelde dat hij vanaf de eerste van de volgende maand moest gaan studeren aan de academie voor hogere diplomaten. Dobrynin weigerde, maar moest uiteindelijk toestemmen. Later bleek dat Stalin persoonlijk had besloten de opbouw van de naoorlogse diplomatieke dienst niet, zoals gebruikelijk, te vullen met juristen en economen, die hij wantrouwde, maar met technisch georiënteerde kandidaten.

Na een snelle carrière, onder meer als Molotovs assistent, die hem verscheidene malen meenam naar Amerika, werd hij in 1962 tot zijn grote verwondering, op 43-jarige leeftijd door Chroesjtsjov aangewezen als ambassadeur in Washington.

Eén van de kenmerken van Dobrynins wijze van functioneren was zijn voortdurend zoeken naar beïnvloeding van de Amerikaanse politiek door een hoogstpersoonlijke en vertrouwelijke relatie met diegenen die werkelijk invloed hadden op de president, een werkwijze die bekend staat onder de naam back channel.

Dat is hem steeds min of meer gelukt. Het meest bij Nixon door zijn vruchtbare contact met Kissinger (zij hadden een rechtstreekse telefoonverbinding zonder tussenkomst van wie dan ook), en het minst bij Reagan. Tijdens de Cuba-crisis in 1962, die Dobrynin beschouwt als het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog, liep het 'back channel' tussen Dobrynin en Robert Kennedy, voor wie hij weinig sympathie had.

Dobrynin heeft het zijn meesters in Moskou nooit vergeven dat hij niet was ingelicht over het plaatsen van offensieve nucleaire raketten in Cuba. Hij vond het nooit onoverkomelijk om, als het Sovjet-belang dat meebracht, onwaarheid te spreken, maar hij vond het in zijn positie onverdraaglijk als hij niet wist dàt het onwaar was. 24 Oktober (de dag dat de door de president afgekondigde quarantaine in werking trad en Russische schepen Cuba naderden) noemt hij de zwaarste dag van zijn professionele leven. Om aan te geven dat de communicatie-techniek sedert die tijden met sprongen is vooruitgegaan, vertelt Dobrynin dat in die hoogst spannende dagen zijn codetelegrammen door een boodschapper van de telegraafmaatschappij Western Union op een fiets werden afgehaald en zo het telegraafbureau bereikten. Wat de Cuba-crisis zelf betreft, geeft Dobrynin de schuld aan Chroesjtsjov die - omdat hij af wilde van de Amerikaanse raketten in Turkije - de Amerikaanse reactie verkeerd taxeerde.

De verhouding met president Johnson werd beheerst door de oorlog in Vietnam, waarbij de Amerikanen uitgingen van de foute veronderstelling dat de Sovjet-Unie behulpzaam kon zijn bij het bereiken van overeenstemming met de Noordvietnamezen. De Sovjet-Unie wilde niet, maar was vooral niet in staat, aan die wens te voldoen. Aan het einde van zijn presidentschap overheerste bij Johnson de wens tot een topontmoeting. Toen Dobrynin de instructie kreeg de president persoonlijk in te lichten over de invasie in Tsjecho-Slowakije, reageerde Johnson tot verbijstering van zijn entourage in het geheel niet en sprak alleen over de topontmoeting. Dean Rusk moest diezelfde middag de Amerikaanse geschoktheid overbrengen.

De angst van het Politburo in 1968 voor een presidentschap van Nixon, die beschouwd werd als een fervent tegenstander van enige détente in de Koude Oorlog, bracht de Sovjet-Unie tot een stap die zonder precedent was. Ze bood de Democratische kandidaat voor het presidentschap, Hubert Humphrey, alle steun aan, inclusief financiële hulp, bij zijn verkiezingscampagne. Toen Dobrynin die boodschap aan Humphrey kwam brengen, kreeg hij een te verwachten vriendelijke, maar duidelijke afwijzing.

Tegen alle verwachting in werd de Nixon-periode, ondanks de klippen en tegenstellingen, naar de mening van Dobrynin de meest constructieve periode van zijn ambassadeurschap in de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Daarbij speelde zijn 'back channel' met Kissinger een overwegende rol. Zij spraken bijna dagelijks met elkaar en ze waren zeker gelijkwaardig voor wat betreft de inlichtingen die zij elkaar gaven. Er zat, ondanks het keiharde onderhandelen, een studentikoos element in hun omgang. Dobrynin was één van de weinigen die Kissinger konden plagen met diens ego. Zo'n verhouding is alleen mogelijk wanneer zij voor beide partijen vruchtbaar is. Het is één van de boeiendste gedeelten van het boek.

Daarbij kwam dat merkwaardigerwijze de verhouding tussen Nixon en Brezjnev, gegeven de onoverbrugbare tegenstellingen, goed was. Natuurlijk werden de verhoudingen tussen staten, en zeker tussen de twee antagonisten van de Koude Oorlog, bepaald door objectieve omstandigheden. Maar voor zover persoonlijke chemie een rol kan spelen - en dat is altijd van beperkte betekenis - was dat tussen Nixon en Brezjnev het geval.

Haviken

Kissinger behield zijn functie onder Ford, maar door verschillende omstandigheden erodeerde de prioriteit van de détente tussen de beide landen. Brezjnev moest door slijtage veel terrein prijsgeven aan de haviken in het Politburo, terwijl Ford, veel meer dan Nixon, werd gedomineerd door de rechtervleugel van de Republikeinse partij. Zonder aarzeling is het oordeel van Dobrynin over Carter, vergeleken met alle andere presidenten, het negatiefst. Noch Dobrynin noch zijn meesters in het Kremlin begrepen iets van Carters opvattingen.

Het 'back channel' van Kissinger werd overgenomen door Brzezinski, wiens grote ideaal was een tweede Kissinger te zijn. Maar Dobrynin vond de verschillen tussen de twee gesprekspartners immens. Hij vond Brzezinski star en ideologisch geprogrammeerd. Brzezinski sprak altijd in concepties en hield, naar de mening van Dobrynin, nauwelijks rekening met de actualiteit van de internationale omstandigheden. Daarbij kwam de hoge prioriteit die zowel de president als Brzezinski aan de mensenrechten gaf in hun verhouding met de Sovjet-Unie. Het probleem van de joodse emigratie uit de Sovjet-Unie was daarbij een belangrijk element. Uiteraard bestond daarvoor in het Politburo geen enkel begrip. Integendeel.

Tot ontzetting van de elite in Moskou werd Carter opgevolgd door Reagan, het symbool van de harde, ideologische lijn. Maar het liep anders. De eerste vier jaren van Reagan werden gekenmerkt door het einde van de détente en voortdurende confrontatie. Maar in de laatste vier jaren van Reagan (die voor een deel vielen in de periode van Gorbatsjov) kon Dobrynin Reagans politiek tegenover de Sovjet-Unie aldus samenvatten, dat die politiek niet alleen de vergelijking met de Nixon-Kissingerperiode kon doorstaan, maar die zelfs overtrof. Men zou de indruk kunnen krijgen dat het besluitvormingsproces in Washington soms volstrekt chaotisch was en in de Sovjet-Unie werd beslist door één man. Het eerste, de chaos in Washington, is juist. Ik praat nu nog niet eens over de verhouding met en de invloed van het Congres, maar over de interne conflicten. De wijze waarop de eerste vier jaren van Nixon de minister van buitenlandse zaken, Rogers, werd behandeld, tart iedere beschrijving. Rogers en het State Department werden volledig genegeerd. Ook de tegenstellingen tussen de duiven en de haviken verlamden soms de politiek van Washington.

Maar het beeld van de besluitvorming in de Sovjet-Unie, zo blijkt uit het boek, is anders dan wij ons voorstelden. Ook in het Politburo, waar alle belangrijke beslissingen werden genomen, werden hevige gevechten geleverd. Volgens Dobrynin waren Brezjnev, Gromyko, Kosygin, Andropov en de militairen behoorlijk ingelicht over de situatie in de Verenigde Staten. De andere leden van het Politburo baseerden hun oordeel over wat zij in de Pravda en de Izvestia lazen en stonden sterk onder invloed van de slechts in ideologische termen denkende Soeslov.

Uit Dobrynins boek blijkt ook hoe de Oost-Westverhouding in de politiek van beide landen volstrekte prioriteit genoot, niet alleen bilateraal. Tijdens de Koude Oorlog had ieder conflict, waar ook ter wereld, een Oost-Westdimensie of werd in beide landen geacht - ook als het niet juist was - door die Oost-Westdimensie te worden beheerst.

Voor wat de invloed van Dobrynin in Washington betreft is het overduidelijk dat alleen een ambassadeur van de Sovjet-Unie die positie kon vervullen. Zelfs de meest talentvolle, wijze en interessante vertegenwoordiger van een ander land zou, in termen van toegang tot de macht, tijdens de Koude Oorlog niet in zijn schaduw hebben kunnen staan.

Als rode draad loopt door Dobrynins boek enerzijds de tragiek van de onoverbrugbare tegenstellingen tussen beide landen, anderzijds de gemeenschappelijke wens om een militaire confrontatie te voorkomen. Bij de Verenigde Staten speelde de angst om in militaire potentie achter te raken dan wel de voorsprong te verspelen. Bij de Sovjet-Unie speelden diezelfde angsten, maar daar gingen ze gepaard met een bijna pathetische wens om ook op niet zuiver militair gebied als gelijkwaardig te worden beschouwd. In geheel andere omstandigheden, en uit een totaal verzwakte positie, kan men ook heden ten dage die wens nog herkennen.

    • E.H. van der Beugel